Voor het Engelse origineel, zie: http://classicchristianlibrary.com/library/dickson_david/Dickson-Psalms-v1.pdf
1)1. EEn Psalm Asaphs.
1) De Bijbeltekst geef ik in de oorspronkelijke Statenvertaling, editie 1637
Voor de oudere vertaling (Deux-Aes) zie: https://www.bijbelsdigitaal.nl/view/?bible=deuxa1562
Deze psalm is een dagvaarding van de zichtbare kerk voor God, de Rechter van heel de aarde (Die ten slotte alle vlees zal oordelen in de dag des oordeels en Die op de goddelozen wraak zal nemen), om te verschijnen voor de rechtbank van God, nu in de tijd, terwijl er genade kan worden ontvangen, om bijtijds des Heeren geschil met de zondaren in Zijn kerk te bedenken, om berouw te hebben en gered te worden.
- En ten eerste wordt het ontzettende van het oordeel beschreven (vers 1—3).
- Ten tweede de dagvaarding van de tegenpartij, dat is de zichtbare kerk, met de getuigen (vers 4—6).
- Ten derde is er een onderzoek van zelfwerkende rechtvaardigen, wetswerkers en buitenkant-dienaren die zich verlieten op goed gedrag en op het uitwendig vervullen van de ordinanties, alsof de offers van de wet, of welke volvoering van uitwendige plichten ook, genoeg zouden zijn geweest om de zonde te verzoenen en een mens rechtvaardig te verklaren (vers 7—13).
- Ten vierde is er voor hen een aanwijzing hoe zij van hun wettische rechtvaardigheid en vleselijke manier van eredienst verlost kunnen worden en zich kunnen keren tot de rechte weg van het aanbidden van God in geest en waarheid (vers 14,15).
- Ten vijfde is er een onderzoek van hen die grof goddeloos waren (vers 16—21).
- En ten slotte is er ook voor hen een aanwijzing om berouw te hebben / zich te bekeren en God op tijd eer te geven, met een bemoediging voor de oprechte gelovigen om in hun weg voort te gaan (vers 22,23).
1. De Godt der goden, de HEERE spreeckt, ende roept de aerde; van den op ganck der Sonne, tot aen haren onderganck.
2. Uyt Zion, de volkomentheyt der schoonheyt, verschijnt Godt blinckende.
3. Onse Godt sal komen ende sal niet swijgen: een vyer voor sijn aengesichte sal verteeren; ende rontom hem sal het seer stormen.
Leer van de beschrijving van de schrik des Heeren, Die komt om Zijn zichtbare kerk te oordelen vanwege het minachten van de middelen des heils en de ongebondenheid van leven en gedrag:
- Zoals de Heere op een dag de hele wereld zal oordelen, zo zal Hij op een bijzondere en uiterst nauwkeurige manier hen oordelen die tot Hem naderen met de belijdenis van de ware godsdienst, zoals deze hele psalm duidelijk maakt.
- Dit voordeel hebben zij die in de zichtbare kerk leven: zij worden gewaarschuwd voor het oordeel voordat het komt. Want net als vele andere plaatsen van de Schrift is deze psalm een duidelijke waarschuwing voor de kerk om zich voor te bereiden op het oordeel.
- Als het vreselijke gericht op de dag van Gods strenge oordeel goed wordt overdacht, is het een bijzonder middel om het geweten van mensen wakker te maken om op tijd over hun zonden na te denken, dat die vergeven zouden worden en hun personen verzoend, wat de bedoeling is van heel de leer die in deze psalm wordt gebracht.
- De verborgenheid van de grote en vreselijke dag van het algemene oordeel moet uit de Schriften geleerd worden, en uit de uitdrukkelijke aankondigingen daarvan in Gods Woord. Het gezag, het gewicht, de zekerheid en de krachtdadigheid daarvan vloeien uit en hangen af van de Almachtige God alleen: de machtige God, ja, de Heere heeft gesproken.
- De almachtige God, de soevereine Rechter van de hele aarde, heeft bepaald dat allen die ooit tot leven zijn gekomen, in welke tijd of plaats ze ook in de wereld hebben geleefd, voor Zijne Majesteit moeten verschijnen op de afgesproken tijd: de Heere heeft gesproken en de aarde geroepen, van het opgaan van de zon tot haar ondergaan.
- De ware zichtbare kerk, waar Gods verordeningen zijn ingesteld zoals Hij heeft bepaald, waar Zijn Woord zuiver wordt gepreekt, is de mooiste zaak onder de hemel, en daar wordt Gods heerlijkheid duidelijker uiteengezet en getoond dan in al het werk des Heeren daarnaast, in hemel of aarde. Daarom wordt de plaats van de tempel des Heeren hier zo hoog geroemd, en wordt Sion genoemd de volmaaktheid van schoonheid, vanwege de glorie van God op verschillende manieren daar geopenbaard: uit Zion heeft God geschenen, zegt hij, met betrekking tot de duidelijke openbaring van Zijn wil, vooral in de zaak die nu aan de orde is, over de dag des oordeels.
- Mensen zullen geen acht slaan op wat het Woord des Heeren verklaart, totdat het gezag, de heerschappij, almacht en rechtvaardigheid van God, de Rechter, door hen worden ingezien, en dat de grote dag van Zijn vreselijke oordeel wordt beseft als iets dat op de vastgestelde tijd zeer zeker zal gebeuren. Daarom wordt er gezegd: onze God zal komen en zal niet zwijgen.
- Zovelen als er met God verzoend zijn, en Hem in het verbond der genade oprecht hebben aangenomen, kunnen zonder angst of verbijstering de dag des oordeels tegemoetzien; ja, met troost en vol vertrouwen hopen de Rechter genadig voor hen te bevinden, in overeenstemming met de strekking van het verbond, als namelijk hun God: onze God, zegt de profeet, zal komen.
- Zie hoe vreselijk en ontzagwekkend de Heere Zich heeft getoond bij het geven van de wet. Niet minder ontzagwekkend zal Hij zijn in de voltrekking ervan, op de dag dat Hij allen zal oordelen van wie de zonden niet eerder vergeven blijken te zijn: een vuur zal voor Hem verslinden en het zal rondom Hem zeer stormachtig zijn.
4. Hy sal roepen tot den hemel van boven, ende tot de aerde, om sijn volck te richten.
5. Versamelt my mijne gunst-genooten, die mijn verbont maken met offerhande.
6. Ende de hemelen verkondigen sijne gerechticheyt: want Godt selve is Richter, Sela!
In de tweede plaats beschrijft hij de dagvaarding en de oproep van bedienden, partijen en getuigen om alles gereed te maken voor het oordeel over de hele wereld, maar in het bijzonder over de mensen die hun naam aan God hebben opgegeven en die een verbond met Hem hebben gemaakt, en beweerden dat zij Zijn volk waren; zij allen zullen uiteindelijk bemerken dat ze te maken hebben met een rechtvaardige Rechter. Leer hieruit:
- Op de grote dag van het laatste oordeel zullen hemel en aarde en alle elementen bewogen worden om allen terug te geven die ze tot op die dag in hechtenis hebben ontvangen: de Heere zal tot de hemel roepen van boven en tot de aarde.
- We hoeven ons niet af te vragen hoe alle doden zullen worden opgewekt, hoe zielen zullen worden herenigd met hun lichamen, hoe ze allemaal samen zullen worden verzameld, en hoe zulke grote dingen zullen geschieden. Eén woord lost alles op: Hij zal roepen tot de hemel en tot de aarde. Want zoals op een woord alles is gemaakt, zo zullen op een woord, wanneer Hij zal roepen en het bevel zal geven om te verschijnen, de doden worden opgewekt, en allen zullen verschijnen; goede engelen en goddeloze geesten, alle mensen, goed en kwaad, jong en oud, elk redelijk en met verstand begaafd schepsel in hemel en op aarde, door Zijn almachtige kracht, zullen direct aanwezig zijn. Hij zal roepen is voldoende om te bewerken al wat Hij wil.
- Wat de koers zal zijn die de Rechter zal volgen met betrekking tot hen die niet van Hem hebben gehoord, of die van Hem hebben gehoord en buiten de kerk hebben geleefd, is niet de hoofdzaak waarover het volk des Heeren zou moeten nadenken. Maar dit is wat zij moeten weten, namelijk, wat hen zelf aangaat. Daarom zegt de Heere hier niet meer dan: Hij zal roepen tot de hemel en tot de aarde, om Zijn volk te richten.
- Allen die in een verbond met God staan, alle leden van de zichtbare kerk, zijn heiligen omdat ze geroepen zijn. God staat hun deze aanduiding toe, omdat ze toegewijd en geheiligd zijn aan Hem, omdat ze allen door een bijzondere belofte verplicht zijn om heiligen te zijn. Allen doen belijdenis van hun bedoeling om zo te zijn. Allen eisen voor zichzelf het recht op en willen door anderen erkend zijn, om als Gods volk te worden beschouwd, of ze het waardig zijn of niet. Daarom zegt Hij: verzamel Mijn heiligen tot Mij.
- Op hoe grote afstand, ongeacht of het nu tijd of plaats is, Gods volk-volgens-belijdenis in deze wereld heeft geleefd, zij zullen allen ten slotte vergaderd worden voor het oordeel van die grote dag. Sommigen tot het oordeel van vrijspraak, sommigen tot het oordeel van verdoemenis. Goeden en kwaden zullen allen direct voor de Rechter vergaderd worden: verzamel Mijn heiligen tot Mij.
- De Heere zal geen officieren, sergeanten en dienaren te kort hebben voor dit werk; Hij heeft ontelbaar veel engelen, die doen waarvoor Hij hun bevel geeft: verzamel Mijn heiligen.
- Het uitwendige verbond met God is de grond van de aanspraak en de eer van heilige-zijn en van kerklidmaatschap; al wie in het zichtbare verbond met God zijn, worden door Zijn toelating Zijn heiligen genoemd; want zo legt Hij uit wie Hij Zijn heiligen noemt, namelijk al diegenen die een verbond met Hem hebben gesloten door een offer.
- Met God kan geen verbond gesloten worden zonder tussenkomst van of beleden eerbied voor een offer, zoals de Heere Zijn volk heeft onderwezen in het type en de schaduw van de ceremoniële offeranden; want, zoals God door een offer in te stellen dat door Zijn volk wordt geofferd, wilde dat elke bondgenoot zou erkennen en belijden dat hij waardig was om voor zijn zonden te sterven, en dat het voor hem noodzakelijk was naar een Borg te vluchten om voor hem te sterven (namelijk naar de beloofde Messias Jezus Christus, dat Lam van God Dat werd geslacht vanaf het begin van de wereld, om de zonden der wereld weg te nemen), en om zich geheel te wijden aan de dienst van God; zo eist de Heere nog steeds dezelfde dingen van elke bondgenoot, van een ieder van Zijn volk. En al wie belijden dat zij de voorwaarden van het verbond aanvaarden, worden genoemd: zij die een verbond met God hebben gesloten door een offer.
- In dat algemene oordeel zullen de wijze vormgeving van de wereld, de voortdurende gang van het regeren, het vaststellen van de seizoenen van zomer en winter, lente en oogst, het er voor zorgen dat de zon schijnt en de regen op allen valt, en om allen te voorzien van voedsel en goede dingen…, getuigen zijn van Gods deel aan alle mensen, en zo zullen de hemelen Zijn gerechtigheid verkondigen.
- Niemand zal op die dag beschadigd worden of onrecht lijden; ja, alle mensen zullen het onrecht dat hun aangedaan is, hersteld krijgen, alle beloningen zullen gegeven worden zoals het Woord des Heeren heeft gezegd: want God Zelf is Rechter. Sela.
7. Hoort, mijn volck, ende ick sal spreken; Israël, ende ick sal onder u betuygen: Ick Godt, ben uwe Godt.
Nadat Hij nu Zijn volk heeft voorzegd, dat er zeker een grote dag zal komen om alle mensen te oordelen, en in het bijzonder Zijn verbondsvolk, begint Hij hier een vriendelijke manier van gesprek/aanklacht met Zijn zichtbare kerk of belijdend volk, opdat zij zich zouden bekeren en op tijd genade zouden vinden, voordat zij naar een rechtszaak van strenge gerechtigheid zouden worden gebracht. En eerst gebruikt Hij een voorwoord en richt Hij Zijn toespraak op degenen met een beter uiterlijk gedrag dan de slechtste, namelijk, op zulken die vertrouwden op hun eigen werken, en vooral op de uitwendige offers en ceremoniën van de wet, zonder te kijken naar het einde en de bedoeling daarvan; alsof door die uitwendige offers hun zonden verzoend waren en God ten volle genoegdoening daarvoor ontvangen had. Leer hieruit:
- Een volk dat vast zit op het bezinksel van hun vleselijke gewoonten, in valse veiligheid en vermetelheid, kan niet worden bewogen om hun wegen te overwegen, of om bekommerd te zijn over hun gevaarlijke toestand, tenzij de Heere Zichzelf aan hen toont en hun geweten openscheurt. Daarom zegt Hij tegen hen: hoor, o Mijn volk, en Ik zal spreken.
- Hoewel de Heere hen die buiten de kerk zijn, vreemdelingen van het verbond en het gemenebest van Israël, toelaat te blijven liggen in hun zonden; zal Hij Zijn twistgeding tegen Zijn eigen volk wel aan de orde stellen, wat geen geringe genade is: o Israël, Ik zal tegen u getuigen.
- Het verbond met God gesloten, verenigd met Zijn absolute soevereiniteit, legt dubbele verplichtingen op Gods volk voor de gehoorzaamheid van het geloof, hen verplichtend om geen zaligheid te zoeken anders dan Hij ons leert, maar om Hem te aanbidden en te dienen zoals Hij bepaalt: want Ik ben God, namelijk uw God, zegt de Heere.
- Welk meningsverschil de Heere ook met Zijn volk heeft omdat zij het verbond dat met Hem is gesloten, niet houden, toch zal Hij, zolang er hoop is op bekering, het verbond niet ontbinden, maar zal Hij hun het voordeel ervan aanbieden; want nadat de Heere heeft gezegd: Ik zal tegen u getuigen, voegt Hij eraan toe: Ik ben God, ja, uw God.
8. Om uwe offerhanden en sal ick u niet straffen: want uwe brant-offeren zijn steets voor my.
9. Ick sal uyt u huys geenen varre nemen; [noch] bocken uyt uwe koyen.
10. Want al ’t gedierte des wouts is mijne; de beesten op duysent bergen.
11. Ick kenne al’t gevogelte der bergen: ende het wilt des velts is by my.
12. So my hongerde, ick en soude’t u niet seggen: want mijne is de werelt ende hare volheyt.
13. Soud’ ick stieren-vleesch eten, ofte bocken-bloet drincken?
Na het voorwoord gaat de Heere voorbij aan de terechtwijzing voor veel nalatigheid, namelijk in de uitwendige uitvoeringen van uiterlijke verordeningen, en beschuldigt Hij hen alleen van hun vertrouwen op het uiterlijke werk, en dat zij een soort van verdienste aan hun werk geven, alsof zij er op uit waren God aan hen te verplichten door hun uiterlijke verrichtingen. Leer hieruit:
- Hoewel er een terechte reden is om mensen te beschuldigen dat ze tekortschieten in hun plicht bij het uitvoeren van uiterlijke verordeningen; toch, wanneer dat niet de voornaamste fout is, of wanneer het herstellen van die fout God niet tevreden zal stellen, dan zal Hij die beschuldiging voor een tijd door de vingers zien en Zich richten op hun hoofdzonden: Ik zal u niet terechtwijzen vanwege uw offers of uw brandoffers die voortdurend voor Mij hadden moeten zijn.
- Zoals mensen gewoonlijk weinig besef hebben van het verzuimen van hun plichten, zo staan ze ook klaar om hun uitwendige verrichtingen te overwaarderen, en te denken dat wat zij hierin doen, zeer acceptabel voor God zal zijn. Zoals de vleselijke Israëlieten, hier aangeklaagd, dachten dat hun stieren en bokken uit hun huizen of kooien door God geacht moesten worden voor net zoveel waarde, als zij die hen offerden, eraan hechtten.
- Dat wat het meest door mensen wordt gewaardeerd, zonder rekening te houden met God, is een gruwel voor God. En zo waren de uiterlijke offers van de vleselijke Israëlieten, die rustten op het brengen van uitwendige offers, zonder te zien naar dat enige ware offer van de daardoor afgebeelde Middelaar: Ik zal geen stier uit uw huis nemen, en geen bok uit uw schaapskooi.
- Het is een ziekte van een dwaas mens om bij zichzelf te denken dat God aan hem iets verplicht is wanneer hij een deel van zijn goederen aan God aanbiedt, hoewel een mens ondertussen niets heeft dan wat God hem heeft gegeven, en wat van de Heere is door oorspronkelijk recht: elk beest van het bos is van Mij en het vee op duizend heuvels.
- Hoewel alle mensen belijden dat zij God erkennen als Eigenaar van alle schepselen, omdat Hij ze allemaal heeft gemaakt; toch verraadt hun praktijk op vele manieren hun hartgrondige onwetendheid op dit punt, en dat zij het nodig hebben deze les van God te leren: Ik ken alle vogels van de bergen en de wilde dieren van het veld zijn van Mij.
- Onvernieuwde mensen kunnen niet anders kiezen dan grove opvattingen van God te hebben, en naar hun eigen inbeelding aan Hem te denken, zoals de vleselijke Israëlieten dachten dat een vet offer net zo acceptabel voor God was als een vette maaltijd was voor henzelf. Maar God is niet als een mens, en heeft het niet nodig om te worden bediend door mensen of door een van Zijn schepselen. Ze hebben allemaal hun wezen en afhankelijkheid van God, om hun daarvan te voorzien en ze te schenken aan wie Hij wil, naar Zijn welbehagen: Hij heeft geen honger. En gesteld dat Hij van plan was om Zichzelf te bedienen van een van de schepselen, dan hoeft Hij toch de mens daarvoor niet in dienst te nemen, want: de aarde is van de Heere en de volheid daarvan.
- De Heere veracht de vleselijke verwaandheden die mensen hebben, om voor hun zonden aan Zijn recht genoeg te doen door iets wat een mens Hem kan aanbieden, als verbeeldingen die een redelijk mens niet passen: zal Ik het vlees van stieren eten of het bloed van bokken drinken?
14. Offert Gode danck: ende betaelt den Alderhoochsten uwe geloften.
15. Ende roept my aen in den dach der benautheyt: Ick salder u uyt helpen, ende ghy sult my eeren.
In de derde plaats spoort Hij hen aan om deze vleselijke manier om verlossing te zoeken te verlaten, en zet hen op de juiste weg van ware gelukzaligheid en geestelijke dienst. Leer hieruit:
- De manier van zaligheid en van Gods aanbidding is geestelijk, en kan mogelijk wel worden afgebeeld en bevorderd door uitwendige lichamelijke oefeningen, maar bestaat niet in uiterlijke dingen. En om het meer in het bijzonder te zeggen: God wil dat de mens, wiens persoon en dienst Hij wil aanvaarden, besef heeft van zijn eigen gebrek aan al het goede, en onvermogen om zich iets te verschaffen van wat hij mist, om God alleen te erkennen als de algenoegzame Fontein van genade en van elke goede gift, om van God te zoeken wat hij nodig heeft, om afhankelijk te zijn van Zijn genade wanneer hij die heeft gezocht, en om de lof van Gods vrije en genadige gave aan Hem terug te geven wanneer hij deze ontvangen heeft. Want dit alles is verondersteld en bedoeld in dit offeren van dank: offer aan God dankzegging; namelijk, voor elke punt en doorgang van Zijn onverdiende gunst: en dit vraagt Hij, omdat dit aanbieden van het offer van lof en dankbaarheid meer acceptabel was voor God dan hun ceremoniële offers van gedode beesten.
- God wil dat de mens, wiens persoon en dienst Hij zal aanvaarden, gewetensvol zal omgaan met al zijn wettige geloften die hij aan God heeft gedaan, in het bijzonder met zijn verbondsgelofte, die hij heeft gemaakt om God al de dagen van zijn leven de gehoorzaamheid van het geloof te geven. Aanbidders zijn gewoon deze gelofte bij verschillende gelegenheden plechtig te vernieuwen: offer aan God dankzegging en betaal uw geloften aan de allerhoogste God.
- Al was iemand nog zo trouw en oprecht in het dienen van de Heere, toch is hij niet vrijgesteld van problemen, om redenen van Gods heerlijkheid, het goede voor de persoon die in de problemen is, en het voordeel van anderen. Dit stelt de Heere hier voor, terwijl Hij hun gedachten voorbereidt door aan de gelovigen melding te maken van een dag van benauwdheid.
- Onder andere bedoelingen die de Heere heeft om moeite te sturen, is dit er één: om de gelovige in het besef van zijn nood ertoe te brengen om gebruik te maken van zijn verbond met God en om door geloof tot Hem te komen in gebed om hulp en verlichting op de juiste tijd: roep Mij aan in de dag van uw benauwdheid.
- De ware gelovige en vertrouwer op de zekere en rijke genade van God, kan onmogelijk in enige moeite komen waaruit hij niet zal worden bevrijd, maar welk kwaad er ook komt, hij kan, door tot God te bidden, ja, hij zal worden bevrijd: roep Mij aan in de dag der benauwdheid; Ik zal u redden. Welke méér onvoorwaardelijke belofte kan er worden gedaan aan een gelovige smekeling?
- Een gelovige smekeling zal niet alleen genadig worden beantwoord, en zo reden hebben om God te loven, maar hij zal ook daadwerkelijk genade hebben om God te loven: en u zult Mij verheerlijken.
16. Maer tot den godtloosen seyt Godt; Wat hebt ghy mijne insettingen te vertellen? ende neemt mijn verbont in uwen monde?
17. Dewijle ghy de kastijdinge hatet, ende mijne woorden achter u henen werpt.
18. Indien ghy eenen dief siet, so loopt ghy met hem: ende u deel is met de overspeelders.
19. Uwen mont slaet ghy in ’t quade: ende uwe tonge koppelt bedroch.
20. Ghy sitt, ghy spreeckt tegen uwen broeder, tegen den sone uwer moeder geeft ghy lasteringe uyt.
21. Dese dingen doet ghy, ende ick swijge: ghy meent, dat ick teenemael ben gelijck ghy: Ick sal u straffen, ende sal’t ordentelick voor uwe oogen stellen.
In de vierde plaats doet de Heere genadig Zijn beklag tegen de brutale zondaar en degene die schandelijk leeft, omdat hij dit voorrecht van het verbond misbruikt heeft door zijn onzedelijk gedrag en verwaand atheïsme, opdat hij, overtuigd van zijn zonde, zich zou bekeren en de toorn die komt, zou ontgaan. Leer hieruit:
- Tot hen die de religie belijden, en die de uiterlijke verordeningen daarvan in acht nemen, en die niet schandelijk leven, spreekt de Heere, hoewel Hij hen laat weten dat Hij niet tevreden is over hun weg, toch op een zachtere manier, omdat het mogelijk is dat sommige geliefde Laodiceeërs, jonge en ongeoefende ware bekeerden, zich schuldig hebben gemaakt aan niet geringe mate van dode formaliteit. Maar tot hen die in grove, schandalige zonden leven, spreekt de Heere ruwer en noemt hen met de naam van goddelozen: maar tegen de goddeloze zegt God.
- De bedrieglijkheid van de zonde en het bedrog van het hart en de macht van satan over geruste zondaren is zodanig, dat zij zonder wroeging van het geweten de ware religie kunnen belijden, doen alsof ze een verbond met God hebben, en toch losjes leven als heidenen of atheïsten: ze nemen Gods verbond in hun mond en haten ondertussen instructie en werpen Gods woorden achter zich.
- Zulke mensen die door hun onzedelijk gedrag een openlijke belediging zijn voor hun religie, zijn zo verfoeilijk voor God, dat Hij hen acht als goddeloze haters van reformatie, verachters van de Schrift, beledigers van hun heilige belijdenis, zodat Hij geen religieuze dienst van hen zal aannemen. Tegen de goddeloze zegt God: “Wat doet u om Mijn inzettingen te verkondigen, of dat u Mijn verbond in uw mond neemt, terwijl u de tucht haat en Mijn woorden achter u werpt?”
- Hoewel mensen het verbond ontheiligen en het verdienen om eruit te worden geworpen als onwaardig om er het voordeel van te hebben, of om toegelaten te worden het nog meer te belijden; toch zal God hen niet snel overgeven, maar zal hun op een vriendelijke manier hun zonden en onwaardigheid bekend maken, zodat hun geweten tot berouw zou worden gebracht: wat hebt u gedaan om Mijn verbond in uw mond te nemen, aangezien u instructie haat?
- Wie Gods Woord achter zich werpt, kan niet anders kiezen dan een slechtere meester te dienen en slaaf van zijn lusten te worden gemaakt, en tot elke zonde te worden geleid, zoals de verleiding hem leidt. Hij zal het niet kunnen weerstaan een hebzuchtige dief te zijn en een smerige overspelige, vers 18, en zijn tong los te laten op al het kwaad waartoe de tong kan dienen, vers 19, en tegennatuurlijk te worden voor degenen aan wie hij gebonden is in de nauwste bloedbanden, vers 20.
- Zodanig is het geduld van de Heere, dat Hij dikwijls zeer lange en gruwelijke beledigingen en uitdagingen verdraagt van degenen die in een uitwendig verbond met Hem staan, zodat Hij door Zijn lankmoedigheid hen tot bekering zou leiden: deze dingen hebt u gedaan en Ik heb gezwegen.
- Wanneer mensen geen goed gebruik maken van de middelen die hen tot bekering moeten brengen, worden ze slechter door die middelen, méér vals gerust en verhard in hun slechte wegen, en méér godloos in alle opzichten: u dacht dat Ik helemaal zo iemand was als uzelf.
- Zulke mensen, die een los leven leiden met een belijdenis van godsdienst onder het stralende licht van Gods Woord, houden hun geweten niet anders stil dan door God te transformeren in een afgod naar hun eigen verbeelding, en door te doen alsof Hij is wat Hij niet is, en dat Hij niet is wat Hij Zichzelf verklaart te zijn: u dacht dat Ik helemaal zo iemand was als uzelf; dat wil zeggen, niet méér ontevreden over uw wegen dan uzelf.
- Hoewel de Heere een tijdlang zwijgt, zal Hij de zondaar ten laatste door Zijn Woord en slagen laten weten, hoe ontstemd Hij is over de zonde: maar Ik zal u bestraffen, zegt de Heere.
- Vergeten zonden, achter de rug geworpen en door de vals-geruste zondaar op een verwarde hoop geworpen, zullen op de dag van Gods afrekening mét tijd, plaats en andere omstandigheden in herinnering worden gebracht, en zó aan het geweten worden voorgesteld, dat de zondaar niet in staat zal zijn om weg te zien van zijn angstaanjagende beschuldiging en aanklacht: Ik zal ze in orde stellen voor uw ogen.
22. Verstaet dit doch, ghy godt-vergetende: op dat ick niet en verscheure, ende niemant en redde.
23. Wie danck-offert, die sal my eeren: ende wie [sijnen] wech [wel] aenstelt, dien sal ick Godts heyl doen sien.
In de laatste plaats: omdat de Heere onwillig is om het verbond te ontbinden, of om degenen die in de zichtbare kerk zijn, te vernietigen, hoe goddeloos ook, daarom spoort Hij hen aan tot berouw, terwijl het tijd is, voordat Hij hen volledig wegwerpt. En zo toont Hij hun de weg om naar huis terug te keren naar Hem, zoals Hij ook hen die oprechte aanbidders van Hem zijn, aanmoedigt om door te gaan. Leer hieruit:
- Het twistgeding van de Heere met Zijn volk en het dreigen met toorn op hen, dragen veel liefde en genade in hun schoot. Het is bewonderenswaardig dat zulke aanbiedingen van genade en verzoening door God worden gedaan na zulke rechtvaardige en angstaanjagende beschuldigingen, zoals we hier lezen.
- Zoals de gevoelige gedachtenis van God een ontzag-band is om zich van de zonde af te houden, en een aansporing tot alle plichten; en zoals het overdenken van Gods Woord een middel is om het geweten wakker te maken en het hart te beïnvloeden met hoge en juiste gedachten van God, zo stelt het vergeten van God en het overwegen van wat nodig is, een mens open voor alle zonden, en opent het de weg tot zijn vernietiging: overweeg dit, u die God vergeet, opdat Ik u niet in stukken scheur.
- Als zij die ver van God zijn weggegaan, zich niet naar Hem, naar huis, willen haasten, zal hun waarschijnlijk een genadeloos oordeel ontmoeten en zullen zij geen gelegenheid of tijd krijgen zoals zij zouden willen, om zich te bekeren: overweeg het, opdat Ik u niet in stukken scheur, en er niemand is om u te verlossen.
- Mensen aan het werk te zetten om de eer van God te bevorderen door Hem in de geest te aanbidden en de uiterlijke daden van het lichaam in overeenstemming te brengen met de regel van Gods Woord, is het doel van al Gods pleitredenen met Zijn eigen volk; want Zijn twistgeding wordt besloten met een aanwijzing voor allen, om God te verheerlijken, en om hun levenswandel goed te ordenen.
- Die persoon aanbidt God in de geest, die – in de loop van een dagelijks hernieuwd berouw – Hem de eer geeft van Zijn gerechtigheid, in het erkennen van zijn zonden tegen Gods wet, en zijn ‘slechte verdiensten’; en die – in de loop van dagelijks hernieuwde daden van geloof in Christus – God de eer geeft van Zijn genade en barmhartigheid, door te vluchten naar de toevlucht die hem in het evangelie wordt voorgesteld; en die God de eer geeft van Zijn heiligheid, door zich dagelijks in te spannen om door Zijn Geest de lusten van het vlees te doden, en vernieuwd te worden in zijn gemoed en genegenheden; en in één woord: die zich in zijn hart en genegenheden inspant om God de eer te geven van al Zijn eigenschappen, titels of Namen, bij elke gelegenheid die hem wordt geopenbaard. Dit is de aanbidder van God in geest en waarheid, die de Heere in al Zijn omgang met Zijn volk probeert te vormen en te winnen voor zichzelf: wie lof offert, verheerlijkt Mij.
- Oprecht streven om God in de geest te aanbidden, wordt het best gezien in iemands zorg om zijn leven en lichamelijke daden in overeenstemming te brengen met de regel van Gods Woord. Want met het verheerlijken van God voegt Hij hier: het goed ordenen van zijn levenswandel.
- Wie zich ertoe zet om Gods dienstknecht te zijn in geest en waarheid, zal bevinden dat God zijn volkomen Zaligmaker is, hoe goddeloos en hoe onwaardig hij ook is geweest. Als hij zich zal voorbereiden op de vreselijke oordeelsdag door het aanbod van genade in Jezus Christus aan te nemen, met al de volheid van de zaligheid van God in Hem, en in Christus’ kracht zich zal inzetten om de vruchten van zijn geloof voort te brengen in een onberispelijke levenswandel, die zal ongetwijfeld gered worden: want God heeft gezegd: wie het offer van lof offert, verheerlijkt Mij, en aan hem, die zijn levenswandel goed regelt, zal Ik de zaligheid van God tonen. Amen, amen.
