Website van Ds. W. Pieters

Psalm 12

P

Voor het Engelse origineel, zie: http://classicchristianlibrary.com/library/dickson_david/Dickson-Psalms-v1.pdf

1) EEn Psalm Davids, voor den Opper-sang-meester, op de Scheminith.

1) De Bijbeltekst geef ik in de oorspronkelijke Statenvertaling, editie 1637

Nadat de profeet, zoals in vers 9 staat beschreven, heeft opgemerkt hoe in heel het land goddeloosheid de kop opsteekt, wanneer machts- en vertrouwensposities in handen komen van waardeloze en verachtelijke mensen, geeft hij met zijn eigen voorbeeld aanwijzing aan godvrezenden:

  • ten eerste om in gebed hun toevlucht te nemen tot God, wanneer ze in die ellendige tijden door goddelozen worden neergedrukt, vers 2-3;
  • en verder hoe zichzelf te troosten door het Woord van God Die een rechtvaardig vonnis uitspreekt over alle loslippige mensen, vers 4-5;
  • en aan verdrukte godvrezenden bevrijding belooft en bewaring van Zijn kerk voor alle generaties, vers 6-8, al laat Hij het soms toe dat goddelozen heersen en dat daardoor goddeloosheid de overhand heeft, vers 9.

2. Behoudt, ô HEERE; want de goedertieren ontbreeckt: want de getrouwe zijn weynich geworden onder de menschen kinderen.

3. Sy spreken valscheyt, een yeder met sijnen naesten, [met] vleyende lippen; Sy spreken met een dobbel hert.

Nu David aan het hof geen vriend vindt en geen instantie of kracht die een woord in zijn voordeel zou spreken of hem vriendelijke raad zou geven, keert hij zich tot God. Leer hieruit:

  1. Het aanzien van de zichtbare kerk kan soms zó geschonden zijn dat er geen mens gevonden kan worden om zich openlijk te geven voor een goede zaak, zoals hier opgemerkt wordt:de godvrezende ontbreekt, de getrouwen zijn weinig geworden onder de mensenkinderen.
  2. In zo’n geval kan en wil God bij de Zijnen voorzien in het gebrek aan vrienden en raadgevers, wanneer zij tegen Hem zeggen: Heere, help!, zal de Heere helpen.
  3. In zo’n tijd mag een godvrezende er niet aan denken om opstand te plegen tegen wettige gezagsdragers, maar moet hij de toevlucht nemen tot gebed. Want David, die meer dan iemand anders een fraai voorwendsel zou kunnen hebben voor zo’n handelwijze, omdat hij was aangewezen als opvolger in het koninkrijk, gaat in dit geval naar God en roept: Heere, help!

Hij bewijst het gebrek aan vroomheid en betrouwbaarheid, want er was geen oprechte of eerlijke handelwijze onder de mensen, maar valsheid en vleierij. Leer hieruit:

  • Waar echte vroomheid niet meer aanwezig is, begeven gewone banden van nabuurschap (zoals banden van bloed, vriendschap en kennissenkring) het ook. En iedereen zal alleen maar bezig zijn met zijn naasten te bedriegen, zodat niemand kan vertrouwen wat een ander zegt: want zij spreken valsheid, een ieder met zijn naaste.
  • Wanneer goddelozen het meest bedoelen te bedriegen, spreken ze vast en zeker het aardigst, met aangename, zogenaamde respectvolle woorden met uitbundige complimenten. Zij spreken valsheid, een ieder met zijn naaste, met vleiende lippen.
  • Lege praat, bedrieglijke en vleiende woorden passen eerlijke mensen niet en verraden – voor zover mensen deze gebruiken – hun goddeloosheid, onbetrouwbaarheid en bedrieglijkheid, want wanneer zij met vleiende lippen spreken, spreken zij met een dubbel hart.

4. De HEERE snijde af alle vleyende lippen, de groot-sprekende tonge:

5. Die daer seggen: Wy sullen de overhant hebben met onse tonge; onse lippen zijn onse: wie is heer over ons?

In de tweede plaats beschrijft hij de vertroostingen van de godvrezenden. Drie zijn er. De eerste bestaat in Gods rechtvaardigheid in het straffen van hen die de godvrezenden belasteren, en van trotse pochers. Leer hieruit:

  1. Hoewel zij die, uit vooroordeel tegen de godvrezenden, aanzienlijke mensen naar de mond praten en vleien, hopen door hun vleierij staande te blijven, toch zal de Heere alle vleiende lippen afsnijden.
  2. Al dreigen machthebbers dat ze grote dingen zullen doen tegen Gods volk, toch zullen ze niet in staat zijn te doen wat ze hebben gezegd, want God zal ook de grootsprekende tong afsnijden.
  3. Goddelozen vertrouwen erop en verzekeren er zich van dat zij hun levensweg veilig stellen door onoprecht te zijn, te vleien en de godvrezenden te belasteren. Zij zeggen: “Wij zullen de overhand hebben met onze tong”.
  4. Goddelozen zijn niet gewetensvol om de gaven die zij van God hebben gekregen, zoals verstand en spraak of iets anders, goed te gebruiken. Want zij zeggen: Onze lippen zijn van ons.
  5. Goddelozen houden geen rekening met God. Zij vrezen Zijn straffen niet, want ten diepste zeggen ze: Wie is Heer over ons? Maar we moeten van hun fouten drie tegenovergestelde lessen leren, namelijk
  6. niets wat we hebben, is van ons;
  7. wat ons ook maar door God is gegeven, is bedoeld om Hem te dienen;
  8. wat we ook maar doen of zeggen…, we hebben een Heer boven ons, aan Wie we antwoord moeten geven, wanneer Hij ons ter verantwoording roept.

6. Om de verwoestinge der elendigen, om het kermen der nootdurftigen, sal ick nu opstaen, seyt de HEERE; ick sal in behoudenisse setten, dien hy aenblaest.

7. De redenen des HEEREN zijn reyne redenen, silver, geloutert in eenen aerden smelt-croes; gesuyvert sevenmael.

8. Ghy, HEERE, sultse bewaren; ghy sultse behoeden voor dit geslachte, tot in eeuwicheyt.

De tweede vertroosting van de godvrezenden in een kwade tijd komt van Gods belofte om de godvrezenden te verlossen uit de hand van de goddelozen. Leer hieruit:

  1. Wanneer de Heere de godvrezenden voor een tijd heeft geoefend met verdrukking door de goddelozen, zal Hij niet falen om te tonen dat Hij hun droevige smekingen heeft gehoord en hun verdrukking heeft gezien, want om de verwoesting der ellendigen, om het kermen der nooddruftigen, zal Ik nu opstaan, zegt de HEERE.
  2. De trotse vervolger denkt klein van de godvrezende of van enige kracht die hem kan beschermen, maar hij spot met de hoop die hij heeft dat hij geholpen zal worden. Toch zal God de godvrezende in behoudenis zetten ván degene die op hem blaast.

De profeet beveelt deze belofte aan bij de kerk als een kostbare waarheid die bevonden zal worden volledig tot vervulling te zullen komen. Leer hieruit:

  • Om het beloftewoord troostrijk voor ons te doen zijn totdat een nieuwe ervaring plaatsvindt, moeten we overwegen Wiens woord het is en dat er in beloften geen leegte is, maar dat alles wat erin vervat is, heel degelijk blijkt te zijn, als gezuiverd zilver of goud dat van alle vuil is gezuiverd en dat – des te vaker het in het vuur wordt gehouden – des te waardevoller wordt. Want de woorden zijn woorden des HEEREN en reine woorden, op de proef gesteld, waar bevonden, als zilver, gelouterd in een aarden smeltkroes, gezuiverd zevenmaal, en gereinigd van alle vuil.

De derde vertroosting van de godvrezenden komt voort uit de verzekering dat de kerk alle eeuwen zal blijven en door God bewaard zal worden. Leer hieruit:

  • Laten mensen de godvrezenden vervolgen, zoveel het God behaagt het hun toe te laten, toch zal God altijd een kerk van godvrezende mensen bewaren, tot het einde van de wereld, want God zal de godvrezenden altijd behoeden voor dit geslacht.
  • Al is het zo dat mistroostige godvrezenden niet altijd in staat zijn om, wanneer ze vervolgd worden, op dat moment troost te putten uit deze belofte, toch is het een waarheid, waar God voor instaat, die God in Zijn hand ons voorhoudt wanneer we tot Hem komen, en die elke gelovige zich moet toe-eigenen, al zou niemand het uit Zijn hand aannemen. Daarom keert David zich tot God nu hij dit voorrecht van de veiligheid van de kerk beschrijft: U, zegt hij, zult hen bewaren.

9. De godtloose draven rontomme; wanneer de snoodste van ’smenschen kinderen verhoocht worden.

Aan het einde van de Psalm besluit hij met een algemene, op zijn eigen ervaring gegronde observatie, wat kan worden verwacht wanneer de meest goddelozen het meest worden verhoogd. Leer hieruit:

  1. God bestuurt het in Zijn wijsheid en rechtvaardigheid – tot straf van goddeloze mensen en tot oefening van de godvrezenden – soms zó, dat in een koninkrijk de plaatsen van regering worden vervuld niet met de beste mensen, maar met de gemeensten van de mensenkinderen. Want in Davids ervaring was het zo en hij veronderstelt dat het zo kan gebeuren, dat de gemeensten van de mensen verhoogd worden.
  2. De goddeloosheid van de goddelozen breekt in zo’n geval het meest uit en ze verspreidt zich onder de onderdanen, die daarin worden verhard door de tolerantie van de regeerders, doordat zij die oogluikend toestaan, of stimuleren of zelf het voorbeeld geven en het steunen. Want wanneer de gemeensten van de mensen verhoogd worden, dan draven de goddelozen aan alle kanten. Keer u heen waar u wilt, u zult ze tegenkomen in die tijd dat de gemeensten verhoogd worden.

Over de auteur

Ds. W. Pieters

Reageren

Website van Ds. W. Pieters

Over ds. W. Pieters

In 1957 werd ik in Ede op de Veluwe geboren. Na de middelbare school werd ik student theologie in Utrecht in 1976. In oktober 1979 ontving ik preekbevoegdheid in de Nederlandse Hervormde Kerk en op 5 mei 1981 werd ik door ds. J. Catsburg bevestigd in het ambt van herder en leraar, te Genemuiden.
Na negentien jaar volgde, in september 2000, de Reformed Church in America in Springford, Ontario, Canada. Daarna, in januari 2005, de Hervormde Gemeente van Garderen (buiten de PKN). En in januari 2019 kwam ik in mijn laatste gemeente, Elspeet, die ik tot 1 mei 2025 mocht dienen.

Bij deze heeft een ieder toestemming gebruik te maken van alles wat op deze blog verschijnt (ook zonder bronvermelding – omdat het er niet om gaat wíe wat zegt, maar wát wordt gezegd), onder voorbehoud dat het niet tot afbreuk van Gods Koninkrijk zal zijn. Mijn verlangen is dat God dit communicatiemiddel zegent tot eer van Zijn Naam, tot stichting van Zijn gemeente, en tot nut van een ieder die (hoe toevallig ook) op deze pagina aanlandt.

Categorieën