Website van Ds. W. Pieters

Is God (n)iets verplicht? (1994)

I

God is aan ons mensen niets verplicht. Hij kan ons voorbijgaan als Hij dat wil en nooit naar ons omzien. Maar God heeft Zich toch aan Zijn Eigen Woord verplicht? Als er staat: “Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vervullen”; “Vraag naar de HEERE en Zijn sterkte”; “Indien iemand wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere…” Als ik zulke dingen lees, mag ik dan niet geloven dat Hij dat ook zal doen? Of zijn alle beloften alleen voor de gelovigen? En als God de mens nu niets verplicht is, hebben zulke beloften dan nog zin?

Zo luidt de vraag van een lezeres van ‘Om Sions Wil’.

We moeten goed onderscheiden. God is aan ons mensen niets verplicht. Dat betekent: God was niet verplicht om ons Zijn Woord te geven. Hij was aan niemand verplicht om iets te beloven. En dat geldt nog. Maar als de Heere een belofte geeft, verplicht Hij Zich vrijwillig om die belofte ook te vervullen. Dus God is aan mij niets verplicht, maar aan Zijn beloften heeft Hij Zich verplicht. Met eerbied gezegd geldt ook voor de Heere: belofte maakt schuld. Als God een belofte niet vervult, is Hij een leugenaar. En met nadruk zegt Paulus in Titus 1 vers 2: God kan niet liegen. En vaak vraagt de bidder in de Psalmen dat de Heere Zijn belofte toch zal houden, denk aan Psalm 31 vers 2, waar hij smeekt: “Op U, o HEERE, betrouw ik, laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid; help mij uit door Uw gerechtigheid.” En kanttekening 2 op het woord ‘gerechtigheid’ luidt: die vereist dat Gij Uw Woord houdt. Of denk aan Psalm 143 vers 1, waar hij bidt: “O HEERE, hoor mijn gebed, neig de oren tot mijn smekingen, verhoor mij naar Uw waarheid, naar Uw gerechtigheid.” Bij ‘waarheid’ mogen we denken aan: Heere, U hebt het toch beloofd!

Alleen, nu is de vraag: voor wie zijn nu Gods beloften?

Er staan in de Bijbel verschillende soorten beloften. In de eerste plaats voorwaardelijke beloften. Dat zijn beloften, waarbij een zinnetje staat, als: indien gij zo zult doen, dan zal Ik ook dit of dat doen. Denk aan Leviticus 26 vers 41, waar de Heere zegt: als hun onbesneden hart gebogen wordt en zij aan de straf op hun ongerechtigheid een welgevallen zullen hebben, dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond. Denk ook aan Openbaring 3 vers 20, waar de Heere Christus zegt: “Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop; indien iemand Mijn stem zal horen en de deur opendoen, Ik zal tot hem inkomen en Ik zal met hem avondmaal houden en hij met Mij.” Hier vinden we een belofte met een daaraan voorafgaande voorwaarde. God is niet verplicht die beloften te vervullen, tenzij wij eerst de voorwaarden vervullen.

Nu komt natuurlijk heel de problematiek aan de orde of we dat zelf kunnen, enzovoorts, maar daarover gaat het nu niet. We moeten de zaken ordelijk houden. We zien dus dat er voorwaardelijke beloften zijn. En mocht het zijn, dat we met de gestelde voorwaarden weer aan de voeten Gods neervallen, bedelende dat Hij Zelf die voorwaarden in ons zal vervullen.

Onder deze voorwaardelijke beloften rekenen we ook die beloften, waarbij een bevel is gevoegd. De vraagsteller noemt er zelf een paar: “Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vervullen.” (Psalm 81 vers 11b). Hier staat een belofte, dat de HEERE onze mond zal vervullen, dat Hij ons van het nodige en het goede zal voorzien. Maar er staat een bevel vooraf: doe uw mond wijd open. En als wij dat niet doen, is God niet verplicht om Zijn belofte te houden. Zo ook in Jakobus 1 vers 5–7, waar de apostel schrijft: “Indien het iemand van u aan wijsheid ontbreekt, laat hij ze van God begeren, die aan een ieder mild geeft en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden. Maar laat hij ze begeren in geloof, niet twijfelend; want wie twijfelt, is een baar der zee gelijk, die door de wind gedreven en op en neer geworpen wordt. Want laat die mens niet menen dat hij iets ontvangen zal van de Heere.”

We zullen zeer zeker de benodigde wijsheid voor tijd en eeuwigheid, naar het natuurlijke en het geestelijke, ontvangen van de Heere, indien wij ze begeren van Hem, in geloof, zonder te twijfelen. Begeren we ze niet, dan krijgen we ze niet. Begeren we ze wel, maar niet in geloof, dan krijgen wij ze ook niet. Dus er staat een voorwaarde, een bevel bij, waarvan de vervulling der belofte afhankelijk is.

Er zijn ten tweede ook algemene beloften, die zonder voorwaarden zijn geschreven. Deze zijn altijd geadresseerd aan hen die de inhoud nodig hebben. Voorbeeld: in Hebreeën 13 vers 5 staat: “Hij heeft gezegd: Ik zal u niet begeven en Ik zal u niet verlaten.” Er staat niet meteen een adres bij, maar als we onderzoeken tot wie de Heere dit zei en nog zegt, dan blijkt duidelijk dat het niet is gericht aan de vijanden van God, maar aan hen die zonder Hem niet meer kunnen leven!

Een vraag bij deze beloften is dus: zijn deze beloften aan u geadresseerd? Maar deze vraag mogen we gerust ook zo stellen: hebt u aan deze beloften behoefte, hebt u er belang bij?

Is het nu zo, dat u uw onwaardigheid inleeft en dus geheel en al leert beamen: God is aan mij niets verplicht; en leest u in Gods Woord een belofte, dan mag u onderzoeken: is dit een belofte met een voorwaarde, een bevel? Dan vraag ik aan de Heere om Zelf deze voorwaarde in mij te vervullen, dit bevolene in mij te werken. Staat er geen bevel, geen voorwaarde bij, dan onderzoekt u aan wie de belofte is geadresseerd. Kunt u enigszins uw eigen naam erin lezen, nader dan vrijmoedig tot de Heere en smeek Hem om uit genade deze belofte aan u te vervullen. Heeft de Heere een belofte beloofd, waarvan u kunt geloven, dat ze ook aan u is geadresseerd, dan mag u met de dichter van Psalm 143 zeggen: HEERE, hoor naar mijn gebed, zoals U hebt gesproken, zoals U hebt beloofd.

Zijn de beloften alleen voor de gelovigen? Ja en nee. Een ieder die geloof oefent op de Belover, is gerechtigd zich de beloften Gods toe te eigenen, er de Heere op aan te spreken en aan Zijn Troon te smeken om de vervulling. Kunt u niet precies bekijken of u een gelovige bent of niet en of u nu geloof hebt of niet, dan vermoeit u zich maar niet met die onbelangrijke vraag en smeekt u eenvoudig, dat de Heere u nu geloof in Hem, de Belover, geeft en zo de belofte vervult.

Over de auteur

Ds. W. Pieters

Reageren

Website van Ds. W. Pieters

Over ds. W. Pieters

In 1957 werd ik in Ede op de Veluwe geboren. Na de middelbare school werd ik student theologie in Utrecht in 1976. In oktober 1979 ontving ik preekbevoegdheid in de Nederlandse Hervormde Kerk en op 5 mei 1981 werd ik door ds. J. Catsburg bevestigd in het ambt van herder en leraar, te Genemuiden.
Na negentien jaar volgde, in september 2000, de Reformed Church in America in Springford, Ontario, Canada. Daarna, in januari 2005, de Hervormde Gemeente van Garderen (buiten de PKN). En in januari 2019 kwam ik in mijn laatste gemeente, Elspeet, die ik tot 1 mei 2025 mocht dienen.

Bij deze heeft een ieder toestemming gebruik te maken van alles wat op deze blog verschijnt (ook zonder bronvermelding – omdat het er niet om gaat wíe wat zegt, maar wát wordt gezegd), onder voorbehoud dat het niet tot afbreuk van Gods Koninkrijk zal zijn. Mijn verlangen is dat God dit communicatiemiddel zegent tot eer van Zijn Naam, tot stichting van Zijn gemeente, en tot nut van een ieder die (hoe toevallig ook) op deze pagina aanlandt.

Categorieën