{"id":1462,"date":"2026-01-28T14:40:05","date_gmt":"2026-01-28T14:40:05","guid":{"rendered":"https:\/\/dswpieters.nl\/?p=1462"},"modified":"2026-01-31T12:55:10","modified_gmt":"2026-01-31T12:55:10","slug":"psalm-9","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/2026\/01\/28\/psalm-9\/","title":{"rendered":"Psalm 9"},"content":{"rendered":"\n<p>Voor het Engelse origineel, zie: <a href=\"http:\/\/classicchristianlibrary.com\/library\/dickson_david\/Dickson-Psalms-v1.pdf\">http:\/\/classicchristianlibrary.com\/library\/dickson_david\/Dickson-Psalms-v1.pdf<\/a><\/p>\n\n\n\n<p><sup>1) <\/sup>1. <em>EEn Psalm Davids, voor den Oppersang-meester, op Muth Labben<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p><sup>1)<\/sup> De Bijbeltekst geef ik in de oorspronkelijke Statenvertaling, editie 1637<\/p>\n\n\n\n<p>Hier is Davids loflied voor God<\/p>\n\n\n\n<ul class=\"wp-block-list\">\n<li>Eerst voor zijn eigen ervaring van Gods goedheid voor zichzelf, en Gods rechtvaardig oordeel over zijn vijanden, vers 2-5.<\/li>\n\n\n\n<li>Ten tweede voor Gods bereidheid om een soortgelijk werk te doen ten gunste van al de godvrezenden, vers 6-11.<\/li>\n\n\n\n<li>Ten derde spoort hij de godvrezenden aan God met hem te prijzen, vers 12-13.<\/li>\n\n\n\n<li>Ten vierde bidt hij om zijn eigen bevrijding uit zijn tegenwoordige zwarigheid, vers 14-15.<\/li>\n\n\n\n<li>Ten vijfde heeft hij zekerheid van de omverwerping van al zijn vijanden, vers 16-19.<\/li>\n\n\n\n<li>En als laatste van alles, bidt hij hartgrondig om de uitvoering van deze omverwerping, vers 20-21.<\/li>\n<\/ul>\n\n\n\n<p>2. <em>Ick sal den HEERE loven met mijn gantsche herte; Ick sal alle uwe wonderen vertellen<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p>3. <em>In<\/em><em> u sal ick my verblijden, ende van vreuchde opspringen; Ick sal uwen Naem psalmsingen, \u00f4 Alderhoochste.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>4. <em>Om dat mijne vyanden achterwaerts gekeert, gevallen, ende vergaen zijn van u aengesichte<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p>5. <em>Want ghy hebt mijn recht ende mijne rechts sake afgedaen: Ghy hebt geseten op den Throon, o Richter der gerechticheyt<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p>Leer uit het eerste deel van deze lofpsalm:<\/p>\n\n\n\n<ol class=\"wp-block-list\">\n<li>De oefening van de heiligen in allerlei moeiten geeft aanleiding om de glorie van God in al Zijn Eigenschappen uit te stallen, zoals deze Psalm toont.<\/li>\n\n\n\n<li>Wanneer het hart verwijd is met een besef van Gods goedheid, zal het prijzen van God hartelijker worden ondernomen, en een wijd hart zal een losgemaakte tong en een open mond geven, om Zijn glorie uit te stallen. David <em>wil nu de Heere loven met heel zijn hart<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Het ene werk van Gods wondervolle goedheid roept gewoonlijk om een ander, zodat ze samen hand in hand verder gaan om Zijn uitnemendheid uit te stallen, zoals David hier <em>al Zijn wonderen zal vertellen<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Een liefhebber van Gods glorie kan niet rusten voordat hij met anderen heeft gedeeld wat hij weet van de wonderen des Heeren: <em>hij wil<\/em> (tot aansporing van anderen) <em>al de wonderen des HEEREN vertellen<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Geen enkele weldaad of gave van God gekregen, maar God Zelf en Zijn vrije gunst, is de vreugde van de gelovige: David <em>zal zich in God Zelf verblijden en verheugen<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Het is niet genoeg om in onze harten vreugde in de Heere te hebben, maar het is Zijn glorie dat de vreugde die we in Hem hebben, openlijk bekend wordt als er zich een gelegenheid aandient. Daarom wil David <em>voor<\/em> <em>de<\/em> <em>Naam van de allerhoogste Heere psalmzingen!<\/em><\/li>\n\n\n\n<li>De manier om bij elke actie God de eer te geven, en speciaal van onze overwinningen op onze vijanden, is Hem te erkennen als de Belangrijkste Bewerker ervan, en de schepselen maar als instrumenten waardoor Hij de vijand terugdrijft: want <em>de<\/em> <em>vijand valt en vergaat door Zijn aanwezigheid<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Zoals voor de tijd die voorbijging, God de eer moet hebben van wat is gedaan, zo moeten we ook de eer van wat gedaan zal worden en van wat wij zouden willen doen, helemaal toeschrijven aan de Heere. Daarom spreekt David ook voor de komende tijd: <em>wanneer mijn vijanden achterwaarts zijn gekeerd<\/em> (namelijk door Uw kracht)<em>, zullen zij vallen door Uw aanwezigheid<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Al zou een zaak n\u00f3g zo terecht en juist zijn, toch vereist het Gods kracht deze overeind te houden. We moeten niet vertrouwen op de juistheid van een zaak, maar de zaak moet aan God worden toevertrouwd en Hij moet de glorie ontvangen deze in stand te houden. David erkent <em>God als Handhaver\/Behouder van zijn recht en zaak<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Welke rechter ook ons onrechtvaardig zal veroordelen, er is een hogere Rechter om de zaak opnieuw te beoordelen, en ook de partijen; Die in Zijn rechtvaardigheid door ons ge\u00eberd behoort te worden, wanneer Hij Zich vertoont. <em>U zit op de troon, en oordeelt rechtvaardig<\/em>, zegt David, nadat hij door de rechters in het land was veroordeeld.<\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p>6. <em>Ghy hebt de Heydenen gescholden, den godtloosen verdaen, haren naem uytgedelcht, tot in eeuwicheyt ende altoos<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p>7. <em>O vyant, zijn de verwoestingen voleyndt in eeuwicheyt? ende hebt ghy de steden uytgeroeyt? haerlieder gedachtenisse is [met] hen vergaen<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p>8. <em>Maer de HEERE sal in eeuwicheyt sitten; hy heeft sijnen Throon bereydt ten gerichte<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p>9. <em>Ende hy selfs sal de werelt richten in gerechticheyt, ende de volcken oordeelen in rechtmaticheden<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p>10. <em>Ende de HEERE sal een hooch vertreck zijn voor den verdruckten; een hooch vertreck in tijden van benautheyt<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p>11. <em>Ende die uwen Naem kennen, sullen op u vertrouwen, om dat ghy, HEERE, niet en hebt verlaten de gene die u soecken<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p>In de tweede plaats voorziet hij door de Geest wat er zal worden van al Gods vijanden en tegenstanders van Zijn volk, en hij profeteert over hen, tot lof van God en troost van de godvrezenden die na zijn tijd zouden leven. Leer hieruit:<\/p>\n\n\n\n<ol class=\"wp-block-list\">\n<li>Hoewel het geweten van de vervolgers van Gods volk in hun valse rust kan zwijgen, zal toch Gods oordeel tegen hen hun geweten ten slotte wakker maken, of zij nu vijanden buiten de gemeente zijn of er in. Ja, de Heere zal hen verdoen: <em>want<\/em> <em>Gij, o Heere, hebt de heidenen gescholden, Gij hebt de goddeloze verdaan<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Hoewel de vijanden een grote naam hebben in de wereld, toch zal hun glorie worden weggevaagd en hun roem zal verdwijnen, alsof die nooit was gehoord: want <em>Gij, Heere, hebt<\/em> <em>hun naam uitgedelgd, tot in eeuwigheid en altoos<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>De verwoestingen van het volk des Heeren en van hun woningen, die de goddelozen zich hebben voorgenomen, zal aan hun vijanden worden aangerekend, hoewel zij hun boosaardigheid niet hebben uitgevoerd of laten gebeuren, zelfs wanneer de vijanden zelf weten en denken dat zij hun doel niet hebben bereikt: hun voorgenomen <em>verwoestingen zullen tot een blijvend einde komen.<\/em><\/li>\n\n\n\n<li>De tijd zal komen dat de godvrezenden zullen triomferen over al hun verdrukkers; ja, in het midden van de brutaliteiten van de vijanden, mogen de godvrezenden door geloof over hen triomferen en zeggen, zoals hier:<em> O vijand, de verwoestingen zullen tot een blijvend einde komen<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Zoals de vijanden van Gods gemeente de aardse woningen van des Heeren volk hebben verwoest, zo heeft de Heere <em>hun steden en hun woningen<\/em> verwoest en zal Hij die verwoesten, en hun <em>gedachtenis met hen doen vergaan<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>De heerschappij van de goddeloze tegenstanders van Gods volk is erg kort en in een paar dagen worden zij afgesneden, maar <em>de HEERE zal in eeuwigheid blijven<\/em>, om Zijn volk te verdedigen van eeuw tot eeuw.<\/li>\n\n\n\n<li>Gerechtshoven onder de mensen kunnen klagers niet altijd horen, maar de Heere houdt continue rechtszitting. Van niemand wordt het aanhoren van een klacht zelfs maar een uur uitgesteld, hoewel duizenden tegelijk zouden komen, allen met verschillende verzoeken: <em>Hij heeft Zijn troon bereid voor het gericht<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Al wordt in menselijke gerechtshoven niet altijd recht gedaan, en erg zelden in een zaak met betrekking tot Christus, toch <em>zal de Heere de wereld richten in gerechtigheid, en de volken oordelen in rechtmatigheden<\/em>. Het onrecht Zijn volk aangedaan, zal door Hem helemaal worden rechtgezet.<\/li>\n\n\n\n<li>Hoewel de kinderen des Heeren geen vaste woonplaats hebben, maar van plaats tot plaats worden achtervolgd en niet weten waarheen te gaan op aarde, toch is er een open stad van toevlucht voor hen, waar zij schuilplaats zullen vinden, want <em>de HEERE zal een Toevlucht zijn voor de verdrukte<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Des Heeren ondersteuning die Hij aan Zijn volk geeft, blijft gereserveerd, totdat andere, mindere ondersteuningen tekortschieten, totdat de godvrezende vernederd is en leeg gemaakt, en dan zal Hij helpen:<em> voor de verdrukte zal Hij een Toevlucht zijn in tijd van benauwdheid<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>De manier waarop de Heere Zijn eigen volk helpt en troost, is door de gelovige boven alles te verheffen wat hem kan overvallen, boven het bereik van alle schepselen: <em>de HEERE zal een Hoge Toren zijn<\/em>; een Hoge Plaats, zoals het woord [<em>misgab<\/em>] betekent, vanwaar de gelovige kan neerkijken en kan verachten wat vlees hem kan aandoen.<\/li>\n\n\n\n<li>De onwetendheid van des Heeren goedheid, genade, trouw en andere Eigenschappen is er de oorzaak van dat men in voorspoed zo weinig van God gebruikmaakt, en in een tijd van moeite zo weinig in Hem gelooft. Want <em>zij die<\/em><em> Zijn Naam kennen, zullen op Hem vertrouwen<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Zij aan wie de geestelijke kennis van God is geopenbaard, zullen Hem zeker vertrouwen; en zij die Hem vertrouwen, zullen Hem <em>zoeken<\/em>; en zij die Hem zoeken, zullen bevinden dat Hij is, zoals Hij wordt genoemd: want <em>God kennen<\/em>, <em>Hem vertrouwen<\/em> en <em>Hem zoeken<\/em> is hier hetzelfde.<\/li>\n\n\n\n<li>De Heere kan Zich voor een tijd verbergen of uitstellen om Zich te tonen aan een gelovige die Hem zoekt (wat Hij soms doet ter beproeving van de gelovige, tot zijn oefening en zijn voordeel), maar geen tijd kan een voorbeeld geven van Zijn verwerping van zulk een smekeling:<em> want U, HEERE, hebt niet verlaten degenen die U zoeken<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Even zovele ervaringen van Gods genade voor gelovige smekelingen als er v\u00f3\u00f3r deze dag zijn geweest, even zovele bevestigingen zijn er gegeven van het geloof en even zovele bemoedigingen voor alle gelovigen om Zijn aangezicht te zoeken in Christus, <em>want nooit heeft Hij hen die Hem zochten, in de steek gelaten<\/em>.<\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p>12. <em>Psalm-singet den HEERE, die te Zion woont; verkondiget onder de volcken sijne daden<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p>13. <em>Want hy soeckt de bloetstortingen, hy gedenckt der selver: hy en vergeet het geroep der elendigen niet<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p>In de derde plaats spoort hij de rest van de godvrezenden aan om met hem God te prijzen. Leer hieruit:<\/p>\n\n\n\n<ol class=\"wp-block-list\">\n<li>Het is de plicht van alle gelovigen blijmoedig mee te doen met het uiteenzetten van de zorg des Heeren over hen en van al wat maar aan de wereld Zijn lieflijke Majesteit bekend maakt. Want zo eist hij in het tegenwoordige voorschrift en voorbeeld: <em>zing lofprijzingen voor de HEERE<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>De enige ware God, en het juiste Voorwerp van onze vreugde en lofprijzingen, is Hij Die Zich vanouds aan de gemeente van de Joden openbaarde; Die de Schriften en Zijn ordeningen aan hen gaf, en onder wie Hij Zijn woonplaats nam in Jeruzalem, <em>in Sion<\/em>, in de tempel, op het verzoendeksel, tussen de cherubs (wat een afbeelding was van de vleeswording van Gods Zoon, in Wie \u2013 als de enige Middelaar \u2013 de ontmoetingsplaats is tussen God en gelovigen om hun personen en hun aanbidding aan te nemen). Want zo onderwijst de omschrijving van de ware God ons hier:<em> zing lofprijzingen voor de HEERE, Die in Sion woont<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>De daden des Heeren voor Zijn volk zijn zo bestempeld met de indruk van Zijn Godheid, dat zij in staat zijn om voor God glorie te verschaffen zelfs onder de volken die buiten Zijn kerk zijn, en om hen tot Hem te trekken. En dus is het niet een onnodig, vruchteloos of hopeloos werk om <em>Zijn daden te verkondigen onder de volken<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Als het de Heere behaagt Zichzelf te verheerlijken door het martelaarschap van enige van Zijn knechten, is het niet uit gebrek aan respect voor hun persoon. Want zij blijven, ook wanneer ze gestorven zijn, eerwaardig in Zijn achting en hoog in Zijn toegenegenheid. Want <em>Hij gedenkt ze<\/em> op een speciale manier.<\/li>\n\n\n\n<li>Er is door God een tijd bepaald om elke zonde in het gericht te brengen, en in het bijzonder moord; en om van alle moorden de slachting van Zijn dienaren het ernstigst te wreken, over wie hier wordt gezegd:<em> wanneer Hij de bloedstortingen onderzoekt, gedenkt Hij hen<\/em>. Kostbaar is in Zijn ogen de dood van Zijn heiligen.<\/li>\n\n\n\n<li>Niet \u00e9\u00e9n verloren woord is er in de ernstige smeekbeden van de ootmoedige gelovige, uitgestort in de dag van zijn nood. Elke smeekbede zal een volledig antwoord ontvangen, gedeeltelijk in dit leven en gedeeltelijk in het komende leven. Want God <em>vergeet het geroep der ellendigen niet<\/em>.<\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p>14. <em>Zijt my genadich, HEERE, siet mijne elende aen, van mijne haters [my aengedaen]; ghy die my verhoogt uyt de poorten des doots:<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>15. <em>Op dat ick uwen gantschen lof in de poorten der dochter Zions vertelle; dat ick my verheuge in u heyl<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p>In de vierde plaats komt hij tot zijn eigen persoonlijke en tegenwoordige omstandigheid en bidt hij om een nieuwe ervaring van de waarheid die vroeger door hem was beleden, geloofd en verzegeld. Leer hieruit:<\/p>\n\n\n\n<ol class=\"wp-block-list\">\n<li>Wanneer geoefende gelovigen nieuwe moeiten overkomen, moeten zij de toevlucht nemen tot hun oude schuilplaats en tot het vroeger gezegende middel van het gebed, zoals David hier doet:<em> wees mij genadig, HEERE<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Nooit mag een woord van verdienste in de mond zijn van een ware gelovige, want <em>Wees mij genadig, HEERE<\/em>, is Davids enige pleidooi. Enig goed in ons om op te bouwen is maar zandgrond.<\/li>\n\n\n\n<li>Voor een gelovige die met God vertrouwd is, is het genoeg om de moeite die hij van zijn vijanden lijdt, voor God neer te leggen en om van des Heeren genade voor hem, en van zijn gerechtigheid met betrekking tot de tegenstander, verlossing te verwachten. Want dit is het argument dat hij hier gebruikt:<em> zie mijn ellende aan, door mijn haters mij aangedaan<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Het uiterste gevaar van de nabije dood moet een gelovige niet in verlegenheid brengen of ontmoedigen om te bidden om verlossing, want de ervaring heeft bewezen dat de Heere de gelovige kan <em>verhogen uit de poorten des doods<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Het leven moet niet zozeer om het leven zelf worden bemind, als wel om daarin God te kunnen verheerlijken en anderen op te bouwen in de kennis van God. Want verlossing van de dood wordt hier van God gevraagd om <em>de hele lof van God te vertellen in de poorten <\/em>en de meest open plaatsen<em> van de dochter van Sion<\/em>; dat is: in het gehoor van Gods volk.<\/li>\n\n\n\n<li>Hij krijgt een bevredigend antwoord, wat ons leert dat de Heere in een moment de smekeling kan overtuigen van de toewijzing van zijn gebed, en hem met blijdschap kan vervullen. Zoals de profeet hier in \u00e9\u00e9n adem, eer hij zijn gebed kon afsluiten, ertoe werd gebracht zich te verblijden in het heil of behoud, waarvan hij overtuigd was dat God dit aan hem zou geven:<em> ik zal mij verheugen in Uw heil<\/em>.<\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p>16. <em>De heydenen zijn gesoncken inde groeve, [die] sy gemaeckt hadden; haerlieder voet is gevangen in\u2019t net, dat sy verborgen hadden<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p>17. <em>De HEERE is bekent geworden; hy heeft Recht gedaen: de godtloose is verstrickt in\u2019t werck sijner handen; Higgajon, Sela!<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>18. <em>De godtloose sullen te rugge keeren nae de helle toe; alle Godt-vergetende Heydenen<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p>19. <em>Want de nootdurftige en sal niet voor altoos vergeten worden, [noch] de verwachtinge der elendigen in eeuwicheyt verloren zijn<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p>In de vijfde plaats wordt uiteengezet hoe hij, met vertrouwen in zijn eigen verlossing, verzekerd wordt van de omverwerping van de vijand. Leer hieruit:<\/p>\n\n\n\n<ol class=\"wp-block-list\">\n<li>Gewoonlijk is de verlossing van het vervolgde volk van God verbonden aan de omverwerping van hun verdrukkers. En zeker kan de goddeloze geen kortere weg nemen om zichzelf te ru\u00efneren dan de omverwerping te zoeken van des Heeren gemeente en volk. Want hier <em>zijn de heidenen gezonken in de put die zij gemaakt hadden<\/em>; en hun listige raad tegen de godvrezenden is de valstrik om henzelf te vangen:<em> Hun voeten zijn gevangen in het net dat zij verborgen hadden<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Niet \u00e9\u00e9n van Gods oordelen, en in het bijzonder niet \u00e9\u00e9n van die oordelen waardoor Hij de zaak van Zijn kerk tegen haar vijanden bepleit, mag beschouwd worden als onbetekenend, <em>want de HEERE is bekend door de oordelen die Hij uitvoert<\/em>. Zijn oordelen dragen het inschrift van Zijn wijsheid en rechtvaardigheid, zodat de zonde gelezen kan worden, geschreven op de roede.<\/li>\n\n\n\n<li>Onder andere betoningen van Gods wijsheid en rechtvaardigheid in het straffen van Zijn tegenstanders is deze er \u00e9\u00e9n: de Heere maakt de werken van de goddelozen, en in het bijzonder wat zij doen tegen Zijn volk, juist tot een middel om hen te verdelgen:<em> de goddeloze is verstrikt in het werk van zijn handen<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Zoals de plannen van de goddelozen uit de hel komen, zo keren zij ook daarnaar terug en trekken de plannenmakers met zich. Hoewel zij roepen: \u201cVrede, vrede\u201d, en de vrees voor de hel ver van zich doen, zullen toch <em>alle<\/em> <em>goddelozen terugkeren naar de hel<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Zoals zij die zich aan zondigen overgeven, en in het bijzonder die vijanden van de vrede zijn, de kennis van God wegwerpen uit hun gedachten en gevoelens, zo zal God hen ver van Zijn aanwezigheid wegwerpen:<em> alle God vergetende heidenen zullen terugkeren naar de hel<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Al voert de Heere het oordeel over de godloze verdrukkers van Zijn volk niet direct uit, toch zal hun verwoesting, uit respect dat de Heere voor Zijn volk koestert, zeker komen: <em>zij zullen in de hel neerdalen, want de nooddruftige zal niet voor altoos vergeten worden<\/em>. De roep van de nooddruftigen en verdrukten zal oordeel brengen over de verdrukkers.<\/li>\n\n\n\n<li>Het volk des Heeren is een verootmoedigd volk, verdrukt, leeg gemaakt, bewust van hun nood, gedreven tot dagelijks aankloppen bij God, dagelijks Hem bedelend en alleen levend in de hoop op wat is beloofd. Want zo worden zij hier beschreven: nooddruftige, arme smekelingen die de volvoering verwachten van wat is beloofd.<\/li>\n\n\n\n<li>Al schijnt de Heere de gebeden van de verdrukte godvrezenden terzijde te leggen en hen te vergeten, en al schijnt de hoop van de godvrezende een tijdlang tevergeefs te zijn, <em>toch<\/em> <em>zal hij niet altijd vergeten worden, noch zijn verwachting voor eeuwig verloren zijn<\/em>; en in het bijzonder zal de verwachting die hij heeft van de eeuwige dingen, niet worden teleurgesteld, maar verzadigd<em> voor eeuwig<\/em>.<\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p>20. <em>Staet op, HEERE, laet den mensche sich niet verstercken; Laet de Heydenen voor u aengesichte geoordeelt worden<\/em>.<\/p>\n\n\n\n<p>21. <em>O HEERE, jaecht hen vreese aen; laet de Heydenen weten, [dat] sy menschen zijn, Sela!<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>In de laatste plaats vervolgt hij zijn veroordelende vonnis van de goddelozen met het gebed dat de Heere het al in zijn dagen zou uitvoeren. Leer hieruit:<\/p>\n\n\n\n<ol class=\"wp-block-list\">\n<li>De Heere stelt de uitvoering van het oordeel over de verdrukkers van Zijn volk niet z\u00f3 uit of Hij kan wel gesmeekt worden om het snel af te handelen, en zoals de nood vereist <em>op te staan<\/em> en aan het werk te gaan.<\/li>\n\n\n\n<li>De tijd dat God opstaat, is wanneer de zaak van God, die de godvrezenden bewaren, ongeveer verloren is:<em> sta op, HEERE, laat de mensen niet winnen<\/em>. Daar is de reden waarom hij wil dat God opstaat.<\/li>\n\n\n\n<li>Wanneer God opstaat voor de godvrezenden, maakt Hij duidelijk dat zij Zijn volk zijn en dat hun tegenstanders in feite voor Hem maar heidenen zijn en vreemdelingen wat betreft het inwendige verbond en de gemeenschap van Zijn volk, of zij zich binnen de zichtbare kerk bevinden of niet. Want hij bidt:<em> laat de heidenen voor Uw aangezicht geoordeeld worden<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Zolang God Zijn tegenstanders spaart, kennen zij zichzelf niet, en ook God niet. Zonde verdwaast onwetende mensen zonder genade z\u00f3, dat zij vergeten dat zij sterfelijk zijn en dat God hun Rechter is. Daarom begeert David:<em> laat de naties weten, dat zij mensen zijn<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Waar enige hoop of mogelijkheid is van zaligheid voor vijanden, is het de begeerte van de godvrezende dat zij aan God onderworpen zullen worden en voor Hem verootmoedigd; en dat de oordelen zo gematigd zullen worden dat de vijand er voordeel van heeft, en dat God verheerlijkt wordt:<em> jaag hun vreze aan, dat zij weten, dat zij maar mensen zijn<\/em>.<\/li>\n<\/ol>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Voor het Engelse origineel, zie: http:\/\/classicchristianlibrary.com\/library\/dickson_david\/Dickson-Psalms-v1.pdf 1) 1. EEn Psalm Davids, voor den Oppersang-meester, op Muth Labben. 1) De Bijbeltekst geef ik in de oorspronkelijke Statenvertaling, editie 1637 Hier is Davids loflied voor God 2. Ick sal den HEERE loven met mijn gantsche herte; Ick sal alle uwe wonderen vertellen. 3. In u sal ick [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"jetpack_post_was_ever_published":false,"_jetpack_newsletter_access":"","_jetpack_dont_email_post_to_subs":false,"_jetpack_newsletter_tier_id":0,"_jetpack_memberships_contains_paywalled_content":false,"_jetpack_memberships_contains_paid_content":false,"footnotes":"","jetpack_publicize_message":"","jetpack_publicize_feature_enabled":true,"jetpack_social_post_already_shared":true,"jetpack_social_options":{"image_generator_settings":{"template":"highway","default_image_id":0,"font":"","enabled":false},"version":2}},"categories":[107],"tags":[],"class_list":["post-1462","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-dickson"],"views":27,"jetpack_publicize_connections":[],"jetpack_featured_media_url":"","jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1462","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=1462"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1462\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1481,"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1462\/revisions\/1481"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=1462"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=1462"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=1462"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}