Website van Ds. W. Pieters

Wat zeggen de kanttekeningen van de Statenvertaling over het aanbieden van Gods genade?

W

Het woord ‘aanbod’ komt in de Bijbel niet voor. Wel hebben de kanttekeningen het erover, onder andere bij Lukas 19 vers 44, waar gezegd wordt: “…omdat gij de tijd van uw bezoek niet bekend hebt.” De kanttekening zegt bij ‘de tijd van uw bezoeking’: Namelijk, waarin door de prediking van het Evangelie de genade Gods u nu wordt aangeboden.

Ook komt het woord voor in de kanttekening op Openbaring 16 vers 9, waar staat: “…en zij bekeerden zich niet om Hem heerlijkheid te geven.” Bij ‘om Hem heerlijkheid te geven’ zegt de kanttekening: Namelijk, in het bekennen van Zijn rechtvaardigheid, en aannemen van Zijn barmhartigheid en genade, die hun worden aangeboden.

In beide teksten gaat het over vijanden van God, die zich niet bekeren, maar in ongeloof vergaan. Het gaat dus niet over mensen die enige kenmerken van de verkiezing tonen, maar over mensen die de tijd van het bezoek Gods niet bekennen, niet erkennen, niet herkennen; over mensen die zich niet bekeren en God niet verheerlijken. Van dat soort mensen zeiden onze statenvertalers, dat aan hen de genade wordt aangeboden!

Wat betekent dat? Onze vaderen hadden, toen zij de kanttekeningen opstelden, een grote strijd gestreden tegen de remonstranten. De remonstranten zeiden dat God Zijn Evangelie aan alle hoorders van het Woord aanbood en dat die mens dan vrij kon en mocht en ook moest beslissen, wat hij met dat woord van het Evangelie zou doen: aannemen of verwerpen…

Onze vaderen ontkenden dat God het Evangelie zó aan alle hoorders van het Woord zou aanbieden, dat de uiteindelijke beslissing bij de mens zou liggen.

Toen verweten onze tegenstanders op de Dordtse Synode aan onze vaderen, dat zij dan het Evangelie niet meer konden prediken aan alle creaturen. Dat ze dan de genade van God niet vrijelijk konden aanbieden. Daartegen hebben onze vaderen zich altijd verweerd en gezegd, dat de prediking van Gods genade tot alle mensen komt, maar dat dit niet betekent, dat de beslissing bij de mens ligt. Nee, de Heere biedt Zijn genade wél aan, maar niemand neemt die aan. Alle mensen zijn vijandig dood, zodat we allen vanuit onszelf deze aangeboden weldaad áfwijzen. Er is een daad van God voor nodig, zal een mens (u of ik) ooit gaan geloven, Jezus aannemen.

Onze vaderen hebben geleerd: de aangeboden genade moet in geloof worden aanvaard/aangenomen. We moeten en mogen Gods belofte, die tot ons allen komt, gelovig omhelzen. Doen we dat niet, dan sluiten we onszelf buiten het Koninkrijk Gods.

De Heere zegt in Zijn aanbod: “Je bent welkom bij Mij, Ik roep je om te komen tot Mij en te geloven in Mijn Zoon. Ik verklaar, dat Ik niemand zal wegsturen, die aan Mijn voeten buigt en zijn schuld belijdt. Ik beloof je de eeuwige zaligheid, wanneer je Christus kust!” En God meent dit.

Onze gereformeerde leer werd meermalen beticht van huichelachtigheid, omdat we de prediking van het Evangelie wensten te brengen aan álle hoorders en niet aan een speciale groep, nl. die reeds verootmoedigd was of berouw toonde. Nee, de belofte des Evangelies is: wie in de gekruisigde Christus gelooft, hééft het eeuwige leven. En deze belofte komt tot allen, zonder onderscheid. Deze ware en oprecht gemeende belofte wordt aan de kinderen der gemeente verzegeld in het teken van de doop. De Heere zet als het ware Zijn handtekening onder Zijn Woord, ten teken, dat Hij het echt meent!

Hier volgen wat voorbeelden vanuit de kanttekeningen van de Statenbijbel:

Spreuken 9 vers 2: “De opperste Wijsheid heeft Haar slachtvee geslacht. Zij heeft Haar wijn gemengd; ook heeft Zij Haar tafel toegericht.”

Versta het Woord Gods, het ware voedsel der ziel, en alle geestelijke en zaligmakende weldaden die ons daarin beloofd en in de sacramenten aangeboden worden, waarop volgen zal de volmaakte vreugde van het toekomstige leven.

Jesaja 7 vers 13: “Toen zei Jesaja tegen koning Achaz: ‘Hoor nu, huis van David: is het u te weinig, dat gij de mensen moe maakt, dat gij ook mijn God moe maakt?’”

De zin is: Tot nog toe hebt gij mij en andere profeten des Heeren klein geacht, ja veracht, onze vermaningen niet gelovende en niet aannemende; maar nu zijt gij voor God de Heere Zelf lastig of moeilijk, omdat gij de genade, die Hij u aanbiedt, veracht.

Jesaja 8 vers 15: “En velen onder hen zullen struikelen en vallen en verbroken worden, en zij zullen verstrikt en gevangen worden.”

Omdat zij de aangeboden genade des Heeren door ongeloof zouden verwerpen, daarom zou die hun tot grotere veroordeling strekken.

Jesaja 50 vers 1-2: “Zo zegt de HEERE: Waar is de scheidbrief van uw moeder, waarmee Ik haar weggezonden heb? Of wie is er van Mijn schuldeisers, aan wien Ik u verkocht heb? Ziet, om uw ongerechtigheden zijt gij verkocht, en om uw overtredingen is uw moeder weggezonden. Waarom kwam Ik, en er was niemand?”

Namelijk die Mijn woord hoorde en gehoorzaamde, toen Ik u door de profeten, Mijn dienaars, tot boete liet roepen en Mijn genade liet aanbieden.

Jesaja 55 vers 1: “O alle gij dorstigen, kom tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, kom, koop en eet, ja kom, koop zonder geld en zonder prijs, wijn en melk!”

Dat is, kom tot Mij, of tot de hemelse goederen, die Ik u door het Evangelie aanbied, namelijk vergeving der zonden en de gerechtigheid, die ons om niet en zonder enige van onze verdiensten door God in Christus gegeven worden; idem, de gaven van de Heilige Geest, en eindelijk het eeuwige leven; waartoe wij door het geloof moeten komen.

Jesaja 55 vers 6: “Zoek de HEERE, terwijl Hij te vinden is; roep Hem aan, terwijl Hij nabij is.”

Terwijl Hij Zijn goedertierenheid aan arme zondaren aanbiedt, hen tot boete en bekering uitnodigende.

Lukas 19 vers 41-44: “Toen Jezus nabij kwam, en de stad zag, weende Hij over haar, zeggende: ‘Och, of gij ook bekende, ook nog in deze uw dag, wat tot uw vrede dient! Maar nu is het verborgen voor uw ogen. Want er zullen dagen over u komen, dat uw vijanden een begraving/wal rondom u zullen opwerpen, en u zullen omsingelen, en u van alle zijden zullen benauwen; en zij zullen u tot de grond neerwerpen, en uw kinderen in u; en zij zullen in u de ene steen op de andere steen niet laten; omdat gij de tijd van uw bezoeking niet bekend hebt.”

De tijd, waarin u nu door de prediking van het Evangelie de genade Gods wordt aangeboden.

Handelingen 14 vers 3: “De Heere gaf getuigenis aan het Woord van Zijn genade.”

Dat is, het Evangelie, waarin Gods genade wordt verkondigd en aangeboden.

2 Korinthiërs 13 vers 5: “Onderzoek uzelf, of gij in het geloof zijt, beproef uzelf. Of kent gij uzelf niet, dat Jezus Christus in u is? tenzij dat gij enigszins verwerpelijk zijt.”

Wie oprecht in Christus  gelooft, die is wel verzekerd dat hij uitverkoren is, maar wie de prediking van het Evangelie niet door een waar geloof aanneemt, en de aangeboden genade verzuimt of veracht, is in gevaar een verworpen mens te zijn, maar men moet van hem niet wanhopen zolang hij leeft, omdat de Heere de mensen ook soms te elfder ure roept, en ook in het laatste ogenblik van hun leven, zoals de moordenaar aan het kruis.

Openbaring 16 vers 9: “De mensen bekeerden zich niet, om Hem heerlijkheid te geven.”

Namelijk in het bekennen van Zijn rechtvaardigheid en aannemen van Zijn barmhartigheid en genade, die hun wordt aangeboden.

Over de auteur

Ds. W. Pieters

Reageren

Website van Ds. W. Pieters

Over ds. W. Pieters

In 1957 werd ik in Ede op de Veluwe geboren. Na de middelbare school werd ik student theologie in Utrecht in 1976. In oktober 1979 ontving ik preekbevoegdheid in de Nederlandse Hervormde Kerk en op 5 mei 1981 werd ik door ds. J. Catsburg bevestigd in het ambt van herder en leraar, te Genemuiden.
Na negentien jaar volgde, in september 2000, de Reformed Church in America in Springford, Ontario, Canada. Daarna, in januari 2005, de Hervormde Gemeente van Garderen (buiten de PKN). En in januari 2019 kwam ik in mijn laatste gemeente, Elspeet, die ik tot 1 mei 2025 mocht dienen.

Bij deze heeft een ieder toestemming gebruik te maken van alles wat op deze blog verschijnt (ook zonder bronvermelding – omdat het er niet om gaat wíe wat zegt, maar wát wordt gezegd), onder voorbehoud dat het niet tot afbreuk van Gods Koninkrijk zal zijn. Mijn verlangen is dat God dit communicatiemiddel zegent tot eer van Zijn Naam, tot stichting van Zijn gemeente, en tot nut van een ieder die (hoe toevallig ook) op deze pagina aanlandt.

Categorieën