Wat vindt u van de ‘tale Kanaäns’?
Wat ik ervan vind, is volstrekt onbelangrijk, maar wat zegt het Woord? In het Woord vinden we enerzijds dat een profeet of apostel heel gewoon alledaagse taal sprak. Je kon ze goed begrijpen! Dat was ook de bedoeling. Het is niet goed wanneer Gods knechten een taal spreken, waar de jeugd niets van begrijpt of waar buitenkerkelijken niets van begrijpen. Anderzijds vinden we ook in de Schrift, dat de ware godsdienst een taal schept. Je kunt nóg zo eenvoudig zijn, maar het woordje ‘genade’ of ‘gerechtigheid’ kan niet zo verklaard worden dat je het zonder bevinding/ervaring begrijpt. Van belang om de Bijbeltaal te verstaan is: persoonlijk te beleven wat er staat!
Nu is het zo, dat Gods kinderen wel eens iets aan elkaar vertellen over hun geestelijke belevingen en vooral over de grote daden Gods in hun zielenleven of in de uitreddingen van elke dag. En dat spreken wordt dan al gauw voor buitenstaanders onbegrijpelijk. Dit is niet erg, want iedereen tegen wie het wordt gezegd, verstaat het.
Spreken twee vrouwen over jurken of rokken naaien, dan begrijpt niet ene man er iets meer van. Spreken twee schilders over verf en kwasten, dan haal ik vol onbegrip mijn schouders op. Spreken godzaligen over de Heere en Zijn dienst, dan is het niet de bedoeling om zo moeilijk mogelijk te spreken, maar het wordt ongemerkt toch zó, dat de medegelovige, die met de ander hetzelfde heeft beleefd, het nog wel verstaat, maar de buitenstaanders niet.
Van de kansel echter moet gewoon Nederlands worden gesproken en niet in zulke beeldtaal, dat een buitenstaander er niets van begrijpt.
Als een predikant zegt: “Wat zou het een wonder zijn, gemeente, als vanmorgen de ezel aan de voet van de berg moge blijven…”; dan verstaat alleen een ingewijde, dat er beeldspraak wordt gebruikt uit de geschiedenis van Abraham (Genesis 22 vers 5), die tegen zijn knechten zei: “blijven jullie hier met de ezel.” En zelf ging hij met Izak verder om hem te offeren. Maar wanneer zo’n beeldspraak nu even wordt uitgelegd, heb je er tenminste wat aan.
Anderzijds moeten we goed bedenken, dat het de eigen schuld is van zovelen, die vinden dat de dominee te moeilijk preekt. Want ze weigeren zich op doordeweekse dagen in te spannen om in het Woord onderwezen te worden. Op doordeweekse dagen weigeren ze naar Gods huis te gaan. Ze studeren niet echt in Gods Woord. En toch moet de preek zondags op dat niveau zijn, dat ze in hun luiheid het nog kunnen volgen ook. Nou, dat mag een prediker met vastberadenheid weigeren! Wie lui is, moet het maar zichzelf wijten, wanneer hij het niet begrijpt. We houden geen vertelling voor de zondagsschoolkinderen. We bedienen het Woord van God en dat vraagt uw totale inzet. Hebt u daar geen zin in? Dan hebt u dezelfde instelling als een jongen, die Russisch wil leren, maar er geen tijd aan besteedt. Hij snapt er niets van. Vindt u dat vreemd?
De tale Kanaäns… God belooft in Jesaja 19 vers 18 – in beeldspraak – dat Egyptische steden de taal van Kanaän zullen leren… Dat is, volgens de kanttekening: zij zullen zich door gelovige Joden laten onderwijzen in de weg der zaligheid.
Een heerlijke profetie van de toevergadering van ons, heidenen! We mogen de klanken van Gods Woord horen! Welzalig is zulk één, die naar Zijn klanken hoort!
