Website van Ds. W. Pieters

Psalm 3

P

Voor het Engelse origineel, zie: http://classicchristianlibrary.com/library/dickson_david/Dickson-Psalms-v1.pdf

Deze Psalm biedt in de ervaring van David een opmerkelijk bewijs en nut van het geloof, die – toen zijn eigen zoon Absalom tegen hem rebelleerde en hem dwong te vluchten uit vrees voor zijn leven,

  • als eerste voor de Heere zijn deerniswaardige omstandigheid neerlegde, vers 2-3;
  • als tweede vestigde hij zijn geloof op God, hij bad, en ontving een troostrijk antwoord, hij werd gerustgesteld en verfrist naar lichaam en ziel, en hij kreeg vertrouwen tegen alle mogelijke verschrikkingen, vers 4-7;
  • als derde volhardt hij in gebed en bevestigt hij zijn geloof door vorige ervaringen, vers 8;
  • en ten slotte maakt hij, door een algemene leer, het nut van zijn ervaring bekend tot opbouw van de kerk, vers 9.

1)EEn Psalm Davids, als hy vloodt voor het aengesichte sijns soons Absaloms.

1) De Bijbeltekst geef ik in de oorspronkelijke Statenvertaling, editie 1637

Leer van dit opschrift:

  1. Hoe grote ramp de beste van Gods kinderen kan overkomen, en dat van die personen van wie zij het minst konden verwachten te worden gekweld. Want David werd verlaten door zijn eigen onderdanen en verjaagd van zijn paleis en koninklijke waardigheid door zijn eigen zoon Absalom.
  2. Hoewel de Heere de zonden van Zijn kinderen niet achtervolgt met wrekende gerechtigheid, toch kan Hij door de scherpe roeden van vaderlijke correctie Zijn eigen kinderen, en allen die hun schandelijke zonden aanschouwen, laten zien hoe bitter het is om Hem tot toorn uit te dagen, zoals David eens deed.
  3. Zelfs wanneer de zonde straf heeft opgeroepen, moet met God worden onderhandeld over herstel, niet minder dan als het alleen ter beproeving was gezonden, zoals David doet in dit geval van de correctie en zuivering van het verderf van zijn gezin, door de opstand van zijn zoon tegen hem.

2. ô HEERE, hoe zijn mijne tegenpartijders vermenichvuldicht? vele staen tegen my op.

3. Vele seggen van mijne ziele; Hy en heeft geen heyl by Godt, Sela!

Leer van het voorleggen van zijn erbarmelijke omstandigheid voor God:

  1. De mens die in God gelooft, heeft een voordeel boven wat een goddeloze ook maar kan hebben in een tijd van ellende: hij heeft de Heere om tot Hem te gaan om troost en verlichting, van Wiens vriendelijkheid hij gebruik mag maken, zoals David hier deed door zijn ellende voor Hem neer te leggen en te zeggen: O HEERE, hoe zijn zij vermenigvuldigd die mij kwellen/tegenstaan! enz.
  2. De wereld acht iemands toestand hopeloos, wanneer zij geen aardse hulp voor hem zien. Velen zeggen: er is geen hulp voor hem in God.
  3. Onbarmhartige toeschouwers bij de correcties van Gods kinderen voor hun zonden denken en zeggen ook vaak, dat God hen achtervolgt met wrekende gerechtigheid en dat Hij ze zowel in hun ziel als in hun lichaam zal verdelgen, enz., zonder enige gedachte aan barmhartigheid voor hen. Velen zeggen over mijn ziel: er is geen hulp voor hem in God.
  4. Verzoeking om te wanhopen aan verlichting vergezelschapt onverwachte en verdrietige ellende. En dit is smartelijker dan de ellende zelf. Daarom stelt David deze verzoeking in de laatste plaats aan God voor, als het zwaarste deel van zijn oefening, met een opmerking om geest en stem te verheffen: sela.

4. Doch ghy, HEERE, zijt een schilt voor my, mijne eere, ende die mijn hooft opheft.

In de tweede plaats toont hij hoe hij in het gebed gebruik maakte van het geloof, en welke vrucht hij daardoor ontving. Leer hieruit:

  1. De natuur van echt geloof is des te meer tot God te naderen, des te meer het van Hem wordt weggedreven, velen zeggen: geen heil in God. Maar U bent mijn Schild.
  2. God is een Tegen-troost in alle rampen, ons Schild in gevaar, onze Eer in schaamte, de Opheffer van ons hoofd in neerslachtigheid.
  3. Zoals er verademing in God is uit alle kwaad, zo ziet geloof genoegzame hulp in God van alle kwaad, en in het bijzonder dat het zwaard van de vijand niet zo dichtbij kan zijn, of Hij kan Zich er tussen stellen, als een schild, om de slag af te weren: maar U, o HEERE, bent een Schild rondom mij enz. Ja, geloof ziet in God oorzaak om zich te verheugen en te roemen in het midden van al de schaamte en smaad die mensen op de gelovige kunnen werpen, en het kan ervoor zorgen dat iemand tegen God zegt: U bent mijn Eer. In één woord: geloof ziet goedheid en macht in God om de gelovige te verheffen uit de laagste omstandigheid waarin hij kan zijn: U bent de Opheffer van mijn hoofd.

5. Ick riep met mijne stemme tot den HEERE, ende hy verhoorde my van den berch sijner heylicheyt, Sela!

6. Ick lach neder ende sliep; ick ontwaeckte, want de HEERE ondersteunde my.

7. Ick en sal niet vreesen voor tien-duysenden des volcks, die hen rontom tegen my setten.

Leer uit de oefening van het geloof en de vruchten ervan in deze drie verzen:

  1. Bewust God te zoeken in het gebed is voor mensen niet alleen een opluchting gedurende de tijd dat zij in gebed hun hart uitgieten, maar ook verfrissend wanneer er op teruggekeken wordt. Daarom zegt David hier als uitdrukking van voldoening: Ik riep tot de HEERE.
  2. Geloof in de engte wekt vurigheid en ernst op in het gebed, en doet heel de mens erbij betrokken zijn: ik riep met mijn stem tot de HEERE, zegt hij.
  3. Het zal het gelovig gebed aan geen antwoord ontbreken, en de beantwoording is het waard dat er op wordt gelet en dat er aantekening van wordt bijgehouden, wanneer zij wordt verkregen: Ik riep, en Hij verhoorde mij.
  4. Het gelovig gebed vertrouwt God in Christus, als het Verzoendeksel en de Genadetroon, en zoekt gehoor en antwoord alleen om reden van Christus, Wiens offer en middelaarswerk en weldaden werden afgeschaduwd door de tabernakel. En de gelovige dient er niet alleen op te letten dat zijn gebed tot God opgaat door middel van Christus, maar ook op te merken dat het wordt beantwoord door middel van Christus, Die door de ark in de tabernakel werd vertegenwoordigd, gevestigd op de heilige heuvel van Zion: En Hij verhoorde mij van Zijn heilige berg.
  5. In de uiterste nood van gevaar kan de geest van een gelovige gerust gesteld zijn en kan ook zijn lichaam verkwikt zijn, nadat hij in geloof zijn toevlucht heeft genomen tot God en zijn zorgen op Hem heeft geworpen: ik lag neer en sliep; ik ontwaakte.
  6. De rust en kalmte van iemands hart door geloof in God is iets anders dan de natuurlijke beslistheid van mannelijke moed, want het is de genadige werking van Gods Geest, Die iemand bovennatuurlijk steunt, en daarom dient God al de eer ervan te hebben: de HEERE ondersteunde mij.
  7. Wanneer de Heere de gelovige tot zijn vertroosting wil antwoorden, kan Hij hem niet alleen tevreden stellen in het speciale punt waarvoor hij bad, maar hem ook voorzien van vertrouwen tegen wat voor kwaad ook maar dat hij zou kunnen vrezen voor de komende tijd: Ik zal niet vrezen voor tienduizenden van het volk, die zich rondom tegen mij zetten.
  8. Wanneer het geloof zich welkom ervaart bij God, is het in staat om alle tegenstanders te trotseren. Meer vijanden of minder, zwakker of sterker, allen worden op gelijke manier veracht:ik zal niet vrezen voor duizenden van het volk.

8. Staet op, HEERE, verlost my, mijn Godt; want ghy hebt alle mijne vyanden op’t kinnebacken geslagen, de tanden der godtloosen hebt ghy verbroken.

In de derde plaats gaat hij voort te bidden tegen het kwaad dat hierna nog zou kunnen volgen. Leer hieruit:

  1. Geloof in God is geen opschepper, vertrouwt ook niet op de eigen kracht of inbeelding van de mens, maar hangt nederig af van God en gaat voort in gebed, zo lang als er gevaar blijft, zoals David hier doet, na ontvangen verlossing.
  2. Het verbond der genade, waarin de gelovige met God is ingegaan, verschaft hem vertrouwensvol gebed en hoop op zaligheid: verlos mij, mijn God.
  3. Wanneer het geloof is gevestigd op God-in-verbond, dan komen verleden ervaringen te pas als steunsels bij het bouwen van een muur, om die te stutten en vast te stellen: want U hebt al mijn vijanden op de kaak geslagen. De tanden der goddelozen hebt U verbroken.
  4. God slaat de trots van vervolgers met een schaamtevolle slag, en hun beestachtige wreedheid met verbreking van hun kracht: U hebt al mijn vijanden op de kaak geslagen. De tanden der goddelozen hebt U verbroken.

9. Het heyl is des HEEREN; uwen segen is over u volck, Sela!

Leer uit het laatste deel van de Psalm, waarin hij uit zijn eigen ervaring een algemene leer bekend maakt tot troost van heel het volk des Heeren:

  1. De ervaring van de godvrezenden moest gebruikt worden tot de bevestiging van het geloof van al de anderen, net als van hun eigen geloof, zoals hier wordt gezien.
  2. Dat de Heere de Zijnen in moeilijke omstandigheden brengt, heeft als vrucht dat zij – en alle mensen – zien dat Hij wegen van verlossing heeft, meer dan zij weten; en dat Hij de Zijnen zal redden, wanneer men hun zaak wanhopig acht. Want: het heil is des HEEREN.
  3. Welke vermenging van kruisen en vertroostingen Zijn volk ook ondervindt, of afwisselingen van gevaar en verlossing, tegenspoed of voorspoed, steeds blijft het staan dat zij gezegend zullen zijn; wat zij nu en dan gedwongen worden aan de Heere te erkennen: Uw zegen is over Uw volk.

Over de auteur

Ds. W. Pieters

Reageren

Website van Ds. W. Pieters

Over ds. W. Pieters

In 1957 werd ik in Ede op de Veluwe geboren. Na de middelbare school werd ik student theologie in Utrecht in 1976. In oktober 1979 ontving ik preekbevoegdheid in de Nederlandse Hervormde Kerk en op 5 mei 1981 werd ik door ds. J. Catsburg bevestigd in het ambt van herder en leraar, te Genemuiden.
Na negentien jaar volgde, in september 2000, de Reformed Church in America in Springford, Ontario, Canada. Daarna, in januari 2005, de Hervormde Gemeente van Garderen (buiten de PKN). En in januari 2019 kwam ik in mijn laatste gemeente, Elspeet, die ik tot 1 mei 2025 mocht dienen.

Bij deze heeft een ieder toestemming gebruik te maken van alles wat op deze blog verschijnt (ook zonder bronvermelding – omdat het er niet om gaat wíe wat zegt, maar wát wordt gezegd), onder voorbehoud dat het niet tot afbreuk van Gods Koninkrijk zal zijn. Mijn verlangen is dat God dit communicatiemiddel zegent tot eer van Zijn Naam, tot stichting van Zijn gemeente, en tot nut van een ieder die (hoe toevallig ook) op deze pagina aanlandt.

Categorieën