Website van Ds. W. Pieters

Psalm 11

P

Voor het Engelse origineel, zie: http://classicchristianlibrary.com/library/dickson_david/Dickson-Psalms-v1.pdf

Psalm 11

1) [EEn Psalm] Davids, voor den Opper-sang-meester.

1) De Bijbeltekst geef ik in de oorspronkelijke Statenvertaling, editie 1637

Als een voorbeeld voor een christen onder beproeving van zijn geloof in een moeilijke tijd, en verzocht tot wanhoop, weerstond David de verzoeking, hoe wanhopig zijn situatie ook leek, vers 1-2; en hij redeneert tot bevestiging van zijn eigen geloof, vers 3-7.

1. Ick betrouwe op den HEERE; hoe segt ghylieden tot mijne ziele; Swerft henen [nae] ulieder geberchte, [als] een vogel?

2. Want, siet, de godtloose spannen den boge, sy schicken hare pijlen op de peze, om in donckeren te schieten nae de oprechte van herten.

Voordat de profeet gaat redeneren, en zijn redenen gaat voordragen tegen de verleidingen tot ongeloof, betuigt en belijdt hij zijn geloof, en stelt hij God het gevaar voor waarin hij is. Leer hieruit:

  1. Het is de zekerste methode in onze geestelijke strijd tegen satan en zijn vurige pijlen, om het schild van het geloof op te heffen en om onszelf vast te gronden in het besluit om nooit ons houvast aan de Heere los te laten, zoals David hier doet: ik betrouw op de HEERE.
  2. Nadat we eenmaal onze voet vast op de rots hebben gezet, kunnen we des te effectiever onze tegenstanders verwijten dat zij ons vertrouwen bespotten, zoals David hier doet: hoe zegt gij tegen mijn ziel: ‘Vlucht!’?
  3. God is een sterke Toevlucht voor de Zijnen, tot Wie zij als vogels moeten vliegen, uitgedreven naar hun Sterkte, in alle noden, want Hij is onze Rots of Berg.
  4. De goddeloze wereld spot met het vertrouwen van de godvrezende, en zijn belijdenis van zijn geloof in God, wanneer zij geen zichtbare hulp voor hem op aarde zien. ‘Pak nu je geloof op’, zeggen ze, wanneer zij hem omgeven zien door schijnbaar onontwarbare moeiten, zoals zij hier zeggen tegen David: vlucht nu als een vogel naar uw berg.
  5. De gelovige is in tijd van gevaar geen dwaas en niet ongevoelig voor moeilijkheden, wanneer hij zijn geloof betuigt. Want zie, zegt hij, de goddelozen spannen de boog, ze hebben mij als het ware onder schot.
  6. De Heere laat – om het geloof van de Zijnen te oefenen, en om de plannen van de goddelozen tegen hen te openbaren, en om Zijn eigen glorie tot hun bescherming des te duidelijker te tonen – de goddelozen toe alles klaar te maken, zelfs tot de onmiddellijke uitvoering van hun wreedheid, zoals hier: zij schikken hun pijlen op de pees, om te schieten enz.

3. Sekerlick de fondamenten worden omgestooten: wat heeft de rechtveerdige bedreven?

4. De HEERE is in het Palleys sijner heylicheyt, des HEEREN Throon is in den hemel; sijne oogen aenschouwen, sijne oogenleeden proeven de menschen kinderen.

5. De HEERE proeft den rechtveerdigen; maer den godtloosen, ende dien die gewelt lief heeft, haett sijne ziele.

6. Hy sal op de godtloose regenen stricken, vyer, ende swevel, ende een geweldige storm-wint sal het deel hares bekers zijn.

7. Want de HEERE is rechtveerdich, hy heeft gerechticheden lief; sijn aengesicht aenschouwt den oprechten.

In de tweede plaats redeneert hij tot bevestiging van zijn eigen geloof door diverse redenen of verschillende overwegingen.

De eerste reden om zijn geloof te bevestigen is vanuit de absurditeit van de verleiding, die neigt naar het omverwerpen van de grondslag van religie. Als de gelovige hieraan toegeeft, is hij totaal verloren.

Leer hieruit:

  1. Geloof in God, en om verlichting tot Hem vliegen in alle benauwdheid, zijn het fundament van alle religieuze en rechtvaardige personen, waarop ze hun hoop en geluk stevig bouwen. Want David had het als fundament gelegd, dat God een Rots was, of een Berg van toevlucht voor mensen om naartoe te vluchten in benauwdheden.
  2. Een verzoeking om God te wantrouwen en niet in alle gevaren tot Hem te vluchten, is zeer gevaarlijk en verwoestend voor alle ware godsdienst, want het is de vernietiging van de fundamenten van gerechtigheid en geluk. En deze verzoeking te weerstaan is zo nodig dat – in welke mate de rechtvaardige er aan toegeeft, in die mate hij totaal tot stoppen is gebracht en in een troosteloze verbijstering verkeert. Hij zou zeker wanhopen als hij van dat fundament af zou gaan, want als de fundamenten worden omgestoten, wat zal de rechtvaardige doen? Als het tevergeefs is om naar God te vliegen, zijn rechtvaardigen verlorenen – wat absurd zou zijn.

De volgende reden om zijn geloof te bevestigen, is de bevestiging van een Middelaar, voorgesteld in het Woord van God en andere heilige verordeningen, betreffende het verbond der genade, en de voordelen ervan, en plichten erin vereist, allemaal te vinden in de heilige tempel of tabernakel des Heeren, die Jezus Christus en Zijn gemeente en de wederzijdse betrekkingen tussen God en Zijn volk vertegenwoordigen. Leer hieruit:

  • De manier om geloof te vernieuwen en te versterken, is te kijken naar God in Christus de Middelaar, Die de wereld met Zichzelf verzoende, zoals Hij was afgeschaduwd in de tempel van Jeruzalem, en zoals Hij nog steeds wordt uitgestald in de gemeente, in Zijn Woord en andere verordeningen. Eerst en laatst: Christus is de Ontmoetingsplaats, waar God voortdurend is te vinden op Zijn genadetroon. Want de Heere in Zijn heilige tempel sprak dit allemaal tot de gemeente in typologische uitdrukkingen.
  • De derde reden is, omdat God een volmaakte Rechter is om op de juiste tijd orde op zaken te stellen, zowel bij hen die zich verzetten tegen Zijn werk en volk, als bij degenen die geen gebruik willen maken van Zijn ontferming: de troon des Heeren is in de hemel.
  • De kennis des Heeren van het gedrag van alle mensen is volkomen: Zijn ogen aanschouwen.
  • Wanneer de Heere niet door Zijn werk openbaart dat Hij het gedrag van mensen ziet, maar als het ware Zijn ogen dicht lijkt te houden, dan test Hij de harten van mensen en brengt Hij hun gedachten aan het licht: Zijn oogleden (wanneer Zijn ogen gesloten lijken) testen de mensenkinderen.
  • De problemen waar de Heere Zijn kinderen in plaatst in tijden van verleiding, moeten niet worden uitgelegd als handelingen van ongenoegen, of van puur recht, maar als handelingen van wijsheid en liefde, om hen te toetsen, te oefenen, en tot gehoorzaamheid te vormen. De Heere beproeft de rechtvaardigen; speciaal op het moment dat Hij moeite stuurt.
  • Al geeft Hij goddelozen en gewelddadige vervolgers schijnbaar voorspoed, terwijl de godvrezenden in moeite zijn, toch is dat geen daad van liefde aan hen: want de goddeloze, en hem die van geweld houdt, haat Zijn ziel.
  • Al de schijnbare voordelen die de goddelozen in hun eigen voorspoed hebben, zijn alleen maar middelen tot hun verharding in hun verkeerde koers, en houden hen vast in de boeien van hun eigen ongerechtigheden, totdat God het oordeel over hen brengt: op de goddelozen zal Hij strikken regenen.
  • Wat ook de situatie van goddelozen voor een tijd moge zijn, uiteindelijk zullen zij aan een plotselinge, verschrikkelijke, onweerstaanbare en onherstelbare verwoesting niet ontkomen vuur en zwavel en een geweldige stormwind zal het deel van hun beker zijn.

De vierde reden om zijn geloof te bevestigen is ontleend aan de liefde des Heeren, gevestigd op Zijn oprechte dienaren, in het midden van hun moeiten, terwijl zij lijden omwille van gerechtigheid. Leer hieruit:

  1. Dat de Heere rekening houdt met de oorzaak waarom Zijn dienaren lijden. Daarom haast Zijn wraak zich om zich op hun vijanden vast te zetten. Want de uitspraak de rechtvaardige HEERE heeft gerechtigheden lief is een reden van de zin in het vorige vers: Hij zal op de goddelozen strikken, vuur en zwavel regenen; en een geweldige stormwind zal het deel van hun beker zijn.
  2. Hoewel wolken het soms verbergen dat de Heere naar hen omziet, en Zijn liefde voor Zijn volk, toch is Zijn liefde steeds op hen gevestigd, want gedurig aanschouwt Zijn aangezicht de oprechte.

Over de auteur

Ds. W. Pieters

Reageren

Website van Ds. W. Pieters

Over ds. W. Pieters

In 1957 werd ik in Ede op de Veluwe geboren. Na de middelbare school werd ik student theologie in Utrecht in 1976. In oktober 1979 ontving ik preekbevoegdheid in de Nederlandse Hervormde Kerk en op 5 mei 1981 werd ik door ds. J. Catsburg bevestigd in het ambt van herder en leraar, te Genemuiden.
Na negentien jaar volgde, in september 2000, de Reformed Church in America in Springford, Ontario, Canada. Daarna, in januari 2005, de Hervormde Gemeente van Garderen (buiten de PKN). En in januari 2019 kwam ik in mijn laatste gemeente, Elspeet, die ik tot 1 mei 2025 mocht dienen.

Bij deze heeft een ieder toestemming gebruik te maken van alles wat op deze blog verschijnt (ook zonder bronvermelding – omdat het er niet om gaat wíe wat zegt, maar wát wordt gezegd), onder voorbehoud dat het niet tot afbreuk van Gods Koninkrijk zal zijn. Mijn verlangen is dat God dit communicatiemiddel zegent tot eer van Zijn Naam, tot stichting van Zijn gemeente, en tot nut van een ieder die (hoe toevallig ook) op deze pagina aanlandt.

Categorieën