Deze dag [22 maart 2007] heb ik zes bezoeken aan zes (oudere) weduwen gebracht en dat heeft veel energie van mij gevergd. Zes weduwvrouwen, zes levensverhalen, zes zielen op reis naar de eeuwigheid. De gemeente Garderen heeft veel weduwen. Het is mij met deze bezoeken weer opgevallen dat weduwen heel verschillende levenservaringen hebben. De ene is jong weduwe geworden de ander oud. Zo zijn er talloze verschillen. Toch hebben ze een aantal dingen gemeen.
Wat betekent het om oud en alleenstaand te zijn? Oud betekent dicht bij het einde van het leven. Ouderdom is de laatste levensfase. In deze levensfase worden mensen weer hulpbehoevend en kunnen ze zich vaak niet meer alleen redden. Zij zijn afhankelijk van allerlei voorzieningen. Ouderdom en eenzaamheid gaan doorgaans gepaard met terugzien op het verleden, denken over het heden en bang zijn voor de toekomst. Ouderen werken vaak niet meer en leven vaak voor de dag. Om pastorale zorg aan ouderen en alleenstaanden te verschaffen moet men kennis van de ouderdom bezitten. Wanneer is iemand oud? Wat gaat er bijvoorbeeld om in iemand die al tachtig jaren leeft? Hoe kijkt zo iemand naar het verleden, het heden en de toekomst? Welke plaats neemt een oudere in de huidige samenleving in? Hoe wordt er teruggezien op gouden en donkere momenten in het leven van ouderen?
Meestal staan de gouden momenten in de schaduw van de donkere. Ouderen hebben vaak veel moeten meemaken. De meesten kennen tijden van armoede, oorlog en crisis. Zij zitten vol van dingen die zij beleefd hebben; ook dingen zie zij (nog) niet verwerkt hebben. Een man die als soldaat de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt, zal veel van die gruwel niet zijn vergeten. Een moeder die een zoontje op jonge leeftijd heeft verloren, zal zich vaak afvragen: hoe zou hij er nu uitzien?
Nooit heb ik een oudere ontmoet die zei dat zijn/haar leven niet voorbij gevlogen is. Ik heb ook nooit een oudere ontmoet die zei dat zij/hij het ideale leven geleefd had. Mozes schrijft in Psalm 90 dat ook al worden wij oud of zelfs zeer oud, een groot deel van ons leven gevuld is met moeite en verdriet. Problemen op sociaal, financieel, lichamelijke terrein teisteren ons keer op keer. Het leven raast voorbij en dan ontmoeten wij de dood. In deze fase zullen ouders ook terugzien op wat men gedaan heeft met de geweldige verantwoordelijkheid betreffende het opvoeden van kinderen. Velen worstelen met de verdrietige gevolgen van de zonden in het leven van hun kinderen en geven zichzelf de schuld.
Er wordt vaak gedacht over het nut van het leven. Wat voor doel heeft mijn leven gehad? Heeft het enig verschil gemaakt in deze wereld dat ik er was? Was mijn leven nuttig? Hoe gaan mensen over mij praten als ik weg ben? Of zal ik al gauw vergeten worden na mijn dood?
Het begrip van verlies neemt ook een grote plaats in in het leven van ouderen. Zij verliezen hun lichamelijke kracht en inzicht en worden beperkt in de dingen die zij kunnen doen. Ze moeten weer (voor het eerst sinds hun kinderjaren) op anderen steunen. Dagelijkse taken en plichten van het leven kunnen ze zelf niet meer doen. Ze worden afhankelijk van anderen om bij de dokter, kerk, vrienden, enz. te komen. Veel nieuwe (technische) ontwikkelingen in onze samenleving zijn voor hen moeilijk te begrijpen. Bankzaken worden nu moeilijk te volbrengen zonder het gebruik van internetbankieren. Er zijn gevallen dat kinderen hun ouders zien als een financiële en sociale last: ze belemmeren hun uitgaansleven. De wereld heeft geen tijd en geld voor ouderen.
Ouderen verliezen vaak hun gezag in het kerkelijk leven en gezinsleven. Al hoort de ouderdom een levensfase van wijsheid te zijn, is dit in de huidige samenleving vaak niet het geval. In Indiaanse culturen wordt de wijsheid van ouderen sterk gerespecteerd en soms vereerd. Dit is in de westerse wereld absoluut niet meer zo. Het bezit van aardse goederen speelt een grotere rol dan het bezit van een hoge leeftijd.
Het verliezen van gezondheid is ook een nooit ophoudende angst voor ouderen. Kwaal op kwaal kan hen overkomen. Ziekten kondigen de aankomende dood aan. Wachtkamers in klinieken en ziekenhuizen kunnen veel bezochte plaatsen worden. Medicijnen en operaties kunnen de dood uitstellen maar niet voor altijd. De medische kant van de strijd moet het een keer opgeven.’
Het verlies van vrienden en familie (leeftijdsgenoten) is ook een realiteit die zij keer op keer moeten verwerken. Naar mate mensen ouder worden, vallen er meer mensen om hen heen weg. Een vertrouwde band met broers en zussen kan door de dood radicaal worden afgesneden. Goede vriendenkringen worden ooit gebroken door het sterven van leden. Het verlies van leven staart de oudere in de ogen totdat hij / zij zelf de dood ontmoet.
De grootste angst voor ouderen, in het denken over de toekomst is, dat er geen toekomst voor hen meer bestaat. Het leven is bijna ten einde.
Wat verwachten ouderen van een pastoraal bezoek? Pastorale bezoeken aan ouderen kunnen in drie kaders gebracht worden – namelijk: verleden, heden en toekomst. Ouderen hebben vaak veel verhalen die zij kwijt willen. De pastor heeft de taak om er naar te luisteren. Verhalen die aan een pastor worden verteld, dienen ook te worden gebruikt; ook al kunnen verhalen van oudere mensen langdradig zijn. Elk mens heeft gevoelens en dat geldt ook voor oudere mensen. Veel gevoelens zijn een resultaat van eenzaamheid. Toch mag een pastoraal bezoek niet dienen voor tijdverdrijf of een kleine tijd van vermaak voor de oudere, maar op oude leeftijd speelt de geestelijke staat de grootste rol. In deze laatste levensfase is het meer dan ooit belangrijk voor de pastor om het gemeentelid naar Christus en Zijn heilswerk te wijzen. Dat wij door alle moeilijkheden van dit tijdelijke en aardse leven geleefd hebben en leven met dat ene doel om God en Zijn Naam te verheerlijken. Het is wenselijk dat bejaarden zelfs op hoge leeftijd geduldig zijn in tegenspoed en dankbaar in voorspoed. God is getrouw en zal niemand meer geven dan ze kunnen dragen. Niemand zal ze uit Zijn hand rukken.
Ik vond het tijdens deze gesprekken niet altijd gemakkelijk om me in anderen in te leven. Ik weet niet wat het is om alleen te zijn. Alleenstaanden moeten alleen opstaan, alleen eten, vaak alleen de dag en avond doorbrengen en hebben niet altijd iemand om hun belevenissen mee te delen en mee te verwerken.’
Tot zover de mijmeringen van een bezoekbroeder in opleiding. Jonge lezers krijgen hiermee een uitnodiging om nu hun Schepper te zoeken, in hun jonge jaren, opdat ze, wanneer ze oud zijn geworden en misschien steeds eenzamer worden, de Enige Troost mogen kennen die hun leven in verwachtingsvol Licht plaatst!
Ouderen die dit lezen, herkennen er misschien veel in. Zoek die Vriend te kennen Die nooit alleen laat of in de steek laat. Zoek vertrouwelijke omgang met Hem. En heel praktisch: laten we als medeleden van Christus’ lichaam elkaar bezoeken en elkaar op het eenzame en misschien moeilijker wordende levenspad steunen.
