Per ansichtkaart kwam de vraag op mijn bureau wat we moeten met het joodse paasfeest, aangezien de Bijbel er ook over spreekt. Moeten wij dat ook houden?
Antwoord: wij moeten het Pascha houden. Dat is – zo gezegd – de moeder van het joodse paasfeest. De Bijbel spreekt niet over het joodse paasfeest, dan alleen voor zover het joodse paasfeest zich op de Bijbel grondt. Er zijn later allerlei joodse tradities bij gekomen, en daar hoeven wij ons niet aan te houden. Maar aan het Pascha, zoals de Heilige Schrift ons daarin onderwijst, moeten wij ons wel houden. Ja, het Pascha moeten wij houden! Alleen niet op een oudtestamentische manier. Wij moeten en mogen het Pascha houden op een nieuwtestamentische manier. Hoe dat dan is? Is dat het paasfeest van onze na-reformatorische kerken? Nee. Ik noem onze kerken bewust niet ‘reformatorische’ kerken, maar ‘na-reformatorische’ kerken. Waarom? Omdat het vieren van pasen – net zo goed als het vieren van kerst en pinksteren en zo – niet reformatorisch is. Calvijn en de eerste kerkhervormers schaften het vieren van alle feestdagen af met uitzondering van de wekelijkse feestdag van de Rustdag, op de eerste dag der week. Dat er later toch kerstfeest werd gevierd en paasfeest en zo, kwam doordat het volk er gewoon niet mee akkoord ging om op kerst- en andere feestdagen te werken; en omdat ledigheid des duivels oorkussen is, hebben onze vaderen toen gezegd: als men dan toch een vrije dag neemt, dan kunnen wij ze beter in de kerk hebben dan in de kroeg. En zo werden op de feestdagen kerkdiensten gehouden. En omdat je moeilijk kunt zeggen dat het verkeerd is om Lukas 2 te preken, preekte men bij voorkeur op de feestdag die de roomse kerk kerstmis noemt, over de geboortegeschiedenis van de Heere Jezus; en wanneer de roomse kerk paasmissen houdt, preekten de protestantse dominees over Lukas 24 en zo.
Wij moeten het Pascha op nieuwtestamentische manier houden, maar daarmee wordt niet het paasfeest bedoeld. Wat dan wel? Dat legt de apostel Paulus uit in 1 Korinthiërs 5. Hij schrijft over een heel moeilijk probleem: de gemeente te Korinthe heeft de vreselijke zonde van hoererij toegelaten. Paulus is het er totaal mee oneens en zegt dat we in de gemeente zulke zonden niet mogen toelaten. In vers 6 vergelijkt hij deze zonde met zuurdesem. Wat is zuurdesem? Het is een soort gist. Als je in een hoekje van een klomp deeg een beetje gist doet, moet je niet denken dat het netjes in dat hoekje blijft zitten, nee: het gist (zuurdesem) doorzuurt het hele deeg. Zo is het met zonde: getolereerde zonde besmet anderen. Hij schrijft dan: “Weet u niet dat een weinig zuurdesem het hele deeg zuur maakt?” En natuurlijk weet iedereen dat. Nu de conclusie (in vers 7): “Zuiver dan de oude zuurdesem uit, opdat u een nieuw deeg zou zijn.” Wat is in de beeldspraak ‘de oude zuurdesem’? Gist, zoals wij het hebben, had men in die tijd nog niet. In plaats daarvan gebruikte men een stukje oud brood, dat ‘bedorven’ was geworden en dat, als ‘oude zuurdesem’, functioneerde als gist. Wat bedoelt Paulus hiermee? Dat de gemeente alle zonden moet uitroeien. Hij vervolgt in hetzelfde vers met de woorden: “… zoals u ongezuurd bent.” Hij bedoelt te zeggen: in diepste wezen is Gods gemeente (en Gods kinderen ieder afzonderlijk) ongezuurd = van zonde verlost. Hoe is dat zo gebeurd? Hij vervolgt (nog steeds in hetzelfde vers): “Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus.” Hier wil ik naar toe ter beantwoording van de vraag wat wij met de oudtestamentische voorschriften van het Pascha moeten: In Christus is het oudtestamentische Pascha vervuld (zoals al de ceremoniën van het hele Oude Testament in Hem zijn vervuld!), en vanuit deze vervulling nu moeten en mogen wij, als nieuwtestamentische christenen, het Pascha houden. Dat is hetzelfde als: in Christus geloven en uit Hem leven. Dit blijkt als we het volgende vers in 1 Korinthiërs 5 lezen: “Laten we dus feest houden, niet in de oude zuurdesem, ook niet in de zuurdesem van kwaadheid en boosheid, maar in de ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid.”
U voelt wel dat de apostel het in deze omschrijving heeft over het Pascha: dan mocht immers geen gezuurd brood worden gegeten, zelfs niet in huis worden gevonden; alleen brood zonder gist, ongezuurd brood, mocht worden gegeten. Wat is dat ongezuurde brood nu in de geestelijke of nieuwtestamentische toepassing? Het is het leven in oprechtheid en waarheid.
Het Pascha moeten wij houden, niet op joodse manier, vermengd met veel menselijke tradities; niet op roomse manier, vermengd met veel andere, net zo menselijke, tradities; niet op oudtestamentische manier, die immers vervuld is in Christus; maar op nieuwtestamentische manier, zoals de apostel de Korinthiërs onderwijst: de zonde wegdoen en heilig leven vanuit het geofferde Lam Gods, het Pascha-Lam Jezus Christus!
Om dit Pascha recht te vieren is er een gelovige vereniging met het Pascha-Lam nodig. Om de oude zuurdesem echt uit te zuiveren en u van alle zonden te ontdoen, is het nodig ongezuurd te zijn, van zonde ontslagen te zijn. Laat elke lezer zichzelf onderzoeken: wat is hiervan praktijk bij mij? Is het Lam mij dierbaar, omdat ik die Egyptische slavernij in mijn ziel gewaar ben geworden? En leerde ik het beamen dat er geen kwijtschelding is van de straf tenzij er bloed vloeit? En is ook voor mij alle zonde die in praktijk nog is achtergebleven, een smart, waarvan ik graag volledig verlost wil zijn?
