Is het ‘aanschouwen van Christus’ iets anders dan ‘in Christus zijn’?
Jezus zegt in Johannes 6 vers 40: “Dit is de wil van Hem Die Mij gezonden heeft, dat een ieder die de Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, het eeuwige leven heeft; en Ik zal hem opwekken ten uitersten dage.” Het gaat om het eeuwige leven. Op welke manier wordt dat verkregen? Door de Zoon van God te aanschouwen (dat betekent: Hem te zien) en in Hem te geloven.
De uitdrukking ‘in Christus zijn’ vinden we in Romeinen 8 vers 1: “Er is geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn.” De kanttekening legt deze uitdrukking uit als: die door een waar geloof met Hem zijn verenigd. In 2 Korinthiërs 5 vers 17 staat: “Indien iemand in Christus is, die is een nieuw schepsel.” Deze uitdrukking wordt in de kanttekening verklaard: wie waarlijk Christus kent en met Hem verenigd is. En bij ‘een nieuw schepsel’ staat: door de kracht en de Geest van Christus wedergeboren.
In de Bijbel komt het voor dat mensen Christus zien zonder het zaligmakende geloof, waarvan Bileam een voorbeeld is in Numeri 24 vers 17, waar hij zegt: “Ik zal Hem zien, maar nu niet; ik zal Hem aanschouwen, maar niet nabij.”
Hier gaat het over een zien in profetische zin, zonder geloof. We kunnen wel een visioen van Christus hebben, maar dat is niet het zien van het geloof, waarover Johannes 1 vers 14 spreekt: “Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd/gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.” Dit zien is zaligmakend. Zie ook Psalm 27 vers 4: “Eén ding heb ik van de HEERE begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen van mijn leven mocht wonen in het huis des HEEREN, om de liefelijkheid des HEEREN te aanschouwen/zien, en te onderzoeken in Zijn tempel.”
Psalm 63 vers 3: “Voorwaar, ik heb U in het heiligdom aanschouwd, ziende Uw sterkte en Uw eer.”
Psalm 106 vers 5: “Opdat ik aanschouw/zie het goede van Uw uitverkorenen; opdat ik mij verblijd met de blijdschap van Uw volk; opdat ik mij beroem met Uw erfdeel.”
Hier gaat het steeds over een zien in geloofsvereniging met de Persoon van Christus en met Zijn schatten en gaven.
Ook is er in de Bijbel sprake van, dat iemand ‘in Christus is’ en toch niet zalig wordt. Denk aan Johannes 15 vers 1-8, waar Jezus zegt dat er ranken in Hem zijn, die niet in Hem blijven en dus geen vrucht dragen; en zij worden uitgehouwen en in het vuur geworpen en verbrand. Dus is er ook een ‘zijn in Christus’ zonder zaligmakend geloof.
U denkt: wat ingewikkeld! En zo is het ook. Wanneer we niet goed onderscheiden, krijgen we verwarring. Daarom, des te beter we de verschillende betekenissen van de Bijbelse uitdrukkingen beseffen, des te minder verwarring we krijgen. Het kan dus zijn, dat dezelfde uitdrukking met verschillende betekenissen wordt gebruikt; en het kan ook zijn, dat verschillende uitdrukkingen met dezelfde betekenis kunnen worden gebruikt.
Dus beide omschrijvingen, ‘in Christus zijn’ en ‘Hem aanschouwen’ worden voor het zaligmakend geloof gebruikt én beide omschrijvingen worden voor het tijdgeloof gebruikt. Daarom moeten we, in het bijzonder op de preekstoel, goed onderscheiden anders krijgen we verwarring.
Wat overblijft is de vraag: wat kent de vraagsteller, wat kent de schrijver en wat kennen de medelezers van deze zaken? Is Jezus Christus mij vreemd? Ken ik Hem? Is Hij aan mij geopenbaard? Geloof ik in Hem, vertrouw ik mij toe aan Hem, geef ik mij over aan Hem, riep Hij mij, trok Hij mij, wederbaarde Hij mij, vernieuwde Hij mij, verzoende Hij mij? Allemaal één en dezelfde vraag: hoe is het nu tussen God en mij, tussen Christus en mij?
Al zou u nauwkeurig kunnen uitleggen wat wel of niet de verschillen zijn van de uitdrukkingen, die we net overdachten, maar u kent de inhoud niet in eigen zielenleven, dan weet u niets, dan reist u als een blinde voort op weg naar de afgrond. Anderzijds is het ook waar: al zou u niet precies begrijpen, wat al die verschillende uitdrukkingen betekenen en al zou een dominee zich soms vergissen in de juiste uitleg, maar u bezit het ware geloof, dan is het goed.
Laten we er naar staan om zo helder mogelijk onderwezen te worden in verstandelijke kennis, maar vooral om op de leerschool van de Heilige Geest te leren op de bevindelijke wijze van het geloofsvertrouwen, hoe Christus de onze wordt en wij de Zijne, zodat wij de Bruid uit het Hooglied mogen bijvallen: “Ik ben van mijn Liefste en Zijn genegenheid is tot mij.”
