Voor het Engelse origineel, zie: http://classicchristianlibrary.com/library/dickson_david/Dickson-Psalms-v1.pdf
Psalm 46
1)1. Een Lied op Alamoth: voor den Opper-sang-meester, onder de kinderen van Korah.
1) De Bijbeltekst geef ik in de oorspronkelijke Statenvertaling, editie 1637
Voor de oudere vertaling (Deux-Aes) zie: https://www.bijbelsdigitaal.nl/view/?bible=deuxa1562
Na enige opmerkelijke verlossingen voor de kerk van haar vijanden, bevestigt het volk des Heeren zich in hun besluit om op God te vertrouwen en niet bevreesd te zijn voor moeite, omdat Zijn troostrijke aanwezigheid bij hen is, die als een rivier is met gedurige verfrissing, zoals verleden ervaring bewees, vers 2—7; en ze sporen alle mensen in de wereld aan om te letten op Zijn werk dat Hij onlangs deed, en om er tot hun verootmoediging gebruik van te maken, vers 8—11;, zoals de kerk er gebruik van maakt tot bemoediging, vers 12.
2. Godt is ons eene toevlucht, ende sterckte: hy is krachtelick bevonden eene hulpe in benaeutheden.
3. Daerom sullen wy niet vreesen, al veranderde de aerde [hare plaetse], ende al wierden de bergen verset in’t herte van de zeen:
4. Laet hare wateren bruysen, laetse beroert worden: Laet de bergen daveren, door der selver verheffinge, Sela!
Uit de vroegere ervaring van God Die Zijn kerk verdedigt, sterkt het volk des Heeren zich in het geloof in Gods Woord aangaande de zorg voor Zijn volk. En op grond hiervan beschermen zij hun hart tegen de vrees voor alle mogelijke moeite in de komende tijd. Leer hieruit:
- Geloof in Gods Woord en de belijdenis daarvan worden veel krachtiger en levendiger na de ervaring van de waarheid ervan. Want de kerk geloofde deze waarheid vóór de recente bevrijding, maar nu na deze verse ervaring worden zij aangemoedigd om hun zegel er met meer vertrouwen op te zetten, zeggende: God is onze Toevlucht.
- Al zou de kerk in zichzelf geheel verstoken zijn van menselijke kracht en al zou zij in de steek gelaten zijn, ja zelfs vervolgd door alle koningen en vorsten, toch heeft zij God als Wijkplaats, om haar te voorzien van alles wat genoeg is voor haar om te bestaan: God is onze Toevlucht en Sterkte.
- Al is het waar dat de Heere Zijn volk niet zal ontheffen van moeite, toch zal Hij hen in tijd van moeite nabij zijn, en wanneer hun zwakheid voor hen is opengelegd, dan zal Hij hen helpen, en zal Zijn hulp niet te lang uitstellen, maar in tijd van nood krachtdadig hulp bieden, want God is voor Zijn volk krachtig bevonden een Hulp in benauwdheden [Engelse vertaling: duidelijk aanwezige Hulp].
- Niets kan het hart van Gods volk beschermen tegen de terreur van mogelijke of dreigende moeiten, behalve geloof in God. Want hier maakt Gods volk, nadat zij hun geloof hebben vastgesteld, deze gevolgtrekking: daarom zullen wij niet vrezen.
- De verschrikking van kennelijke moeite is de toetssteen van vertrouwen in God, en dán is het geloof vast, wanneer het op de grootste gevaren en moeiten ziet die men zich kan voorstellen, met het voornemen om te kleven aan God en aan die waarheid die vervolgers tegenstaan, wat er maar kan gebeuren: wij zullen niet vrezen, al werd de aarde verplaatst.
- Al zou de hele wereld veranderd worden en al zou het werk van de schepping óf verdwijnen óf verward worden, wat in feite zal gebeuren op de laatste dag, toch vindt het geloof steun en grond om op te staan in God Zelf: wij zullen niet vrezen, al werden de bergen gebracht naar het midden van de zee, al zouden haar wateren bruisen en beroerd worden, al zouden de bergen beven, door haar verheffing.
5. De beecxkens der Riviere, sullen verblijden de stadt Godes; het heylichdom der wooningen des Alderhoochsten.
6. Godt is in’t midden van haer, sy en sal niet wanckelen; Godt salse helpen in’t aenbreken des morgenstonts.
De kerk beschouwt des Heeren Woord en instellingen, verenigd met de zegen van Zijn Geest daarbij, als een voldoende vertroosting tegen wat voor moeite maar kan worden bedacht. Leer hieruit:
- Hoewel er vele afzonderlijke personen in de strijdende kerk des Heeren zijn en vele afzonderlijke gemeenten, zoals er vele woningen in Jeruzalem waren en vele tabernakels/tenten ten tijde van het plechtige feest, wanneer heel des Heeren volk bijeen vergaderd was om het te houden, toch waren zij allen maar één wereldwijde kerk, één Koninkrijk van God, één stad, samengevoegd in de eenheid van één verzegeld verbond, één waar geloof en één Geest: de veelheid van de tabernakels van God maakt daar maar één stad van God.
- Al kan moeite zonder troost terecht komen op mensen die God niet kennen, echter tot gelovigen in de kerk kan geen moeite komen waarin de ware burgers geen vertroosting en vreugde kunnen vinden om hen overeind te houden tegenover alle oorzaken van verdriet: er is een rivier, waarvan de beekjes de stad Gods verblijden.
- De vertroostingen die God verschaft aan allen binnen de kerk die er gebruik van willen maken, zijn niet zoals de vertroostingen die de wereld kan bieden, die in alle opzichten onvoldoende zijn om moeite te overkomen. Maar de vertroostingen van God zijn overvloedig, gedurig stromend, dichtbij en machtig om iemand met kracht overwinnaar te maken over de moeite, en om hem zich te doen verheugen in de Heere in het midden van moeite. Want dit wordt bedoeld met de gelijkenis van verfrissend water: er is een rivier, waarvan de beekjes de stad Gods zullen verblijden.
- God zal Zijn volk, dat Hem zoekt, nooit in de steek laten, maar waar zij Zijn instellingen enigermate oprecht volgen, daar zal Hij zijn: God is in het midden van haar.
- Netzo als de vertroosting van de kerk is ook de vastheid van de kerk en haar voortduur van geslacht tot geslacht afhankelijk van Gods blijvende inwoning in haar: God is in het midden van haar, zij zal niet wankelen.
- Gods aanwezigheid bij Zijn volk zal hen niet vrijwaren van moeite, maar van ondergang in de moeite. Hij zal de struik niet vrijwaren van brand, maar van verteerd worden (Exodus 3 vers 2): want God zal haar helpen.
- Al is het dat de Heere niet verschijnt op het moment dat wij zouden willen, toch zal Hij komen en helpen in de tijd van nood, precies op tijd: God zal haar helpen, en dat heel vroeg.
7. De heydenen raesden, de Coninckrijcken beweechden sich; hy verhief sijne stemme, de aerde versmolt.
8. De HEERE der heyrscharen is met ons: De Godt Jacobs is ons een hooch vertreck, Sela!
Hij heldert de geleverde leer op, door een recente ervaring dat God de vijanden van de kerk onder handen nam op de tijd toen zij in grote massa en kracht een aanval op haar deden. Leer hieruit:
- Het is niet een kleine verbolgenheid die de wereld koestert tegen het Koninkrijk des Heeren, Zijn volk en werk onder hen. En het is geen kleine kracht waardoor de kerk in gevaar is om ontbering te lijden, maar zij kan verwachten met woede in de hoogste mate en kracht in de wijdste zin geconfronteerd te worden: de heidenen raasden, de koninkrijken werden bewogen.
- Het is niet de wereldlijke kracht van het volk des Heeren die de aanval van hun woedende vijanden kan doorstaan, maar God moet Zich Partij bewijzen tegen haar verdrukkers. Daarom komt de Heere Zelf hier tussenbeide voor Zijn volk: de Heere verhief Zijn stem.
- Het zal de Heere geen enkele moeite kosten om de vijanden van Zijn volk de genadeslag te geven. Laat Hij Zichzelf enigszins vertonen, laat Hij slechts een woord spreken, en ze zijn vergaan. Zoals sneeuw voor de zon of zoals vet in het vuur geworpen, zo zijn ze verteerd: Hij verhief Zijn stem, de aarde versmolt.
- Elke ervaring van des Heeren werk voor Zijn kerk kan voldoen om het geloof van Zijn volk te bevestigen aangaande Zijn voortdurende aanwezigheid in Zijn kerk, tot bijstand van Zijn volk in hun moeilijkheden. Want uit deze ene ervaring trekt hij de conclusie: de HEERE der legerscharen is met ons.
- Wat de Heere is in wijsheid, kracht en andere eigenschappen, dat mag de kerk op zichzelf toepassen en er zeker van zijn er de vruchten van te hebben, zoals haar nood vereist. Als scharen van heidenen en ontzettend grote legers van hele koninkrijken tegen Zijn kerk zijn, mogen we er toch nog zeker van zijn dat God, de Heere der legers, zal opstaan tegen hen en voor Zijn kerk: de HEERE der legerscharen is met ons.
- Het verbond van God, met de kerk in vorige eeuwen gemaakt, is echt genoeg zekerheid voor de kerk in latere eeuwen ter verkrijging van elke weldaad die Zijn verbond behelst:de God van Jakob is onze Toevlucht. Ja, het recht dat aan het gehele lichaam van de kerk is geschonken, is net zo’n zekerheid om door elke afzonderlijke gelovige gebruik van te maken, alsof het elk lid bij name persoonlijk was gegeven. En daarom, net zoals wijze burgers rekenen dat wat zij door hun stadsoorkonde kunnen claimen, niet minder tot hen behoort dan hun eigen privébezittingen, zo ook: wat de gelovige ook maar kan claimen uit kracht van het grote voorrecht aan de kerk geschonken, dat moet hij rekenen als even zeker van hem te zijn, alsof zijn eigen naam speciaal in de beloften genoemd had gestaan. Want de God van Jakob is onze Toevlucht betekent zoveel als: omdat God ongetwijfeld de God van Jakob is en de Toevlucht van zijn kinderen, daarom moet Hij ongetwijfeld onze God zijn, die leden van die gemeenschap zijn, en onze Toevlucht.
9. Komet, aenschouwet de daden des HEEREN; die verwoestingen op aerden aenrecht:
10. Die d’oorlogen doet ophouden tot aen’t eynde der aerden, den boge verbreeckt, ende de spiesse ontwee slaet; de wagenen met vyer verbrandt.
11. Latet af, ende wetet, dat ick Godt ben; Ick sal verhoocht worden onder de heydenen, Ick sal verhoocht worden op der aerden.
12. De HEERE der heyrscharen is met ons; De Godt Jacobs is ons een hooch vertreck, Sela!
In het laatste deel van deze psalm spoort hij alle mensen aan om gebruik te maken van deze bevrijding, aan de kerk gegeven, tot hun verootmoediging, vertrouwen in God en vertroosting. Leer hieruit:
- Wanneer God wonderwerken werkt ten gunste van Zijn kerk, letten de meeste mensen niet op des Heeren doen. Zo traag en dom, ondankbaar, ongelovig en verdorven zijn de mensen, die óf klein denken van Zijn werk óf de lof toeschrijven aan instrumenten of een ander ding naast God, zodat het nodig is om mensen toe te roepen en hen tot hun plicht aan te zetten: kom en aanschouw de daden des HEEREN.
- Wonderlijke rampen stort God uit op de vijanden van Zijn volk wanneer Hij met hen in het gericht treedt, want wat zij van plan waren Zijn volk aan te doen, doet Hij hun aan: aanschouw wat voor verwoestingen Hij op de aarde heeft aangericht.
- Wanneer het de Heere goed lijkt, kan Hij wereldwijd vrede aan Zijn kerk geven, en tijdelijke verademing van de moeiten van uitwendige vijanden: Hij doet de oorlogen ophouden tot aan het einde der aarde.
- De Heere kan spoedig korte metten maken met langdurige oorlogsvoorbereidingen, wapens en ammunitie die met grote inspanning en kosten tegen Zijn kerk zijn gemaakt. En Hij kan ze nutteloos maken wanneer het Hem behaagt: Hij verbreekt de boog, en slaat de spies in tweeën, Hij verbrandt de strijdwagens in het vuur.
- Omdat mensen niet goed kunnen begrijpen wat ze aan het doen zijn of wat hun plicht is, zolang als hun gevoelens hoog gaan, zolang als hun geest wanordelijk is, in beslag genomen door vele dingen en afgeleid van wat het meest nodig is, daarom is het goed voor mensen om van tijd tot tijd hun wegzwervende gedachten bijeen te brengen, hun driften en verwarringen te doen zwijgen en zich ootmoedig tot bedaren te brengen, om waar te nemen wat God van hen vraagt: wees stil, en weet dat Ik God ben.
- Het is voor mensen beter wijs te zijn en de Heere te erkennen door de woorden van Zijn instructie, dan het er op aan te laten komen om hun les te leren door akelige ervaring en gevaar van vernieling: wees stil, en weet dat Ik God ben.
- Er is voor des Heeren volk geen weg zó geschikt om hun gemoed tot rust te brengen tegen de vrees van moeite en vervolging door mensen, als om hun geloof hierop te vestigen dat God voor Zijn volk en voor Zijn eigen zaak zorg draagt, en op de verklaring van Zijn gedachte tegen Zijn en hun vijanden: wees stil, en weet dat Ik God ben.
- De Heere zal niet teneinde raad zijn door de tegenstand van Zijn vijanden. Hij zal er niet in tekortschieten om Zijn eigen glorie te vermeerderen, naarmate mensen bezig zijn om deze te onderdrukken. Hij zal in de landen van Zijn tegenstanders invallen doen en hen laten weten dat Hij God is, óf tot hun bekering óf tot hun verwarring en vernieling: Ik zal zegt Hij, verhoogd worden onder de heidenen.
- Hoe weinig acht er vaak ook in de zichtbare kerk wordt geslagen op de majesteit van God, en Hij buiten de kerk altijd wordt geminacht, toch zal Hij voor Zijn eer zorgen, niet alleen in de kerk, maar ook onder de vijanden van de kerk, en niet alleen onder zulken die inderdaad Zijn volk hebben aangevallen, maar ook onder hen die, ver weg of dichtbij, geen acht hebben geslagen op Hem of op Zijn volk: Ik zal verhoogd worden op de aarde.
- Wat er ook voor uiting van Gods macht wordt getoond in de wereld door Zijn oordelen tegen Zijn vijanden die Hem niet kennen, toch is Hij altijd bezig vóór Zijn kerk en niet tégen haar: de HEERE der legerscharen is met ons.
- De kerk van God, of de gelovigen, hoeven er niet over in te zitten hoe velen tegen hen zijn, aangezien dat zij er meer hebben die vóór hen zijn, dan die tégen hen kunnen zijn, namelijk God en alle schepselen onder Zijn bevel: de HEERE der legerscharen is met ons.
- De kracht van de kerk bestaat hierin, dat zij die van haarzelf verzaakt en vlucht tot Gods kracht, en niet in het weerstaan van haar vijand met sterke hand, maar door zich te begeven tot God: de God van Jakob is onze Toevlucht.
- We hebben het nodig God de grond te maken van ons vertrouwen, en om onze omgang met God de grond te maken van onze troost. Want God is voldoende voor ons tegen elk kwaad, en God is voldoende voor ons om elk goed te verschaffen. En we hebben het nodig om onze gronden te bevestigen en te verstevigen door vaker deze waarheid te onderschrijven en vaker ze te betuigen: de HEERE der legerscharen is met ons, de God van Jakob is onze Toevlucht, wordt herhaald.
