Website van Ds. W. Pieters

2022

2

1 december

Het Hooglied, hetwelk van Sálomo is.

Hooglied 1:1

Nu ik in de laatste week van maart 2021 ervoor ga zitten om de dagboekmeditaties voor de maand december van het jaar onzes Heeren 2022 te schrijven, duurt het nog twintig maanden eer de betreffende decembermaand aanbreekt. Van wie van hen die nu nog leeft, zal dan het lichaam reeds in het graf zijn neergelegd, en de ziel de eeuwigheid zijn ingegaan? Van de schrijver?

Ik herinner mij, dat ds. A. Vroegindeweij uit Veenendaal, toen hij onverwachts stierf, al voor wekenlang kopij klaar had voor de diverse periodieken, waaraan hij medewerking verleende…

Het is goed om met Gods Woord bezig te zijn, studerend, mediterend, proclamerend. Wat studeren is, weet u. Hoewel… Doet u het ook? Studeren in het dierbaar Woord van God? Besteedt u er tijd en denkkracht aan? Wilt u de betekenis van woorden en zinnen, wetten en beloften weten? Of leest u zonder nadenken? En dan: mediteren, bepeinzen, of zoals mijn vader op zondagen bad: “Geef, dat we als de reine dieren des velds Uw Woord herkauwen.” Ja, wat een zoet vermaak om met het Woord van God stilletjes bezig te zijn, lezend, overdenkend, biddend. Ook daarna, bij allerlei bezigheden van het leven, iets van het gelezene in herinnering terug te roepen en er eerbiedig aandacht aan te besteden.

En dan: proclameren, verkondigen, uitbazuinen. Ja, dat is het verlangen van eenieder die iets van de waarde van de Parel heeft gezien, iets van de rijkdom van de Schat heeft bemerkt, of (om te spreken met het Bijbelboek dat we deze maand behandelen) iets van de liefde heeft geproefd, iets van de vertrouwelijke en intieme omgang met de Hemelse Bruidegom Jezus Christus heeft beleefd…, dan kunt u en wilt u er niet over zwijgen. Dan gunt u het iedereen toch!?

Lezen: Psalm 89:16-21 en 47-53; zingen: Psalm 89:19

2 december

“IJdelheid der ijdelheden,” zegt de prediker, “ijdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid.”

Prediker 1:2

In deze maand denken we na over het boek Hooglied. Dit boek volgt op het boek Prediker. Er is nauwelijks een groter contrast denkbaar dan tussen deze twee Bijbelboeken. Prediker heeft het over ijdelheid, dat is: nietigheid, vluchtigheid, vergankelijkheid. Het gaat over dingen die vergaan. Terwijl Hooglied gaat over het heerlijkste en rijkste en belangrijkste wat maar denkbaar is: de liefde tussen Christus als de Hemelse Bruidegom en Zijn gemeente, Zijn bruidskerk; hier geïllustreerd door de liefde tussen man en vrouw, tussen bruidegom en bruid, tussen verloofden, in verkeringstijd.

We kunnen ook zeggen: de Bijbelboeken Prediker en Hooglied passen precies bij elkaar. Pas wanneer wij leren hoe leeg al het ondermaanse ons laat, waarderen we hoe ziel-vervullend de liefde van Christus is. Ook andersom geldt: juist wanneer we de liefde van onze Heere Jezus Christus proeven, weten we met diepe zekerheid wat Paulus aan zijn geliefde gemeente in Filippi schrijft: alles hier is schade en drek om de uitnemendheid van de kennis van Christus. Alles buiten Jezus wordt bij het groeien in de genade dus alleen maar minder waardevol en meer waardeloos.

Nee, niet om de goede gaven van God te minachten, maar wel om de alles-overtreffende liefde van de Meerdere Salomo hoog te achten, boven alle lof verheven.

Het Bijbelboek Prediker doet de Bijbellezer verlangen naar en bereidt hem of haar voor op de ziel-verrukkende inhoud van het Hemelse Bruiloftslied dat direct na Prediker een plaatsje kreeg in onze Bijbel.

We mogen het elkaar aan het begin van deze maand van harte toewensen, dat niets ons meer tevreden kan stellen, dan de kussen van Jezus’ mond!

Lezen: Prediker 1:1-11; zingen: Psalm 16:3

3 december

Hij kusse mij met de kussen Zijns monds…

Hooglied 1:2a

Na het opschrift van vers 1 komt iemand aan het woord die ernaar verlangt gekust te worden. De manier waarop zij dit zegt, is opmerkelijk. Ze spreekt niet tot, maar óver haar Liefste en zegt: “Hij kusse mij…” Dit is een wens: “Moge Hij mij kussen!” O, wat verlangt ze vurig naar Hem!

Ondertussen vraagt iemand haar misschien: “Over wie hebt u het toch? U noemt helemaal geen naam.” Haar antwoord luidt: “Over Wie ik het heb? Over mijn Liefste natuurlijk! Er is er maar Eén naar Wie ik verlang! Ik kan aan niemand anders denken, dan aan Hem.”

In Mattheüs 12 stelt Jezus de koningin van Scheba tot voorbeeld voor de mensen om Hem heen. Zij is namelijk gekomen van het einde der aarde om de wijsheid van Salomo te horen. En Hij vervolgt: “Zie, meer dan Salomo is hier!” Zo mogen we ook zeggen met betrekking tot het Hooglied: Het gaat hier over Iemand Die meer is dan Salomo, namelijk de Hemelse Bruidegom, Jezus Christus. Zo wordt in het Bijbelboek Hooglied niet uitdrukkelijk gezegd over Wie het gaat, maar ‘een goed verstaander heeft slechts een half oor nodig’…

Het Hooglied is een liefdeslied, waarin het tere liefdesleven tussen man en vrouw als beeldspraak dient voor de geestelijke liefdesbetrekking tussen Jezus en Zijn bruidsgemeente. Verlangt u dat uw Minnaar u kust?

Hoe rijk is het om zó vol te zijn van Hem, Die schoner is dan alle mensen. Dat u uit de volheid van het gemoed over Hem spreekt zonder Zijn Naam te hoeven noemen – omdat uw gedachten maar van één Persoon vervuld zijn… O, is Jezus uw Alles geworden? Dan kunt u het zich bijna niet voorstellen, dat een ander niets in Hem ziet. En toch is dat helaas zo. Het is een wonder als u zó vol van Hem bent, als de bruid hier is van haar Vriend.

Lezen: Hooglied 1:1-8; zingen: Psalm 73:12

4 december

Hij kusse mij met de kussen Zijns monds…

Hooglied 1:2a

Wanneer wij door genade werden afgebracht van het liefhebben van zonde en ongerechtigheid, wanneer we de leegheid zien van al de liefdesbewijzen die de wereld biedt en van al de toegenegenheid die we van het aardse kunnen verwachten, en wanneer we meer en meer verlangend zijn gemaakt naar een liefde die nooit vergaat en naar een toegenegenheid die werkelijk waarde heeft, dan verstaan we de taal van het openingsvers van dit Lied der liederen, dit Hoogste Lied, dit liefdeslied tussen Christus en Zijn bruid. Dan verstaan we het niet alleen, maar dan stemmen we er ook van harte mee in en dan smeken we Hem dat Hij ook ons Zijn liefde zal tonen, zoals in het liefdesverkeer tussen mensen door een kus wordt geuit. Dan verlangen we naar wat uit Zijn mond uitgaat, namelijk de ziel-verblijdende beloften die Hij ons in Zijn Woord heeft geopenbaard. Paulus laat ons weten dat onze mond vol is van vervloeking en bitterheid. Maar wat Hij, onze hemelse Bruidegom, zegt, dát is vol zegen en zoetheid.

Het verlangen van echte liefde is niet met één kus tevreden. Nee, wanneer het liefdesvuur in u brandt, wilt u meer dan één kus, dan vraagt u om nog een kus en nog één, en nog één. Zo is het in het natuurlijke, en zo is het niet minder ook in het geestelijke. Als de liefde van God geproefd wordt, in het Woord geopenbaard, dan kunt u niet meer zonder dat Woord. Dan verlangt u ernaar om door dat Woord van God gekust te worden. Dat uw hart wordt aangeraakt met een kool van dat altaar der Goddelijke liefde!

Bid maar mee met de bruidskerk: “O Heere Jezus, al ben ik Uw liefde niet waardig en durf ik niet te rekenen op Uw liefdesbewijzen, toch, o toch smeek ik U erom: Geef mij een genadekus van Uw mond!”

Lezen: Psalm 45:1-8; zingen: Psalm 45:1

5 december

Hij kusse mij met de kussen Zijns monds…

Hooglied 1:2a

Door wat voor man wenst u als vrouw gekust te worden? Hoe moet zijn karakter zijn en zijn gedrag? Hoe moet hij met u omgaan, emotioneel en lichamelijk?

En man, wat voor man denkt u te moeten zijn, zodat uw vrouw ernaar verlangt om door u gekust te worden? Hoe moet uw karakter en uw gedrag zijn, aan tafel in de keuken en op bed in de slaapkamer?

Overdag ruzie maken en in de slaapkamer uw vrouw kussen? Zelfzuchtig, brommerig, hardvochtig of gemakzuchtig zijn, en toch denken dat zij graag door u gekust wordt?

We voelen wel, dat de beeldspraak van liefdevol gekust worden een grote verantwoordelijkheid legt op mannen die verkering hebben, verloofd zijn of getrouwd; en dat het ons ook voor het aardse liefdesleven heel wat te zeggen heeft. Het brengt ons tot zelfonderzoek: ben ik en gedraag ik mij als man zó, dat mijn vrouw, mijn verloofde, mijn vriendin graag door mij gekust wordt?

En ja, andersom kunnen dezelfde vragen aan de vrouwen en meisjes gesteld worden, en moeten echtgenotes en verloofden of die verkering hebben, zichzelf die vragen ook stellen: ben ik zó en gedraag ik mij zó dat mijn man, mijn verloofde, mijn vriend mij liefdevol kan en wil kussen?

Maar hoe het ook in het natuurlijke zou zijn en hoeveel er bij ons helaas aan zou ontbreken, laten we onze gedachten richten op Hem, Die als de beloofde Losser, de Meerdere Boaz is voor Ruth: vriendelijk en behulpzaam, liefdevol en trouw. Jezus Christus heeft Zich in Goddelijke liefde voor Zijn bruidskerk overgegeven tot in de dood. Zo schrijft de apostel in het te lezen Schriftgedeelte over Jezus Christus en Zijn gemeente, en dan ook over man en vrouw in de aardse liefdesbetrekking. Ons aardse huwelijk moet op het geestelijke lijken…

Lezen: Efeziërs 5:22-33; zingen: Psalm 8:4

6 december

Hij kusse mij met de kussen Zijns monds…

Hooglied 1:2a

Ook de profeten in het Oude Testament gebruiken de beeldtaal van het huwelijk om de verhouding tussen God en Zijn volk aan te duiden. Vooral bij Hosea vinden we dit, zoals in het te lezen Schriftgedeelte duidelijk wordt. De Heere klaagt dat het verbondsvolk niet meer Zijn vrouw is. Israël is overspelig, ze houdt het met een andere man, een andere god: Baäl. Maar o, wonder van Goddelijke genade, onverdiende en vrije genade: uit Hosea 2 blijkt dat God opnieuw met Zijn volk wil trouwen, met deze hoer… En dat God haar in dit vernieuwde huwelijk opnieuw Zijn liefde en trouw geeft. Zo kunnen we zeggen dat Gods beloften voor de gelovigen kussen zijn van de Hemelse Bruidegom. De liefdestaal van Hooglied 1 vers 2 (Laat Hem mij innig kussen) past precies bij het oprechte verlangen van de vrome Israëliet, die de verborgen omgang met God kent en hoog waardeert.

Denk ook aan het verlangen van vader Abraham naar de komst van de beloofde Verlosser, Die de Bruidegom is van Zijn volk. Jezus Zelf zegt daarover: “Abraham heeft met verheuging ernaar verlangd om Mijn dag te zien. En hij heeft die gezien en heeft zich verblijd.”

Het ware en betrouwbare woord van Gods genadige verbondsbelofte was als het ware een kus. En de herhaling van die belofte in de loop der geslachten was een herhaling van zo’n kus. De Heere kuste Zijn bruidsgemeente met de woorden van Zijn mond. En zo doet Hij ook nu nog.

Hoe zoet zijn mij Uw redenen geweest.

Geen honing kon ’t gehemelte beter smaken…

Zo mag ook u bidden, dat Christus u, Zijn Bruid, kust, door u in Zijn beloftewoord Zijn liefde te bewijzen en te laten gevoelen. Hoewel, als we ons hoerachtig hart kennen, kunnen we bijna niet geloven, dat deze Bruidegom ons wil kussen…

Lezen: Hosea 2:13-22; zingen: Psalm 119:52

7 december

Hij kusse mij met de kussen Zijns monds…

Hooglied 1:2a

Al eeuwenlang zijn de Joden gewend om op de vijf belangrijke feesten een Bijbelboek te lezen. Het boek Hooglied werd en wordt gelezen op het jaarlijkse paasfeest. De liefde tussen bruidegom en bruid wordt opgevat als beeldspraak van de liefde tussen de HEERE, Jehovah, en Israël. Als de Hemelse Man bevrijdde de God van Abraham, Izak en Jakob Zijn volk Israël uit het slavenhuis en dat was – om zo te spreken – de kus, waarmee God Zijn liefde aan Zijn echtgenote, Zijn volk, bewees.

Volgens de Joodse uitleg van dit Bijbelboek werden de woorden van Hooglied gesproken door God en door het volk Israël na de doortocht door de Schelfzee. Maar niet alleen aan de oever van de Schelfzee, ook aan de berg Sinaï spraken God en Israël als twee geliefden deze woorden, en in de Tent der Samenkomst, de Tabernakel, weer. Ja, uiteindelijk is heel de tijd vanaf de uittocht tot aan de komst van de beloofde Messias terug te vinden in dit liefdesboek vol liefdesverlangen.

Steeds weer sprak God immers over de relatie tot Zijn volk als van een huwelijk. Denk aan Jeremia 2 vers 2, waar Hij zegt dat Hij denkt aan de trouw van Israëls jeugd, aan de liefde van de tijd van de ondertrouw, toen zij achter Hem aanwandelden in de woestijn. De statenvertalers schrijven bij de woorden ‘liefde van uw ondertrouw’: dat is, die Ik u bewezen heb toen Ik u trouwde, dat is, toen Ik u eerst tot Mijn volk aannam in Egypte en daarna Mijn verbond met u maakte aan Horeb.

Tot dat volk, dat genade vond in de woestijn, toen God haar tot de ware Rust ging brengen in het Beloofde Land, zei Hij deze hartinnemende woorden: “Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde. Daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.”

Wat een heerlijke kus!

Lezen: Jeremia 2:1-7 & 31:1-5; zingen: Psalm 119:83

8 december

Hij kusse mij met de kussen Zijns monds…

Hooglied 1:2a

Een ander voorbeeld van die liefdeskus van Jezus voor Zijn bruidsgemeente vinden we in het gedeelte dat we bij deze meditatie lezen. Het gaat in dit afscheidsgesprek tussen Jezus en Zijn discipelen over liefhebben. In vers 15 roept Hij hen op om Zijn geboden te bewaren – en wel juist omdat zij Hem liefhebben. Direct daaraan verbonden belooft Hij Zijn Vader te bidden om hen de Heilige Geest te zenden als de Andere Trooster. Nog verder gaat het. In vers 21 zegt Hij hoe belangrijk het is, niet alleen om Zijn geboden te bewaren, maar ook en vooral om Hem lief te hebben. Want als we Hem liefhebben, zal Zijn Vader ons liefhebben. En dan zal ook Jezus Zelf ons liefhebben. En dán zegt onze dierbare Zaligmaker in dit vers dat Hij Zich aan ons zal openbaren.

Dit is niet te bevatten. Hier is zo’n kus waar de bruid in onze tekst om vraagt. Een van de discipelen vraagt dan ook, hoe het toch kan dat Jezus dit aan hen zal schenken. En dan luidt het antwoord van de Hemelse Bruidegom: “Wie Mij liefheeft, zal Mijn woord bewaren. En Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken.”

Wat denkt u, zou dit niet een allerheerlijkste ervaring van de liefde van God zijn? Van God de Vader, Die in al de eeuwen van het bestaan van het volk Israël Zijn liefde aan haar openbaarde in bruidegoms-omschrijvingen? Van Gods Zoon, Die in menselijk vlees gekomen, nu de Bruidegom van Zijn gemeente is! O, als God in ons woning maakt, als Hij ons met Zijn Geest vervult, worden wij dronken van Zijn liefde.

Zo is het in de menselijke en zuivere liefdesverhouding van verkering en huwelijk. En zo is het ook in de geestelijke en Goddelijke liefdesverbinding van geloof en gehoorzaamheid.

Lezen: Johannes 14:15-24; zingen: Psalm 36:2

9 december

Hij kusse mij met de kussen Zijns monds…

Hooglied 1:2a

De bruid uit het Hooglied, de duur gekochte bruidsgemeente, verlangt naar Christus en de uitingen van Zijn liefde in haar ziel. Dit verlangen had de apostel Paulus ook, toen hij voor de bruidsgemeente van Christus bad dat Christus door het geloof in de harten van de gemeenteleden zou wonen en dat zij in de liefde geworteld en gegrond zouden zijn. En dan vervolgt hij met het doel dat hij in dit gebed heeft, namelijk dat zij ten volle zouden kunnen begrijpen, met al de heiligen, welke de breedte en lengte en diepte en hoogte zijn van de onbevattelijke liefde van Christus. Liefde die de kennis te boven gaat…

We moeten goed opletten hoe Christus in ons komt wonen en blijft wonen. Gisteren lazen we dat het ging over het woord van Christus bewaren. Het is het woord van Zijn lippen; de kus waar de beeldspraak van Hooglied op doelt. In dit gebed voor de bruidsgemeente zegt Paulus dat het door het geloof plaatsvindt. Geloofsvertrouwen heeft met beloftewoord te maken. Hoe komt Christus in ons hart en hoe krijgt Hij meer en meer gestalte in ons gemoed? Doordat wij op Zijn woorden letten, Zijn dierbare woorden geloven, gelovig ons aan deze Hemelse Minnaar overgeven, om door Hem gekust te worden.

Hoe is het, lezer? Herkent u dit gebed? Bidt u het ook – met deze of met andere woorden? En verlangt u er dan ook naar dat u door deze inwoning van Jezus Christus al meer in Zijn liefde wortelen zult? Dat u zó zult samengroeien met uw Geliefde Hemelse Bruidegom, dat u in de uitingen van Zijn liefde al uw vermaak en genot beleeft?

Dan wordt deze tere liefde tussen God en uw ziel weleens ervaren in stil zijn, zoals de profeet Zefanja over die onpeilbare Goddelijke liefde schrijft: “Hij zal zwijgen in Zijn liefde.”

Lezen: Efeziërs 3:14-21; zingen: Psalm 31:15

10 december

Hij kusse mij met de kussen Zijns monds…

Hooglied 1:2a

Bij het peinzen over de geestelijke betekenis van de beeldspraak in onze tekst, werden mijn gedachten geleid naar een stukje van het avondmaalsformulier. Daar, zo zouden we kunnen zeggen, vinden we een voorbeeld van zulke liefdeswoorden van de Hemelse Bruidegom, die we kussen van Zijn mond mogen noemen: “…Zo dikwijls als gij van dit brood eet en van deze beker drinkt, zult gij daardoor, als door een gewisse gedachtenis en pand, vermaand en verzekerd worden van deze Mijn hartelijke liefde en trouw jegens u, dat Ik voor u (daar gij anders de eeuwige dood had moeten sterven) Mijn lichaam aan het hout des kruises in de dood geef, en Mijn bloed vergiet, en uw hongerige en dorstige zielen met dit Mijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed tot het eeuwige leven spijs en laaf, even zekerlijk als een ieder dit brood voor zijn ogen gebroken, en deze beker hem gegeven wordt, en gij die tot Mijn gedachtenis met uw mond eet en drinkt.”

Verstaan wij deze taal? Is het ons een groot wonder geworden, dat Hij onze plaats wilde innemen en heeft ingenomen? Gaat ons hart in dankbare aanbidding naar Hem uit en smeekt ons innerlijk om bevestiging van Zijn hartelijke liefde en trouw jegens ons?

Als u zo vol verlangen bent, kunt u het ook wel aanvoelen dat de bruid in onze tekst meteen begint met ‘Hij’. Het is net als bij Maria Magdalena. Bij het graf weende zij. Wanneer zij achter zich geluid hoort, denkt ze dat het de tuinman is van Jozef van Arimathea, en ze vraagt: “Meneer, als u Hem weggenomen hebt, waar hebt u Hem dan neergelegd?” Ze zegt niet over wie ze het heeft, want haar gedachten zijn zó vol van Jezus, dat het over niemand anders kan gaan dan over Hem.

En? Is Jezus ook úw Liefste, uw Enige?

Lezen: Lukas 22:14-20; zingen: Psalm 63:1

11 december

Hij kusse mij met de kussen Zijns monds…

Hooglied 1:2a

Met de kussen van Christus’ mond bedoelt de bruidsgemeente de woorden, die Hij spreekt. Welke woorden zijn het die zij als Zijn liefdeskussen waardeert? Woorden, waarin Hij Zijn hart openlegt. Denk aan de verkondiging die Hij op de berg uitsprak tot bijzondere bemoediging van armen van geest, treurenden, zachtmoedigen of verootmoedigden, hongerenden en dorstenden, barmhartigen, reinen van hart, vredestichters en vervolgden. Of wat een bemoedigende kus is het woord geweest en eeuwenlang gebleven, dat Hij tot vermoeiden en beladenen sprak over die heerlijke rust in Zijn vergevende liefde. Hoe rijk bevoorrecht was het niet wat de zondares aan Zijn voeten mocht horen, toen de nette ‘kerkganger’ haar minachtend veroordeelde als een beruchte zondares. Maar toen zij Jezus’ voeten nat maakte met haar tranen, tranen van dankbaar berouw, en Zijn voeten zalfde met die kostbare zalf, mocht ze die kussen van Jezus’ mond ontvangen in de woorden: “Uw zonden zijn u vergeven. Uw geloof heeft u behouden. Ga heen in vrede.”

En zouden we Zijn liefdevolle woorden geen kussen van Zijn mond mogen noemen, die Hij sprak over de tollenaar en die Hij ook nu nog spreekt tot zulke tollenaren: wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.

En om nog één voorbeeld te geven van wat in onze tekst met de kussen van Jezus’ mond wordt bedoeld: zou in de ziel van de kwaaddoener, die naast Jezus hing op de heuvel Golgotha, het woord van Jezus niet als een kus zijn ervaren: “Voorwaar zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn”?

Eens zag ik in een woonkamer een luchtfoto van een boerenbedrijf. Eromheen in een houten rand waren de woorden gegraveerd: Voor één kus van Jezus’ mond geef ik al die zwarte grond…

Mee eens?

Lezen: Mattheüs 5:1-10; zingen: Psalm 32:1

12 december

Hij kusse mij met de kussen Zijns monds…

Hooglied 1:2a

Nog eenmaal over deze woorden; nu denkend aan hoe Jezus Zelf het woord ‘kussen’ gebruikt om een geestelijke weldaad, een genadegeschenk van God, aan te duiden. U raadt het al, het is in de gelijkenis van de verloren zoon. Terwijl deze jongen, die zijn vader zó’n verdriet heeft gedaan en hem op het vaderhart heeft getrapt, nog veraf is, ziet zijn vader hem. Zo snel zijn benen hem kunnen dragen, rent de vader naar zijn zoon toe. Dan valt hij hem om de hals en… kust hij hem.

Alle evangeliegenade is begrepen in dat kussen van die vader, toen zijn zoon met berouw en schuldbelijdenis tot hem terugkeerde. Het is een kus van vrede. De kussen van de genade staan tegenover de wonden van de wet. Alle gelovigen begeren ernstig de openbaring van Christus’ liefde aan hun ziel. Zij verlangen niets anders dan de verzekering van Zijn gunst, het verheffen van het licht van Zijn aangezicht over hen, zoals de dichter in Psalm 4 vers 7 vraagt. De kennis van deze liefde van Hem, die alle verstand te boven gaat, is het ene ding dat zij van de Heere begeren, zoals we in Psalm 27 vers 4 lezen. Zij staan klaar om de openbaring van Christus’ liefde aan hun ziel door Zijn Geest welkom te heten: In Jesaja 57 vers 19 zegt God: “Ik schep de vrucht der lippen, vrede, vrede voor degenen die verre zijn, en voor degenen die nabij zijn, zegt de HEERE, en Ik zal hen genezen.” De statenvertalers schrijven dan: Ik zal door de lippen van Mijn dienaren, die de vrede verkondigen, veel vrucht en vreugde, veel troost en dankbaarheid verwekken en teweegbrengen.

Laat het ook ons verlangen zijn om door de lippen van Gods dienaren de troostrijke kus van de Hemelse Bruidegom te ontvangen, in de wekelijkse verkondiging van het heilig evangelie.

Lezen: Lukas 15:11-24; zingen: Psalm 85:4

13 december

…want Uw uitnemende liefde is beter dan wijn.

Hooglied 1:2b

Als bruidsgemeente van Jezus weten we dat Zijn uitnemende liefde beter is dan alle aardse verheuging. De wijn is van dat laatste een beeld. En met de schrijver van Psalm 4 stemmen we van harte in, wanneer hij zegt dat God méér vreugde in zijn hart heeft gegeven dan in de tijd dat van de wereldling het koren en de wijn overvloedig werden. Laat de wereldling genieten van wat de wereld biedt; voor allen die smaak in het evangelie kregen, heeft de wereld geen aantrekkingskracht. O zeker, ons oude bestaan kan nog naar het zondige en lege van de aarde verlangen, maar met de geest, in het nieuwe leven, begeren we toch wat anders, wat hogers, wat rijkers, wat beters, iets van de Hemel, Gods nabijheid. We verlangen ernaar dat onze Heere Jezus Christus Zijn liefde bewijst. Of niet?

Hoe is dat gekomen? Vanuit onszelf is dit niet te verklaren. Wij hebben net zo’n hart als de buitenkerkelijke buren of collega’s. We hebben het alleen maar te danken aan Gods genade. Hij heeft ons door Zijn Geest iets van de leegheid van alles buiten Jezus laten zien. Hij heeft ons iets van de zoetheid van alles in Jezus laten proeven. Daarom beaamt ons hart dat de uitnemende liefde van Christus beter is dan wijn.

Zoals het bij elkaar liefhebbende verloofden of getrouwden is, dat hun liefde álle andere dingen ver overtreft, zo – en nog meer! – is het geestelijk ook. Wie eenmaal gedronken heeft uit deze bron van de Goddelijke liefde, die kan geen smaak meer ontwikkelen in de dingen van de aarde. Zoals Petrus schrijft: … omdat u immers gesmaakt hebt (kanttekening zegt: door de kracht van Gods Woord en Geest gewaar geworden bent in uw gemoed) dat de Heere goedertieren is. O, hoe leeg is het aardse en hoe groot is Zijn goedheid!

Lezen: Psalm 4; zingen: Psalm 4:4

14 december

…want Uw uitnemende liefde is beter dan wijn.

Hooglied 1:2b

O, wat is de hartelijke toegenegenheid van Gods Zoon tot Zijn discipelen op de opstandingsdag daar een voorbeeld van! Want wat is Zijn vriendelijkheid groot wanneer Hij de zoekende vrouwen toeroept: “Wees blij, verheug u” (dat staat er eigenlijk in het Grieks). Al is het de gewone groet in de Griekssprekende wereld, Jezus vult de alledaagse woorden ‘wees gegroet’ met een nieuwe, rijke inhoud. En dit kan als een voorbeeld dienen, hoe vanuit de opstandingskracht van Christus alle aardse dingen een nieuwe inhoud, een nieuwe gloed en smaak krijgen. Het gewone ‘wees gegroet’ wordt ‘wees verheugd’. En waarom? Omdat Jezus u ontmoet. O, alle vreugde en vermaak van deze aarde, samengevat in het woord ‘wijn’ kan onmogelijk gelijk zijn aan de heerlijke vreugde van de liefde van Jezus, de Hemelse Bruidegom, Die vanuit het graf Zijn bruidsgemeente opzoekt en haar toeroept: “Wees blij! Wees verheugd!”

En zo is het ook wanneer Hij aan de avond van die gedenkwaardige dag Zijn leerlingen bezoekt, Zijn broeders; en tegen die bange mannen zegt: “Vrede zij u!”

O, mijn ziel, hoe waardeer je deze liefde van Christus? Is een groet uit Zijn mond u zoeter dan het heerlijkste wat u van deze aarde kunt krijgen? Bent u ooit dronken geweest van deze ‘Hemelwijn’?

Wanneer we de geschiedenis van die dagen overpeinzen, zien we dat de Heere Jezus op meer dan één manier Zijn liefdeblijken schenkt. Denk aan de twee wandelaars op weg naar Emmaüs. Zij konden getuigen: “Was ons hart niet brandende in ons, toen Hij onderweg de Schriften voor ons openlegde?” Precies gepast bij elke situatie is de uiting van Zijn liefde, de kus van Zijn mond… Daarom staat er ook uitnemende liefde. Eigenlijk: liefden (meervoud), liefdeblijken.

Lezen: Mattheüs 28:1-10; zZingen: Psalm 65:2

15 december

…want Uw uitnemende liefde is beter dan wijn.

Hooglied 1:2b

Zou u ook kunnen vertellen, waarom u de liefdeskussen van Jezus’ mond meer waard acht dan alles wat u op aarde kan toelachen? Is het bij u ook, omdat niet één van de aardse genietingen ons van onze zondeschuld en zondesmet en de straf kan verlossen, maar er ons allemaal in vast laten zitten? Ze kunnen ons niet redden van het verderf. Maar deze liefde, de liefde-met-gerechtigheid, redt van de dood. Deze liefde, ja, deze liefdevolle Bruidegom wast onze ziel van al het zondevuil en schenkt ons de vrijspraak voor de heilige rechtbank van God. Deze liefde scheldt al onze schuld kwijt. Want het is enkel en alleen uit liefde dat de Heere ons kwijtschelding verleent, is ’t niet? Deze Hemelliefde geeft vrede en verzoent ons met tegenspoed en kruis. Deze kussen van Jezus heiligen ons hart en werken verlangen om ons te laten leiden in het spoor der gerechtigheid. Ja, door het smaken van deze liefde raken wij verzoend met onze dood en het naderende graf, de nare groeve der vertering…

O, als deze liefde ons niet allesovertreffend kostbaar is, als de kussen van de Heere Jezus in de woorden van Zijn mond, de beloften van het heerlijk evangelie, ons niet alles te boven gaand waardevol en dierbaar zijn, dan kennen we deze vriendelijke Hogepriester niet.

Maar misschien zucht u onder het lezen: wat ben ik er ver vanaf! Vroeger, ja, toen kon ik zo van ganser harte zeggen: “Uw uitnemende liefde is beter dan wijn.” Maar nu? O, hoe is het nu?

Lezer, laat dan de overdenking van dit Bijbelboek ons dringen om weer naar die liefdeblijken van God te begeren. Het ligt niet aan de liefde van uw Boezemvriend, wel? Smeek met de bruid: “Kus mij, Heere Jezus, met de kussen/beloften van Uw Woord, die beter zijn dan wijn.”

Lezen: Hooglied 1:1-8; zingen: Psalm 73:13

16 december

Uw oliën zijn goed tot reuk. Uw naam is een olie, die uitgestort wordt.

Hooglied 1:3a

Als je in je verkeringstijd naar je vriendin gaat, wil je er goed uitzien. Ook doe je misschien een lekker luchtje op. En dat doet zij ook. Daarover gaat het nu in de beeldspraak van de tekst. Het woord ‘olie’ gaat over zo’n ‘geurtje’, een parfum of deodorant, als je het eenvoudig zegt. Het is de beeldspraak van twee geliefden, die intiem zijn en dus ook elkaar ruiken.

Wanneer Israël in de tijd van het Oude Testament en de gemeente in de tijd van het Nieuwe Testament onder woorden probeert te brengen, hoe zij haar Bruidegom ervaart, dan ontleent ze aan die geur die twee geliefden bij de ander ruiken, een treffende beeldspraak: Uw olie, de reuk die van U uitgaat, is goed, lieflijk, aangenaam.

Wanneer de profeet Samuël de jonge David zalft tot koning van het volk Israël, giet hij geurige olie, een soort parfum, op zijn hoofd. Heerlijk ruikt David nu. Hij ruikt nu naar koning-zijn, gezalfde-zijn. De Meerdere David ‘ruikt’ ook naar Gezalfde-zijn, Profeet-zijn, Priester-zijn en Koning-zijn. Hij ruikt ook naar de vreze des Heeren, zegt Jesaja 11.

Weet u ook hoe Christus ‘ruikt’? Kunt u in geestelijke zin instemmen met de woorden van de bruid uit het Hooglied, dat de Naam van de Heere Jezus u zoet is, lieflijk is, aangenaam is? Dat de geur van deze Koning aantrekkelijk is? Dat u in Zijn nabijheid diep de reuk wilt opsnuiven, die van Hem uitgaat in de verkondiging van het evangelie? Dat u daarom zo naar Hem verlangt? Zo heel erg naar Hem verlangt?

Hier heeft Paulus het over, wanneer hij schrijft dat hij als prediker altijd een goede reuk van Christus verspreidt. En de bruidsgemeente mag getuigen, dat deze Evangeliereuk een reuk is van het leven en tot het leven!

Lezen: Psalm 133; zingen: Psalm 133:1

17 december

Uw oliën zijn goed tot reuk. Uw naam is een olie, die uitgestort wordt.

Hooglied 1:3a

Laten we eens een moment stilstaan bij de dierbare namen van onze Zielenvriend. Hoewel, ik schrijf wel het woord ‘dierbaar’ en het woord ‘Zielenvriend’, maar zijn deze woorden ook terecht, wat u betreft? Dat is niet vanzelfsprekend, helaas. Vanuit onszelf zijn we zo vol van onze eigen naam en roem, dat er geen plaats is voor de olie, de reuk, van de Naam van Christus. Dan zien we geen schoonheid in Zijn Persoon, dan proeven we geen zoetheid in Zijn beloftekussen (van vers 2), dan ruiken we ook geen lieflijkheid in Zijn Naam. Het versje zingt wel dat er een lieflijke Naam ruist, langs de wolken; en dat geen naam zoeter is en beter voor ’t hart. Maar is het waar? Het versje vervolgt dat deze Naam alle wonden balsemt en alle smart heelt. Maar het vraagt ook: “Kent gij, kent gij die Naam nog niet?”

Natuurlijk hebben we alle Namen van de Zaligmaker wel eens gelezen, maar verstaan we ook wat we lezen? De Namen van Jesaja 9: Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der Eeuwigheid, Vredevorst!

Daar waar nood is, wordt de betekenis van de Namen van de Hemelse Bruidegom ons dierbaar en waardevol. Daar waar Zijn liefde wordt geproefd in het lezen van zulk een evangelie dat precies gepast is bij u, de ergste van alle zondaren, dáár wordt Zijn Naam als een olie, een parfum, die uitgestort wordt. Zoals toen Maria Hem zalfde en het huis vervuld werd met de geur van deze zalfolie…

O, dat zo ons hart en leven, huis en huwelijk, kerk en woonplaats vervuld werden met de heerlijke geur van de Naam van onze Zielenvriend. Ja, ik schrijf het toch weer ‘onze Zielenvriend’. En als het niet zo ligt, roep dan tot Hem dat het vandaag, uit genade, nog zo zal worden! Dierbaar is Zijn Naam.

Lezen: Johannes 12:1-8; zingen: Psalm 72:7

18 december

Daarom hebben de maagden U lief.

Hooglied 1:3b

Het Hooglied maakt gebruik van de beeldspraak van de innige en zuivere liefde tussen twee Godvrezende jonge mensen, die sterk naar elkaar verlangen. We duiden ze aan met de bruidegom en de bruid. Er wordt ook andere beeldspraak gebruikt: een herder en zijn kudde, een wijngaard en de hoedster ervan. Ook lezen we over allerlei bloemen, over druiven, over vossen, over een appelboom. In het stukje van vers 3 dat boven deze meditatie staat, gaat het over maagden, die de bruidegom liefhebben. Hoe moeten we ons dit voorstellen? Als meisje wil je toch niet dat andere meisjes, al zijn ze jouw vriendinnen, van jóuw vriend houden… Als echtgenote kun je het toch niet hebben, als je merkt dat de buurvrouw van jouw man houdt…

Hoe zit dat? Het kan in het beeld alleen betekenen, dat de bruid bedoelt: ik houd zóveel van je en ik zie zóveel in jou, dat ik me heel goed kan voorstellen, dat alle meisjes van jou zouden houden. En des te meer ben je dán blij dat jouw vriend niet een ander meisje heeft gekozen, maar jou.

Geestelijk gezien mogen we het zo opvatten: de bruid van Jezus ziet zóveel in Hem, zóveel aantrekkelijks, dat ze als het ware zegt: ik zou het heel goed kunnen begrijpen als alle mensen van mijn Vriend zouden houden, en ik kan me niet voorstellen, dat iemand níet van de Heere Jezus houdt…

Verder kunnen we de tekstwoorden zó op het geestelijke toepassen: als u Jezus liefhebt, weet u waarom al Gods kinderen Hem liefhebben, namelijk om dezelfde redenen als u. Allen die oprecht van hart zijn, hebben de Hemelse Bruidegom lief, omdat zij de betekenis van Zijn heerlijke Naam kennen. Ja, het is daarbij alsof een fles kostbare parfum leeggegoten wordt. Zó vol van Hem te zijn, in eenheid van het ware geloof!

Lezen: Hebreeën 1:1-9; zingen: Psalm 52:7

19 december

Daarom hebben de maagden U lief.

Hooglied 1:3b

Hebt u de Heere Jezus lief? Als je aan een meisje van vijf op de zondagsschool vraagt of zij de Heere Jezus liefheeft, zal ze waarschijnlijk niet aarzelen, maar direct zeggen: “Ja.” Het is bijna natuurlijk voor een kind. Dit is vanuit de goede schepping ook werkelijk ‘natuurlijk’ te noemen. Het hoort bij onze natuur, zoals wij uit Gods handen zijn voortgekomen: we hadden onze Schepper lief.

Maar als u het vraagt aan een catechisant van een jaar of vijftien, kan het zijn dat hij of zij niet vrijmoedig durft te zeggen: “Ja, ik heb de Heere Jezus lief”… Waarom niet? Niet zozeer omdat een puber over emotionele zaken wat aarzelend reageert, maar misschien juist wel omdat hij weet dat echt God liefhebben iets bijzonders is. Vanuit onze geboorte hebben wij juist geen liefde tot God. Helaas, wat zijn wij er ellendig aan toe!

We hebben een nieuwe wil en een nieuwe gezindheid nodig, ook een nieuw inzicht, om Jezus oprecht lief te hebben. De vernieuwing door de Heilige Geest is onmisbaar om niet meer de wereld en de zonde lief te hebben, maar daartegenover onze Zaligmaker. We hebben nodig dat Zijn liefde ons overwint, ons helemaal in beslag en in bezit neemt, om Hem hartelijk te gaan liefhebben.

Maar als u deze Bruidegom niet liefhebt, hoe staat u dan tegenover Hem? Haat u Hem dan? Of neemt u een neutrale tussenpositie in? Onderzoek het eens, lezer, en wees niet eerder tevreden dan pas wanneer u weet: bij die oprechte maagden in de tekst, die de Bruidegom liefhebben, hoor ik ook.

Johannes schrijft tot vertroosting voor zulk een ziel die geen liefde heeft en ook geen liefde kan voortbrengen: de liefde is uit God. U mag Hem vragen: “Leer mij U liefhebben, Heere!” En het middel is: overdenk Wie deze Bruidegom is.

Lezen: Psalm 116:1-9; zingen: Psalm 116:1

20 december

Daarom hebben de maagden U lief.

Hooglied 1:3b

De liefde die in het Hooglied als beeld voor geestelijke liefde wordt gebruikt, is als het ware een tekening van wat God onder liefde verstaat en wat Hij ermee bedoelt. Ook is de tere liefde op weg naar en in het huwelijk een afbeelding van hoe Hij Zijn liefde openbaart. Hij stort liefde in het hart uit. Ja, want liefde is uit God. Ook deze liefde. Uit God. Niet uit ons. Want God is liefde. Daarom kan de liefde ook uit God voortkomen. God heeft Zichzelf lief. De Vader heeft de Zoon lief en de Heilige Geest. De Zoon heeft de Vader lief en de Heilige Geest. De Heilige Geest heeft de Vader lief en de Zoon. De drie-enige God is een eindeloze onuitsprekelijke Volheid van Goddelijke liefde.

En nu heeft Hij ons naar Zijn beeld gemaakt. Dit betekent dat ook wij kunnen liefhebben. Dat wij het goede kónden liefhebben, en dat wij door de vernieuwende werking van de Heilige Geest het goede opnieuw kúnnen liefhebben. Ja, dat wij Gód kunnen liefhebben. Hoe is het ooit mogelijk dat wij mensen God kunnen liefhebben, Die zo ver verheven, zo hoog boven ons troont, zo onvergelijkelijk anders is dan wij zijn?!

Hoe kan het dat mensen God liefhebben, Die ze niet zien? Dat komt omdat God Zich openbaart. Als Hij Zijn liefde in ons gemoed geeft, ontsteekt Hij daar zuivere liefde tot Hem. En daar is ook alle reden toe. Johannes schrijft het erbij in het opgegeven Schriftgedeelte: “Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een verzoening voor onze zonden.” En o, als we dit mogen overpeinzen, als dit gaat gloeien in ons hart… Dan stemmen we in met wat hij even verderop schrijft: “Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.”

Lezen: 1 Johannes 4:7-21; zingen: Avondzang :7

21 december

Trek mij, wij zullen U nalopen!

Hooglied 1:4a

Liefde verlangt naar nabijheid, in vriendschap en verkering, en zeker in geloof en bekering. Daarom is het alle eeuwen, zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament, het verlangende gebed van de bruidsgemeente dat haar Geliefde haar trekt, tot Zich trekt, in Zijn nabijheid trekt. Onze statenvertalers schrijven bij deze tekst: Dat is: “Neig mijn hart en gemoed, dat het U aanhangt met geloof en liefde.” Want dit trekken gebeurt niet met uiterlijke kracht en met geweld, maar door het woord der prediking en de werking van de Geest van Christus, waardoor het verstand van de kinderen Gods zó wordt verlicht en onze wil zó wordt gebeterd, dat wij gewillig en met vreugde onze Heere en Bruidegom Jezus Christus navolgen, ja, nalopen.

O, hoe zoet, wat heerlijk om daadwerkelijk gewillig en met vreugde onze Heere en Bruidegom Jezus Christus te volgen. Ja, nog meer dan alleen maar Hem te volgen: achter Hem aan te rennen. (U moet weten dat het woord ‘lopen’ in de tijd dat de Statenvertaling tot stand kwam, niet gewoon lopen of wandelen betekende, maar altijd ‘rennen, zich haasten’.)

Bidt u ook: “Trek mij, Heere Jezus!”? U belijdt daarmee: “In eigen kracht lukt het mij niet om bij U te komen. Ook niet om bij U te blijven. O, die dodelijke onmacht, die vreselijke verlamming in mijn ziel…” Maar als dat uw klacht en nood is, en als u o zo graag gehoor zou willen geven aan de vriendelijke uitnodiging van Jezus om als vermoeide en beladene bij Hem rust te vinden, maar u weet niet hoe het ooit zover zou kunnen komen… Luister dan naar dit woord: De HEERE is mij verschenen van verre tijden: “Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde. Daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.” O, hoe rijk!!

Lezen: Psalm 63:1-9; zingen: Psalm 63:2

22 december

De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkamers.

Hooglied 1:4b

De Hemelse Bruidegom is Koning. Hij is zowel Koning van gerechtigheid als Koning van vrede, zo leert de kanttekening ons. Hij wordt door de profeet Zacharia aangekondigd als: “Zie, uw Koning zal voor u komen, rechtvaardig, en Hij is een Heiland, arm, en rijdend op een ezel, dat is op een veulen, een jong der ezelinnen.” En de Godsman mag er het volk van zijn dagen toe oproepen: “Verheug u zeer, dochter van Sion! Juich, dochter van Jeruzalem!” Heel de bruidsgemeente mag zich bovenmate verheugen, omdat zij zo’n vriendelijke Koning heeft. Hij is de Koning, Die in Goddelijke liefde u kust met de heerlijke en hartverkwikkende kussen van Zijn beloftewoord. En hoe is het karakter van deze Koning? Rechtvaardig is Hij en zachtmoedig. Hij is een Heiland, wat volgens de voetnoot in de Statenbijbel betekent, dat Hij Zijn geliefde bruidsgemeente zal verlossen uit de macht van de duivel, de dood en alle vijanden.

Geen wonder dat de bruid in de dagen van het Oude Testament zo verlangt naar Zijn komst. Zijn komst is het die haar heil volmaakt! Daarom jubelt ze met Psalm 118: “Gezegend is Hij, Die komt in de Naam des Heeren!” En daarom smeekt ze in één adem daarbij: “Och Heere, geef nu heil. Och Heere, geef nu voorspoed.”

Maar ook in de tijd van het Nieuwe Verbond verlangt de bruidsgemeente van Jezus ernaar om in Zijn binnenkamer te mogen komen. Te mógen komen, ja, want het is echt niet vanzelfsprekend. Het is een Godsgeschenk om dit voorrecht deelachtig te worden en dan de Heiland-naam van Hem nóg beter te gaan verstaan, zoals de kanttekening opmerkt: Hij is met heil voorzien, of Hij is behouden, namelijk uit Zijn lijden, door Zijn Goddelijke kracht, om Zijn kerk zalig te maken.

U dan?

Lezen: Mattheüs 21:1-11; zingen: Psalm 118:13

23 december

De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkamers.

Hooglied 1:4b

Wat zouden die binnenkamers zijn? In Joël 2 vers 16 lezen we, dat het volk zich moet verzamelen. Wie allemaal? De hele gemeente. En dan worden er vijf groepen genoemd: de oudsten, de kinderen, de zuigelingen, een bruidegom en een bruid. Van die bruidegom en bruid zegt Joël dan: laat de bruidegom uit zijn binnenkamer gaan, en de bruid uit haar slaapkamer. Dus de binnenkamer is de slaapkamer, waar de huwelijksgemeenschap beleefd wordt. Deze beeldspraak is heel intiem, maar niet onkuis.

Ook Jezus spreekt in Mattheüs 6 vers 6 over een binnenkamer: “Wanneer u bidt, ga dan naar uw binnenkamer toe, en nadat u de deur achter u gesloten heeft, bid dan uw Vader, Die in het verborgen is. En uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.”

Hebt u ook een binnenkamer, een plekje waar u alleen bent met God? Waar u niet gestoord wordt, omdat u niet gestoord wilt worden. Die verborgen omgang met God is zo teer, dat daar geen afleiding verdragen kan worden. U wilt helemaal op God gericht zijn, Die de Man is van Zijn volk. Helemaal op uw Hemelse Vriend, Die de Bruidegom is van Zijn gemeente. U wilt vertrouwelijk met Hem spreken, uw hart leeggieten voor Hem, uw innerlijk blootleggen voor Hem, uw ziel openen voor Hem, uw liefde Hem belijden, in Zijn nabijheid aan uw liefdesverlangen uiting geven.

Bij het schrijven van deze meditatie kan ik geen woorden vinden om dit enigszins naar waarheid te beschrijven. Het gaat zo diep en het ligt zo teer! De Hemel reikt aan de aarde. Petrus zegt: “U hebt Hem niet gezien, en toch hebt u Hem lief. In Hem verheugt u zich met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde – hoewel u Hem niet ziet…”

God schenke ons dit leven in Zijn binnenkamer!

Lezen: Psalm 25:1-11; zingen: Psalm 25:7

24 december

De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkamers.

Hooglied 1:4b

Een voorbeeld van die binnenkamer vinden we in Lukas 1. Maria ontvangt bezoek van de Hemel. God spreekt via de engel Gabriël tot haar; woorden van zoveel liefde, zoveel heil en zegen, dat het haar voorstellingsvermogen te boven gaat. Hier is Maria de bruid van Hooglied 1. Hier ontvangt zij een liefdeskus van haar God, wat haar een grotere vreugde geeft, dan wijn ooit in menselijke zin zou kunnen geven. De geur van de Hemel vervult haar gemoed, ja de aangename reuk van de Naam Jezus, Die zij haar Zoon mag geven, is zo sterk dat wij na tweeduizend jaren die geur nóg mogen ‘ruiken’ (om in de beeldspraak te blijven) die Maria daar in haar huis in Nazareth mocht ruiken.

Het is voor haar een binnenkamer-ervaring.

Maar niet alleen Maria is hier de bruid; ook al de oprechten of maagden (zoals Hooglied 1 de ware discipelen noemt), worden hier via de evangeliebeschrijving door Lukas gebracht in een binnenkamer van Hem, Die Zijn volk zeer uitnemend heeft liefgehad en blijft liefhebben. Als nu het oog van het geloof en het oor van de ziel afgestemd en gericht mogen zijn op dat Kind, Die al onze liefde waardig is, o, dan mogen we aanschouwen en luisteren, indrinken en verzadigd raken met het beste van Gods huis en het heerlijkste van Zijn paleis. Dan wordt het waar wat de dichter zingt: “Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort…!” Dan verstaat u Psalm 43: “Ik ga in tot Gods altaar, tot de God van de blijdschap van mijn verheuging (de Bron van vreugd), en ik zal U met de harp loven, o God, mijn God!”

Waar het offer is, waar het verzoenende werk van Maria’s Kind is, waar de volkomen schuldbetaling van de Man van smarten is, dáár is de binnenkamer. En daar verwondert u zich sprakeloos!

Lezen: Lukas 1:26-38; zingen: Psalm 89:7

25 december

De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkamers.

Hooglied 1:4b

Wat de herders in de geboortenacht van de Heere Jezus ontvangen, is ook een voorbeeld van het gebracht worden in de binnenkamer van de Koning. Opnieuw gaat de hemel open. En o, wat een wonderlijk-rijke boodschap klinkt dan in de velden van Efratha: “Vrees niet, want, zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor heel het volk wezen zal, namelijk dat heden voor u de Zaligmaker is geboren.”

En hoe rijk dit ook is, het wordt nóg rijker door wat de engel daarna zegt. Hij belooft hen dat zij het Kindje zullen vinden. En de herders mogen in de binnenkamer nog verder luisteren naar wat een grote menigte van het hemelleger verkondigt: nu krijgt God in de hoge hemel de eer en nu komt er weer vrede op deze aarde, die door de zonde zo onder de vloek zucht en nu wordt het welbehagen van God door mensen genoten. En nog verder mogen de herders in die binnenkamer komen, namelijk nadat zij met grote haast naar Bethlehem, de stad van David, zijn gegaan, mogen ze binnentreden in het geboortevertrek van de Zaligmaker, hun gezalfde Heere en Meester.

Wat denkt u, zou dat niet met grote schroom en eerbied zijn gegaan? De binnenkamer is het bruidsvertrek, de plaats van de huwelijksvoltrekking. En hier in de stal zien zij het Kind, de wondere Vrucht van het hemelse bezoek, waarover de engel tegen Maria zei: “De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen.”

Onverklaarbaar geheim van Gods macht, onuitsprekelijk wonder van Gods wijsheid, onbevattelijk wonder van Gods genade en liefde: de Hemel bezoekt de aarde, de Heilige Geest vormt het Kindje Jezus. En nu: de Zaligmaker ligt in de kribbe en ontvangt Zijn eerste bezoek.

Komt u ook? Aanbidt ook u Hem? U bent welkom…

Lezen: Lukas 2:8-20; zingen: Lofzang van Zacharias : 5

26 december

Trek mij, wij zullen U nalopen! De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkamers.

Hooglied 1:4b

Opnieuw betreden we een binnenkamer, een ontmoetingsplaats tussen de Hemelse Bruidegom en Zijn bruidsgemeente. Simeon heet de man die de woorden van Hooglied 1 vers 2 vast wel kon beamen: “Hij kusse mij met de kussen van Zijn mond”… O, lang-beloofde Messias, wanneer komt U eindelijk? Wanneer mogen we Uw komst bemerken, Uw nabijheid ervaren? Wanneer zullen mijn ogen U zien? Wanneer zullen mijn handen U aannemen, mijn armen U dragen?

En dan komt die dag. De woorden waarmee vers 4 van Hooglied 1 begint, waren bij wijze van spreken in zijn hart: “Trek mij”… En met de woorden die daarop volgen, was hij het van harte eens: ik zal mij haasten naar uw binnenkamer, het tempelplein. Daar waar U opgedragen wordt, aan God voorgesteld wordt, mij in de armen gegeven wordt.

O, zouden wij willen achterblijven? Zou u zich niet mét Simeon haasten om getuige te zijn van deze tere ontmoeting in de ‘binnenkamer’? En ja, dat kan nog. Niet op de manier van Simeon, maar dan toch wel zoals later de apostel Johannes schrijft: onze ogen hebben het Woord des levens gezien en aanschouwd en onze handen hebben Hem getast. En dan schrijft hij: wat wij dan gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u, met het doel dat ook u met ons gemeenschap zou hebben, en dat deze gemeenschap van ons ook zal zijn met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus. En dan vervolgt hij welk doel hij daarmee heeft en wat hij zijn lezers gunt: “En deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap vervuld zou zijn.” Dus, Simeon tast Hem – een bijzondere kus, een bijzonder plekje in de binnenkamer; en wij mogen door het Woord gelovig deelgenoten worden…

U kunt het niet maken of verdienen, maar wel begeren en genieten!

Lezen: Lukas 2:25-35; zingen: Psalm 27:3

27 december

Trek mij, wij zullen U nalopen! De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkamers. Wij zullen ons verheugen en in U verblijden.

Hooglied 1:4m

In vraag en antwoord 88 onderwijst de Heidelbergse Catechismus ons wat de ware bekering is. De ware bekering is de terugkeer naar onze Schepper en Wetgever, Die tegen Zijn volk zei: “Ik zal haar lokken, en haar voeren in de woestijn. En Ik zal naar haar hart spreken. En Ik zal haar geven haar wijngaarden van daar af, en het dal Achor, tot een deur der hoop. En daar zal zij zingen, als in de dagen van haar jeugd, en als ten dage, toen zij optrok uit Egypteland.”

De statenvertalers omschrijven dit als volgt:

Dit zijn geestelijke beloften van het genadeverbond, gegrond in de enige Verlosser, Middelaar en Messias, onze Heere Jezus Christus, in Wie wij door het geloof uit pure genade vrede hebben met God, gerustheid in het geweten, een betrouwbare toevlucht, een zalige bescherming, overvloed van alle geestelijke gaven, met een bestendige troost, en kortom de zekere genade van dit leven en de eeuwige heerlijkheid van het komende leven.

Zou u zich in zoveel rijkdom van genade en onbegrijpelijke liefde, trouw en tere nabijheid niet uitbundig verheugen? Zou u zich niet in zo’n Minnaar verblijden? Intens verwonderd, dat Hij naar u omzag – niet alleen de eerste keer, maar ook keer op keer op keer?!

O, hoe kan het dat Hij u, zo vuil en afzichtelijk, wilde kussen en dat Hij u aan Zijn hart drukt en in Zijn binnenkamer neemt om daar Zijn uitnemende liefde aan u te tonen? Hoe kan het? Hoe is het toch mogelijk? U kunt het niet klein krijgen. U kunt er alleen maar heel klein onder worden. Dan is één dag in de binnenkamer van uw Vriend u meer waard dan duizend dagen in de mooiste omgeving en bij het heerlijkste genot.

Lezen: Psalm 84; zingen: Psalm 146:3

28 december

Wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan de wijn.

Hooglied 1:4m

Wat de bruidskerk hier tegen haar Bruidegom zegt, is een kenmerk van het ware geloof: ze wil goed over Hem spreken, ze wil Zijn uitnemende liefde vermelden, of, zoals het in de oude Engelse vertaling staat: zij wil Zijn uitnemende liefde gedenken. Ja, eraan terugdenken, het in herinnering terugroepen, hoe Hij haar Zijn liefde schonk, hoe zij het mocht beleven, dat Hij haar voor de eerste keer duidelijk maakte dat Hij haar had liefgehad met een eeuwige liefde en dat Hij haar daarom had getrokken met liefdekoorden van hemelse goedertierenheid. O, om het niet te vergeten, maar om de reuk van toen en de smaak van toen en het aangename gevoel van toen weer in uw gedachten te krijgen. Nee, niet om te leven bij het oude, maar wel om te doen wat de dichter zingt in Psalm 143: “Ik gedenk aan de dagen van ouds. Ik overleg al Uw daden. Ik spreek bij mijzelf over de werken Uwer handen.” En dan? Wat levert dat voor activiteit op of wat voor nut heeft dat? De dichter vervolgt: “Ik breid mijn handen uit tot U. Mijn ziel is voor U als een dorstig land.”

Er komt door het terugdenken aan Zijn zoete liefde weer een teerheid in uw ziel waardoor er een hunkering ontstaat en waardoor het verlangen weer gaande wordt gemaakt. O, dan reikhalst uw innerlijk in geestelijke hartstocht naar de kussen van Zijn mond, naar de omhelzingen van Zijn armen, naar de geborgenheid in Zijn binnenkamer.

Weet u het nog, toen Zijn Woord u zó dierbaar was? Weet u het nog, toen het evangelie u zo’n wonder werd en Zijn belofte zoveel kracht deed?

Het gedenken van Zijn uitnemende liefde is goed om opnieuw opgewekt te worden deze te zoeken, én het is tot eer van uw lieve Bruidegom om Hem te blijven aanbidden voor wat Hij u schonk!

Lezen: Johannes 1:29-40; zingen: Psalm 145:3

29 december

Wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan de wijn.

Hooglied 1:4m

Gisteren zagen we dat het Hebreeuwse woord voor ‘vermelden’ ook betekent: in herinnering bewaren. Maar onze Bijbel heeft ook een goede weergave van het Hebreeuwse woord, en ook van de zielsgestalte van de bruidskerk van Jezus Christus: zij kan het niet voor zich houden, wat zij van Zijn Goddelijke liefde heeft genoten. Ze wil het uitbazuinen. Zo wil ze haar Liefste eren. Ook wil ze haar naasten deelgenoot maken van de intense vreugde die zij ervaart. Ze gunt het ook een ander, ja, zij gunt het alle mensen. Daarom gaat ze erop uit en nodigt ze haar naasten uit. De kanttekening luidt zo treffend: “Wij zullen de genade van Christus roemen en verkondigen, Die ons uit de duisternis tot Zijn wonderlijk licht geroepen heeft.” U hoort hierin de woorden van Petrus in zijn eerste brief.

Is het ook uw liefste werk goed van uw Koning te spreken? Anderen, kon het zijn, jaloers maken op dit grote voorrecht…? Anderen, in het bijzonder uw gezinsleden en uw bekenden, uit te lokken, zodat ook zij naar die Koning en Zijn liefde gaan verlangen…?

En dan mag u uitstallen wát de meerwaarde is van het leven met Christus boven al het aards genot. Dan mag u getuigen hoe u alle dingen hebt leren zien in het licht van Gods Woord, en dat u alles zo anders bent gaan waarderen dan voor die tijd. Eerst was van alles en nog wat belangrijker dan het leren kennen van de Heere en Zijn zaligheid. Maar nu is het net andersom: de geloofsomgang met uw Vriend is meer waard dan alles wat verder maar te bedenken of te begeren is.

Zwijg niet, o mijn ziel. Kom er vrijmoedig voor uit. U hoeft u niet te schamen voor het evangelie van Christus. Het is onmogelijk te overdrijven wanneer u Zijn liefde roemt.

Lezen: 1 Petrus 2:1-10; zingen: Psalm 71:17

30 december

Wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan de wijn.

Hooglied 1:4m

Kijken we aan het einde van dit jaar terug, hoe hebben we dan de gelegenheden om te getuigen gebruikt? Hoe vaak hebben we van geschikte omstandigheden om goed van de Heere te spreken geen gebruik gemaakt? Of was er heel dit jaar nooit een moment om tegen een kleinkind, een buurvrouw, een collega of een klasgenoot iets te zeggen, wat de Hemelse Koning zou hebben verheerlijkt en wat voor onze naaste nuttig had kunnen zijn?

De bruid zegt in de tekst: “Wij zullen.” Het is net alsof ze een belofte aflegt en zichzelf ertoe aanspoort. En dat is goed. Het was in de dagen van onze oudvaders niet ongewoon om een persoonlijk verbond met God te sluiten en daarin beloften aan de Heere te doen. Zou het niet helpend kunnen zijn om uitdrukkelijk de Heere te beloven om de heerlijke eigenschappen van God te verkondigen? En dit mag u biddend beloven. Ja, u mag met de dichter van Psalm 51 vragen dat de Heere u de vreugde van Zijn heil weer geeft. Dat Zijn vrijmoedig makende Geest u zal ondersteunen. David zegt: “Dan zal ik de overtreders Uw wegen leren.” U mag bidden: “Verlos mij van bloedschulden, o God mijns heils.” En dán kunt u ook doen wat David vervolgens zegt: “Mijn tong zal Uw gerechtigheid vrolijk roemen”… Of nog één keer (vers 17): “Heere, open mijn lippen, dan zal mijn mond Uw lof verkondigen.”

U zult merken dat goed van uw Koning spreken en hoog van Zijn liefde opgeven, uw ziel ten goede komt. We lezen in Spreuken 11 vers 25: “De zegenende ziel zal vet gemaakt worden. En die bevochtigt, zal ook zelf een vroege regen worden.”

Dan proeft u weer de zoete liefde van uw Bruidegom! Dan blijkt opnieuw: dit is véél beter dan wijn… Het is de onuitsprekelijke zoetheid van de Hemel!

Lezen: Psalm 96; zingen: Psalm 40:5

31 december

De oprechten hebben U lief.

Hooglied 1:4c

Opnieuw gleed een jaar voorbij. Opnieuw werd een jaar aan uw levensjaren toegevoegd. Een jaar waarin heel wat is gepasseerd; blijde en verdrietige dingen.

Kunt u het afgelopen jaar omschrijven als het jaar waarin u oprecht was? Waarin u hoorde bij hen die de Meerdere Salomo liefhebben? Dat u op Nathanaël lijkt, wanneer hij voor de eerste keer Jezus ontmoet: werkelijk, een christen in wie geen bedrog is…?

Of hebt u juist dit jaar geleerd – ook dieper en dieper geleerd – hoe onoprecht u bent? En heeft deze laatste maand over het boek Hooglied u aan uw gemis herinnerd, aan uw gebrek aan liefde voor de Heere Jezus? Hebt u door de dagelijkse overdenkingen bemerkt, hoe weinig u gericht bent op de uitingen van Zijn liefde en de bewijzen van Zijn gunst?

Hoe het ook dit voorbijgegane jaar was, laat het op deze laatste dag ervan nog uw bede zijn naar aanleiding van de tekstwoorden: “Heere Jezus, schenk het ook aan mij om U oprecht lief te hebben! Schenk mij die oprechtheid, om alle zonden te haten en al Uw geboden lief te hebben en te onderhouden. Schenk mij uit liefde tot U al mijn lievelingszonden te haten en al wat U hebt bevolen, met hartelijke lust te gehoorzamen. O, schenk het mij om vanuit Uw liefde tot mij oprecht U lief te hebben!”

U hoeft zelf niets te maken, te produceren, of voor elkaar te krijgen. Ook als we ons schuldig weten aan verachtering in de genade, dat we als een onbedachtzaam schaap de Herder uit het oog hebben verloren… Niets vanuit onszelf. Geen goede gestalte en geen waardigheid. Alleen maar smekeling aan Zijn troon: “O, Hemelse Bruidegom, doe mij Uw Goddelijke liefde smaken en doe mij U oprecht liefhebben!”

De Heere vergeve ons genadig al onze liefdeloosheid om Jezus’ wil!

Lezen: Psalm 85; zingen: Psalm 86:3-

Over de auteur

Ds. W. Pieters

Reageren

Website van Ds. W. Pieters

Over ds. W. Pieters

In 1957 werd ik in Ede op de Veluwe geboren. Na de middelbare school werd ik student theologie in Utrecht in 1976. In oktober 1979 ontving ik preekbevoegdheid in de Nederlandse Hervormde Kerk en op 5 mei 1981 werd ik door ds. J. Catsburg bevestigd in het ambt van herder en leraar, te Genemuiden.
Na negentien jaar volgde, in september 2000, de Reformed Church in America in Springford, Ontario, Canada. Daarna, in januari 2005, de Hervormde Gemeente van Garderen (buiten de PKN). En in januari 2019 kwam ik in mijn laatste gemeente, Elspeet, die ik tot 1 mei 2025 mocht dienen.

Bij deze heeft een ieder toestemming gebruik te maken van alles wat op deze blog verschijnt (ook zonder bronvermelding – omdat het er niet om gaat wíe wat zegt, maar wát wordt gezegd), onder voorbehoud dat het niet tot afbreuk van Gods Koninkrijk zal zijn. Mijn verlangen is dat God dit communicatiemiddel zegent tot eer van Zijn Naam, tot stichting van Zijn gemeente, en tot nut van een ieder die (hoe toevallig ook) op deze pagina aanlandt.

Categorieën