{"id":1604,"date":"2026-03-17T10:34:47","date_gmt":"2026-03-17T10:34:47","guid":{"rendered":"https:\/\/dswpieters.nl\/?p=1604"},"modified":"2026-03-18T15:07:08","modified_gmt":"2026-03-18T15:07:08","slug":"psalm-42","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/2026\/03\/17\/psalm-42\/","title":{"rendered":"psalm 42"},"content":{"rendered":"\n<p>Voor het Engelse origineel, zie: <a href=\"http:\/\/classicchristianlibrary.com\/library\/dickson_david\/Dickson-Psalms-v1.pdf\">http:\/\/classicchristianlibrary.com\/library\/dickson_david\/Dickson-Psalms-v1.pdf<\/a><\/p>\n\n\n\n<p><strong>Psalm 42<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p><sup>1)<\/sup>1. <em>EEn onderwijsinge: voor den Opper-sang-meester, onder de kinderen van Korah.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p><sup>1)<\/sup> De Bijbeltekst geef ik in de oorspronkelijke Statenvertaling, editie 1637<\/p>\n\n\n\n<p>Voor de oudere vertaling (Deux-Aes) zie: <a href=\"https:\/\/www.bijbelsdigitaal.nl\/view\/?bible=deuxa1562\">https:\/\/www.bijbelsdigitaal.nl\/view\/?bible=deuxa1562<\/a><\/p>\n\n\n\n<p>In deze psalm toont David wat zijn verlangen was naar de gemeenschap der heiligen in hun openbare eredienst en dienst aan God, in de tijd van zijn verbanning door de vervolging onder Saul, vers 2\u20145, en hoe hij worstelde met moedeloosheden, door zichzelf ervoor onder handen te nemen en door tot God te bidden, waardoor hij opgericht werd tot hoop en vertrouwen dat hij verhoord zou worden, vers 6\u201412.<\/p>\n\n\n\n<p>2. <em>Gelijck een hert schreeuwt nae de water-stroomen; alsoo schreeuwt mijne ziele tot u, \u00f4 Godt.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>3. <em>Mijne ziele dorstet nae Godt, nae den levendigen Godt: wanneer sal ick ingaen, ende voor Godts aengesichte verschijnen?<\/em><em><\/em><\/p>\n\n\n\n<p>4. <em>Mijne tranen zijn my tot spijse dach ende nacht; om dat sy den gantschen dach tot my seggen, waer is uwe Godt?<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>5. <em>Ick gedencke daer aen, ende storte mijne ziele uyt in my: om dat ick plach henen te gaen onder de schare, [ende] met hen te treden nae Godes huys, met eene stemme van vreuchden-gesanck, ende lof, [onder] de Feest-houdende menichte.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Hij beschrijft zijn verdrietige situatie in zijn verbanning, in het bijzonder wanneer hij zich de plechtige bijeenkomst van Gods volk bij de tempel in herinnering brengt, terwijl hij zichzelf nu \u00f3f in de woestijn \u00f3f onder de heidenen ziet, verstoken van het gebruiken van de instellingen (= de door God ingestelde eredienst). Leer hieruit:<\/p>\n\n\n\n<ol class=\"wp-block-list\">\n<li>Het gaat niet om alleen maar uitwendig gebruiken van de instellingen, maar om omgang met God Zelf, waar de levendige gelovige naar zoekt in het gebruiken van openbare instellingen:<em> mijn ziel schreeuwt tot U, o God<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Wanneer geestelijke verlangens zijn opgewekt, maar door uitstel of uitwendige verhindering niet vervuld worden, zijn ze wat betreft maat en oprechtheid vergelijkbaar met de overeenkomende trek in natuurlijk voedsel:<em> zoals het hert schreeuwt naar de waterstromen, zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>In Hem vinden vereerders van de ware God \u2013 en kunnen zij meer en meer vinden: levendige verkwikkingen voor hun zielen. De ervaring hiervan ontsteekt hun verlangen om die te vernieuwen door de middelen waarvan zij vroeger hebben bevonden dat ze verzadigen: <em>mijn ziel dorst naar God, naar de levende God<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Omdat bijeenkomsten van de gemeente tot uitoefening van de godsdienst de ontmoetingsplaatsen zijn waar God Zich aan Zijn volk toont, daarom zijn de liefhebbers van God hartelijke liefhebbers van de openbare inzettingen, en om deze reden zijn zij uitermate begerig deze te bezoeken:<em> wanneer zal ik ingaan, en voor Gods aangezicht verschijnen?<\/em><\/li>\n\n\n\n<li>Het is voor de goddelozen niet genoeg dat zij de godvrezenden in verdrukking zien, tenzij zij de ellende van de godvrezenden schrijven op rekening van hun godsdienst en hen beledigen als athe\u00efsten, valse aanbidders, of als huichelachtige mensen, door God verlaten:<em> zij zeggen steeds tegen mij: \u201cWaar is uw God?\u201d<\/em><\/li>\n\n\n\n<li>Het is inderdaad een zaak van grote smart om te merken dat satan, goddeloze mensen en Gods besturingen schijnbaar zeggen dat een godvrezende ziel door God verworpen is; en om te zien dat de eer van de ware godsdienst en iemands aandeel in God in twijfel worden getrokken en doorschoten worden met vurige pijlen van beledigende vijanden. Dit is voldoende om voor zo\u2019n ziel alle schepselmatige vertroostingen smakeloos te maken:<em> mijn tranen zijn voor mij dag en nacht tot spijs geweest, terwijl zij voortdurend tegen mij zeggen: \u201cWaar is uw God?\u201d<\/em><\/li>\n\n\n\n<li>Zoals zij die het meeste hadden van de middelen der genade, schaarsheid kunnen krijgen voordat alles voorbij is, zo zal ook niemand het gebrek eraan zwaarder voelen dan zij die het meeste geestelijke nut ervan hebben geoogst: <em>wanneer ik daaraan denk, stort ik mijn ziel uit in mij<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>In plaats van dat de heiligen zich zouden afscheiden van de gemeenschap van de zichtbare kerk in de openbare oefeningen van de heilige inzettingen \u2013 al weten ze zeker dat niet allen die zich met hen verenigen, gezonde christenen zijn \u2013, zou het hun blijdschap moeten zijn dat menigten deelnemen aan het gebruiken van in ieder geval enige openbare middelen, en dat zulke mensen die niet openbaar ergerlijk leven, zich voegen bij al de inzettingen waardoor God openlijk ge\u00eberd kan worden en Zijn uitverkorenen onder hen op Zijn eigen tijd bekeerd kunnen worden. Want David <em>ging met de menigte, en wel naar het huis van God, met een stem van vreugde en lof, en met een menigte die de heilige-dag hield<\/em>. En dit was in de tijd, toen koning Saul en zijn hofpersoneel in de openbare inzettingen verenigd waren met hem en met Jonathan en andere godvrezende mensen. Nu, wat de samenstelling van de zichtbare kerk was in Sauls dagen, wat betreft de huichelachtigheid van de belijders, wist David; en heel wat van zijn Psalmen tonen het. En toch, ondanks dat alles, wenst hij dezelfde gelegenheid om God te aanbidden weer te hebben, en waardeert hij het hoog wat hij eens genoot.<\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p>6. <em>Wat buycht ghy u neder, \u00f4 mijne ziele, ende zijt onrustich in my? hoopt op Godt, want ick sal hem noch loven, voor de verlossingen sijns aengesichts.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>In het tweede deel van de Psalm worstelt hij met moedeloosheid. En er zijn vier conflicten. In het eerste spant hij zich in om zich op drie manieren te troosten:<\/p>\n\n\n\n<ul class=\"wp-block-list\">\n<li>eerst door zichzelf te berispen om zijn neerslachtigheid van geest en onrust;<\/li>\n\n\n\n<li>vervolgens door Gods genade in zich op te wekken, namelijk geloof en hoop;<\/li>\n\n\n\n<li>ten derde door toepassing van het beloftewoord aan hem gedaan, om beide te versterken, om het vol te houden tot de Heere Zijn beloofde vriendelijkheid zou tonen.<\/li>\n<\/ul>\n\n\n\n<p>Leer hieruit:<\/p>\n\n\n\n<ol class=\"wp-block-list\">\n<li>Wanneer grote moeiten iemand, in plaats van hem te verootmoedigen, neerdrukken tot neerslachtigheid en moedeloosheid van geest, is het de wijsheid van een begenadigde om zich voor deze onredelijke vlaag van ongeloof te berispen en zijn geweten te dwingen zich te verantwoorden, waarom hij zo ver aan de verzoeking heeft toegegeven:<em> waarom buig je je neer, o mijn ziel?<\/em><\/li>\n\n\n\n<li>Ongeloof wordt in een kind van God gevolgd door rusteloosheid van geest als kastijding die door die zonde wordt voortgebracht, voor welke onrust hij ook terecht kan worden beschuldigd en waarvoor hij niet in staat zal zijn een reden op te geven:<em> waarom ben je onrustig in mij?<\/em><\/li>\n\n\n\n<li>Het enige middel om moedeloosheid en onrust van het gemoed te genezen is het geloof aan het werk te zetten om tot God te gaan en Hem aan te grijpen, en om binnen de voorhang het anker uit te werpen, hopend op en verwachtend verlichting van Hem:<em> hoop op God<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>De gelovige kan zich in het midden van moeiten nieuwe ervaringen van Gods vriendelijkheid en vertroosting beloven, door bevrijding daaruit. En God kan hij lofzegging beloven:<em> ik zal Hem nog loven voor de verlossingen van Zijn aangezicht<\/em>.<\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p>7. <em>\u00f4 Mijn Godt, mijne ziele buycht haer neder in my, daer om gedencke ick uwer uyt het lant der Iordane, ende Hermonim uyt het kleyn geberchte.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>In het tweede conflict keert hij zich tot God en legt hij de zaak van zijn ontmoedigd hart Hem voor, terwijl hij zich inspant om van oude ervaringen gebruik te maken. Leer hieruit:<\/p>\n\n\n\n<ol class=\"wp-block-list\">\n<li>Al kan en moet een neerslachtige en moedeloze ziel met zichzelf op een verstandige manier omgaan om zich te herstellen, toch kan zij het niet met goed gevolg. Maar zoals een ziek en zwak mens, die uit zijn bed gevallen is, om hulp roept, zo moet de ziel tot God roepen en haar zaak voor Hem uiteenzetten, zodat Hij haar zal herstellen:<em> o mijn God, mijn ziel is neergebogen in mij<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Al is het waar dat de macht om de middelen krachtig te maken niet in ons is maar in de handen des Heeren, toch moeten we niet ophouden om de middelen waardoor de Heere gewoonlijk Zijn doorwerkende kracht overbrengt, verstandig te blijven gebruiken; en om ervaringen in herinnering te roepen, als een goed middel om onszelf te herstellen:<em> o mijn God, mijn ziel is in mij neergebogen, daarom zal ik aan U gedenken uit het land van de Jordaan<\/em>. Dat is: ik zal mij erop richten om mijzelf te vertroosten door mij in herinnering te brengen wat ik in verscheidene plaatsen in Judea bij ervaring heb ondervonden van Uw goedheid voor mij. En ik zal mijn blik richten naar het Heilige Land en naar de tempel, de plaats waar Uw genadige aanwezigheid is beloofd en waar Uw eer woont.<\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p>8. <em>D\u2019afgront roept tot den afgront, by\u2019t gedruys uwer water-goten: alle uwe baren ende uwe golven zijn over my henen gegaen.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>In het derde conflict, waarin juist de herinnering aan voorgaande ervaring, die net gebruikt werd om hem te troosten, zijn smart opnieuw doet opvlammen, leer:<\/p>\n\n\n\n<ol class=\"wp-block-list\">\n<li>Hoewel het gebruiken van de juiste en daarvoor bestemde middelen om ons te troosten een tegenovergesteld gevolg schijnt te hebben aan wat wij bedoelden, en dat het onze smart schijnt te vermeerderen door ze te gebruiken, toch moeten we blijven worstelen om het ene middel na het andere te gebruiken, terwijl we gebed mengen met alle andere middelen, zoals David hier doet, wanneer hij zegt:<em> afgrond roept tot afgrond, bij het gedruis van Uw watergoten<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Zoals het geluid van regen uit de wolken een geluid veroorzaakt in de wateren en vloeden hier beneden, zoals het rijzen van beken rivieren doet rijzen en zij zich allemaal lozen in de zee, en zoals de golven van de zee de ene de andere oproept om de vorige direct te volgen, zo maakt de ene smart de andere wakker, versterkt de ene verzoeking de andere, vermeerdert het ene conflict het andere totdat een zee van moeiten, opgezweept door een storm, de mens lijkt te overweldigen:<em> al Uw baren en Uw golven zijn over mij heengegaan<\/em>.<\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p>9. <em>[Maer] de HEERE sal des daechs sijne goedertierenheyt gebieden, ende des nachts sal sijn liedt by my zijn; het gebedt tot den Godt mijns levens.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>10. <em>Ick sal seggen tot Godt, Mijne steen-rotzse, waerom vergeet ghy my? waerom gae ick in\u2019t swart, van wegen des vyants onderdruckinge?<\/em><em><\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Om deze nieuwe aanval af te slaan, komt het geloof voor de derde keer tevoorschijn en belooft het de worstelaar wat God aan de gelovige heeft beloofd. Hierop besluit hij zijn zaak nog dringender te bepleiten en God weer opnieuw met gebed nog ernstiger aan te lopen, opdat hij zou overwinnen. Leer hieruit:<\/p>\n\n\n\n<ol class=\"wp-block-list\">\n<li>Geloof ziet in Gods Woord en in vroegere bewijzen van Zijn waarheid in Zijn Woord getoond, als het ware een geschreven bevel en opdracht, klaar om te worden uitgevoerd in daden van voorzienigheid, om de gelovige met zoveel nieuwe ervaring te verzadigen dat het hem dag en nacht vervult met een gevoel van Gods liefde en lofzangen: <em>maar de HEERE zal des daags Zijn goedertierenheid gebieden, en des nachts zal Zijn lied bij mij zijn<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>De zorg voor ons leven, lichamelijk, geestelijk en eeuwig, rust op God uit kracht van Zijn verbond met ons om het te bewaren, het te voeden en het te vernieuwen in al het verval ervan, totdat het de onveranderlijke gelukzaligheid bezit. Dit te geloven is een grond van volharding in het gebed:<em> mijn gebed zal zijn tot de God van mijn leven<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Geloof mag zijn recht voor God bevorderen en mag pleiten dat de gelovige niet zal worden verworpen, en het kan de schijn van verworpen zijn, die zich aan het gevoel voordoet, betreuren:<em> ik zal tegen God zeggen: \u201cWaarom hebt U mij vergeten?<\/em><\/li>\n\n\n\n<li>De gelovige moet in zijn klachten niet zijn eigen geloof verzwakken, maar eerder zijn ongeloof verzwakken. En met dit doel moet hij zijn geloof vaststellen voordat hij klaagt. <em>Ik zal zeggen tegen God, mijn Steenrots<\/em><em>\u2014<\/em>hier wordt het geloof vastgesteld. Dan volgt de klacht\u2014<em>\u201cWaarom hebt U mij vergeten? Waarom ga ik treurend vanwege onderdrukking door de vijand?\u201d<\/em><\/li>\n<\/ol>\n\n\n\n<p>11. <em>Met eene dootsteke in mijne beenderen hoonen my mijne wederpartijders:<\/em> <em>als sy den gantschen dach tot my seggen, Waer is uwe Godt?<\/em><em><\/em><\/p>\n\n\n\n<p>12.<em> Wat buycht ghy u neder, o mijne ziele, ende wat zijt ghy onrustich in my? Hoopt op Godt, want ick sal hem noch loven; hy is de menichvuldige verlossinge mijns aengesichts, ende mijn Godt.<\/em><\/p>\n\n\n\n<p>Leer uit het vierde conflict dat hij vooral heeft met de spotters van zijn godsdienst, van zijn zaak en zijn vertrouwen op God:<\/p>\n\n\n\n<ol class=\"wp-block-list\">\n<li>Het scherpste deel van de beproeving en verdrukking van een gelovige is, wanneer in zijn persoon de dienst en eer van God worden bespot. Deze wrede soort vervolging dringt het diepst in zijn hart, omdat het er zich op richt om de mens tot wanhoop te drijven, en om de dienst van en het geloof in God buiten werking te stellen:<em> als met een zwaard in mijn beenderen honen mijn wederpartijders mij<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>De voortduur van de smaad van de godsvreze, en (de voortduur) van de belediging door spotters, die de dienst van God recht in iemands gezicht minachten, terwijl het schijnt dat zijn verdrukking hem vertwijfeld maakt om verlichting te ontvangen, vergroot de kracht van de verzoeking en de smart van de godvrezende zeer:<em> een zwaard in mijn beenderen, terwijl zij de dagelijks tegen mij zeggen: \u201cWaar is uw God?\u201d<\/em><\/li>\n\n\n\n<li>Zoals de strijd tegen moedeloosheden en ongeloof gewoonlijk vaker wordt vernieuwd, zelfs nadat de gelovige een- en andermaal de overwinning heeft behaald, en zoals de zwakheid van de worstelaar gewoonlijk vaker aan de dag treedt, zo moeten dezelfde middelen en wapens vaker worden gebruikt, en moeten we niet moe worden om door te vechten. Want \u2018<em>waarom buig je je neer, o mijn ziel<\/em>\u2019 wordt nu net als eerder herhaald, het ongeloof en de onrust door het ongeloof veroorzaakt moeten weer opnieuw worden bestraft \u2018<em>waarom ben je onrustig in mij?<\/em>\u2019 Geloof en hoop moeten aan het werk worden gezet tegen alle schijn dat hulp uitblijft \u2018<em>hoop op God<\/em>\u2019 en wij moeten als het ware voor onszelf borg zijn van Gods beloften aan ons gedaan, dat zij volbracht zullen worden:<em> ik zal Hem nog loven<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Zoals het gezicht van de godvrezende niet anders kan zijn dan zwaarmoedig, neerslachtig en verdrietig (net als bij iemand die ziek is) wanneer de Heere zowel de uitwendige tekenen van Zijn gunst als Zijn inwendige vertroosting voor een tijd terugtrekt, zo ook is zijn gezicht vrolijk wanneer God terugkeert om de Zijnen te troosten en te eigenen, \u00f3f zowel inwendig als uitwendig, \u00f3f alleen inwendig:<em> Hij is de gezondheid van mijn aangezicht<\/em>.<\/li>\n\n\n\n<li>Hoewel de Heere voor een tijd de uiterlijke verdrukking niet zal wegnemen, en geen inwendige vertroosting zal geven, toch zal geloof steunen op het verbond en zijn volle gewicht daarop leggen. En het kan dit ook vol vertrouwen doen, want het verbond zal onder die persoon niet zinken, evenmin onder zijn last: <em>Hij is mijn God<\/em>.<\/li>\n<\/ol>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Voor het Engelse origineel, zie: http:\/\/classicchristianlibrary.com\/library\/dickson_david\/Dickson-Psalms-v1.pdf Psalm 42 1)1. EEn onderwijsinge: voor den Opper-sang-meester, onder de kinderen van Korah. 1) De Bijbeltekst geef ik in de oorspronkelijke Statenvertaling, editie 1637 Voor de oudere vertaling (Deux-Aes) zie: https:\/\/www.bijbelsdigitaal.nl\/view\/?bible=deuxa1562 In deze psalm toont David wat zijn verlangen was naar de gemeenschap der heiligen in hun openbare eredienst [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"jetpack_post_was_ever_published":false,"_jetpack_newsletter_access":"","_jetpack_dont_email_post_to_subs":false,"_jetpack_newsletter_tier_id":0,"_jetpack_memberships_contains_paywalled_content":false,"_jetpack_memberships_contains_paid_content":false,"footnotes":"","jetpack_publicize_message":"","jetpack_publicize_feature_enabled":true,"jetpack_social_post_already_shared":true,"jetpack_social_options":{"image_generator_settings":{"template":"highway","default_image_id":0,"font":"","enabled":false},"version":2}},"categories":[107],"tags":[],"class_list":["post-1604","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-dickson"],"views":10,"jetpack_publicize_connections":[],"jetpack_featured_media_url":"","jetpack_sharing_enabled":true,"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1604","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=1604"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1604\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1611,"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1604\/revisions\/1611"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=1604"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=1604"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/dswpieters.nl\/index.php\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=1604"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}