Het is een donk’re tijd
waarin wij heden leven.
De wereld lokt en vleit,
en criminaliteit
wordt openlijk bedreven.
Maar nóg laat God Zijn Woord
op vele plaatsen horen.
Nóg worden w’ aangespoord:
“O volk van Neêrland, hoort!
Komt, neigt tot Mij uw oren!”
Nóg zien we dat God werkt
in late nageslachten.
Oók wordt het nog bemerkt,
dat Hij Zijn werk versterkt,
als wij ‘t soms niet verwachten.
Had God met ons gedaan
naar onze schuld en zonden,
dan waren wij vergaan.
Geen plaats om op te staan,
werd dan voor ons gevonden…
Maar zie, de Heer’ is goed,
óók voor ons tijd’lijk leven:
We worden steeds gevoed.
Ja, weeld’ en overvloed
wordt menigeen gegeven.
Er is in deze tijd,
vol ongerechtigheden,
tóch stof tot dankbaarheid,
want Gods lankmoedigheid
geeft daartoe alle reden.
Gods trouwe zorg is groot!
Hij geev’ ons op te merken,
dat Hij geeft daag’lijks brood,
dat Hij voorziet in nood.
Zeer gróót zijn ‘s Heeren werken!
God leer’ ons door Zijn Geest,
om Christus’ wil Hem danken.
Al klinkt dan slechts bedeesd:
“De Heer’ is goed geweest”, het zijn tóch dankdagklanken.
